Paters Augustijnen voor rechter na klachten van mensenhandel en uitbuiting: zaak opnieuw uitgesteld

Het klooster van de Pater Augustijnen in de Sint-Margrietstraat.
Sarah Vandoorne Het klooster van de Pater Augustijnen in de Sint-Margrietstraat.
De zaak tegen de Paters Augustijnen van Gent is woensdag door de correctionele rechter uitgesteld naar 15 mei. Ze worden beschuldigd van tewerkstelling zonder arbeidsvergunning, ontduiking van socialezekerheidsbijdragen, mensenhandel met het oog op economische uitbuiting en valsheid in geschrifte.

Het onderzoek naar de Gentse paters begon toen enkele Afrikaanse studenten-postulanten naar de sociale inspectie trokken. De jonge mannen wilden bij de Augustijnen een opleiding tot priester volgen, maar werden naar eigen zeggen vooral ingezet voor klus-en opknapwerken. Er kwamen verschillende huiszoekingen, waarna het arbeidsauditoraat besliste dat er voldoende bewijs was om de paters voor de rechtbank te slepen.

Het auditoraat stelt dat er voor minstens negentien personen valse documenten zijn opgesteld, om zo een verblijfsvisum te bekomen. Het gaat om achttien personen uit de Afrikaanse landen Benin, Togo en Ivoorkust én één persoon uit Vietnam. Er zouden ook dertien werknemers slachtoffer zijn geworden van mensenhanden. Vier personen werden volgens het auditoraat met illegaal verblijf tewerkgesteld. 

De paters zelf ontkennen alle aantijgingen stellig . “De tenlastelegging ‘mensenhandel’ beschouwen de paters als lichtzinnig en zelfs als een belediging tegenover de slachtoffers van échte mensenhandel”, reageerde advocaat Fernand Keuleneer eerder over de doorverwijzing naar de rechtbank. Woensdag werd beslist om het proces uit te te stellen vanwege een wetswijziging die invloed kan hebben op de beoordeling van de feiten. Op 15 mei wordt de zaak verdergezet. 




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.