Neuzenman Carl overweegt ernstig om de handdoek te gooien: “Geen plaats meer voor mij op de Groentenmarkt”

Carl is zijn stek op de Groentenmarkt kwijt.
Foto Wannes Nimmegeers Carl is zijn stek op de Groentenmarkt kwijt.
Carl Demeestere vreest voor het einde van zijn neuzenkraam. “Ik ben al anderhalve maand aan het ijveren om mijn kraam terug op de Groentenmarkt te mogen zetten”, zegt hij. “Ondanks beloftes krijg ik maar geen vergunning. Ik vrees het faillissement”, zegt hij.

Wie al eens aan de Groentenmarkt passeert heeft vast al gemerkt dat Carl er niet meer staat. Aan het begin van de coronacrisis in maart bleef de kar logischerwijs binnen, maar sindsdien kwam de kar niet meer uit de garagebox. “Officieel is mijn kraam een uitstalling aan een horecazaak. De uitbaters van die zaak wilden graag een terras om de coronacrisis te counteren. Daar is met de politiek over gepraat en ik zou mijn kraam aan de overkant van de straat mogen zetten. Ik ging akkoord gelovend dat alles wel goed kwam. Helaas schermt iedereen nu met reglementen, waardoor ik mijn oude stek kwijt ben en geen nieuwe kan krijgen. Dit is het einde van mijn zaak”, zegt hij.

Om de coronaperiode te overbruggen heeft Carl een kraam in Koksijde. “Dat was een plan om die moeilijke periode door te komen. Deze zomer lukt dat natuurlijk nog maar het liefst van al wil ik terug naar de Groentenmarkt. De neuzen zijn toch een belangrijk deel van de Gentse identiteit. Jammer dat er op zo’n manier een einde aan dat verhaal moet komen”, zegt hij.

Bij de stad bevestigt men dat een vergunning voor Demeestere een lastige kwestie is. “Momenteel is zijn kraam vergund als uitstalling voor een horecazaak. Als hij aan de andere kant van de straat wil staan moet hij een ander type vergunning hebben, voor ambulante handel”, klinkt het op het kabinet van schepen Sofie Bracke (Open Vld) “Dat zijn zeer gewilde vergunningen met een wachtlijst. We kunnen niemand laten voorgaan op die lijst, zelfs niet als ze al jaren een kraam hadden. De enige oplossing is een nieuw handelszaak zoeken om voor te staan.”

Met de moed der wanhoop moet Carl dus op zoek naar een nieuwe stek ergens in Gent, bij voorkeur op de Groentenmarkt. “Maar dat wordt een bijna onmogelijke opdracht”, zegt hij. 

De neuzenoorlog lijkt dan ook definitief beslecht.