Internaten voelen zich vergeten: “Wij worden nooit genoemd, maar zijn wel deel van onderwijs”

Inge De Prijck op het buitenterrein van Internaat De Koekoek in Oostakker: "Wel ruimte, maar geen personeel voor extra bubbel."
WV Inge De Prijck op het buitenterrein van Internaat De Koekoek in Oostakker: "Wel ruimte, maar geen personeel voor extra bubbel."
Terwijl de media met argusogen de gefaseerde heropstart van de scholen volgen, wringen in stilte de internaten zich in bochten om open te blijven in coronatijden. De Gentse internaatsector voelt zich ongezien en niet geapprecieerd: “Het draaiboek voor de internaten is er pas sinds twee weken. En hoe moet het als scholen bubbels van 20 kinderen mogen maken, maar de internaten niet?”

Matthias Steens, beheerder van Stedelijk Internaat Gent Kastanje, en Inge De Prijck, beheerder van GO! Internaat De Koekoek, vertellen beiden een gelijklopend verhaal: de voorbije weken hebben de opvoeders in hun internaten keihard gewerkt om de kinderen toch te kunnen blijven opvangen, al was het wel een kwestie van zelf proactief handelen. Zowel Kastanje als De Koekoek zijn de hele lockdownperiode open gebleven, met uitzondering van de Paasvakantie. Steens: “De internaten hebben, samen met het buitengewoon onderwijs, heel lang moeten wachten op een draaiboek. Gelukkig hebben we zelf ons licht opgestoken bij andere netten, scholen, het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap en Jeugdhulp, en daaruit onze eigen regels gedestilleerd. Anders stonden we nu nergens.”

Minder strenge regels

Bij Internaat Kastanje in de Olijfstraat sloeg bij de start van de lockdown de paniek toe bij veel ouders en liep het internaat als het ware leeg. “Door efficiënt overleg over de onderwijsnetten heen konden de kinderen uit de meest kwetsbare gezinnen en de geplaatste kinderen na één week overdag al naar de noodopvang”, aldus Steens. “Vanaf dan kwamen ze ’s avonds ook weer bij ons, en hadden wij onze eigen regels ingevoerd. En sinds de week na de Paasvakantie neemt het aantal kinderen elke week toe.” Kastanje past een systeem toe van leefbubbels van maximaal tien kinderen, strikt gebruik van mondmaskers door het personeel, afstand van 1,5m, eenrichtingsverkeer en duidelijke markeringen om de afstand te handhaven. Steens: “We zagen dat de scholen deze regels strikt toepasten, dus namen wij dat over. Toen het draaiboek voor internaten er eindelijk was, bleek dat de regels voor ons hier en daar minder streng waren. Zo zijn de opvoeders van kinderen onder de 12 jaar in hun bubbel niet verplicht een mondmasker te dragen. Bij ons deden ze dat wel.” (lees verder onder foto)

Matthias Steens van Stedelijk internaat Kastanje Gent: bij gebrek aan draaiboek zelf in actie geschoten.
Matthias Steens Matthias Steens van Stedelijk internaat Kastanje Gent: bij gebrek aan draaiboek zelf in actie geschoten.

Ook Inge De Prijck van Internaat De Koekoek in Oostakker bleef niet bij de pakken neerzitten en stelde op eigen initiatief regels op: “Ik heb al snel beslist om bubbels te maken aan de hand van de kamerindeling. Elke bubbel heeft een aparte naam gekregen: de sterretjes, de maantjes en de zonnetjes. Daarnaast hebben we eenrichtingsverkeer ingesteld, de refter ingedeeld en het dragen van mondmaskers ingevoerd. Eerst waren er geen maskers, later kwamen er van het departement maar ik heb er ook zelf moeten bestellen. Gelukkig hebben wij hier zowel binnen als buiten voldoende ruimte om de kinderen uit elkaar te halen en de 1,5m afstand te handhaven. We zouden gemakkelijk nog een extra bubbel kunnen organiseren, alleen is er geen personeel om die te bemannen. Er zijn wel stagiaires, maar die mag en kun je de verantwoordelijkheid over zo’n hele groep nog niet toevertrouwen.”

Zowel Steens als De Prijck bevestigen dat, alle inspanningen ten spijt, het onvermijdelijk is dat internaatskinderen in verschillende bubbels functioneren. “Overdag zitten ze in de bubbel van de noodopvang of school, daarna in de onze.” Beiden hechten ook veel belang aan de huiselijke sfeer, waardoor ze kinderen van dezelfde bubbel gezellig samen tv laten kijken. De Prijck: “Als ze hier nog niet zichzelf kunnen zijn, waar dan wel? Dat is onze meerwaarde.”

Snelle actie

De Prijck maakt zich zorgen over de nabije en verdere toekomst. “Hoe moet het als scholen bubbels van 20 kinderen mogen maken, maar de internaten niet? Dat gaat vaak hand in hand. De kinderen van Campus Impuls hiernaast (een school voor buitengewoon onderwijs, red.) komen vaak van ver. Als ze niet op internaat kunnen, kunnen ze helaas ook niet naar school.” De Prijck betreurt het dat de internaten steeds laat meegenomen worden in het onderwijsverhaal. “We worden nooit vernoemd, tenzij in bevelende termen: “De internaten moeten open blijven”, maar zonder ondersteunende maatregelen. Maar we zijn wel onderdeel van het onderwijsstelsel. Dat begint te wegen op de motivatie van onze opvoeders, die zo hard werken. En vooral ook: het gaat vaak om kinderen die omwille van hun thuissituatie geen plan B hebben. Voor hen is juist snelle actie nodig.”