Hoe ver ga je voor vrouwenstraatnamen?

De Marcelle Defay-Wibierstraat in Sint-Amandsberg.
Foto Wannes Nimmegeers De Marcelle Defay-Wibierstraat in Sint-Amandsberg.
Het is niet altijd makkelijk om vrouwennamen te vinden voor een straat. Ze moeten overleden zijn, iets betekend hebben, en liefst ook een link met Gent hebben.

Schepen Filip Watteeuw hield zich in 2010 - toen nog als oppositieraadslid - eens bezig met het zoeken naar écht Gentse vrouwen die een straatnaam verdienden. De Gentse gemeenteraad had toen immers net het Georgette Leblancpad goedgekeurd, naar een Parisienne die één keer in Gent was geweest en dan nog om haar minnaar Maurice Maeterlinck mee te nemen.


Binnenkort krijgt Chantal Claeys een dreef in de stationsbuurt. Claeys was een geliefd schepen van bevolking, ze overleed in 2015 na een lange strijd tegen borstkanker.

Spellen maar

Maar de voorbije jaren werden ook moeilijke namen ingevoerd. Zoals de Marcelle Defay-Wibierstraat in Sint-Amandsberg, naar de laatste afstammeling van de gefortuneerde liberale hofbouwersfamilie Wibier en echtgenote van de liberale industrieel Emile Defay. Of de Loekie Zvonikstraat, naar een schrijftster met een Boheemse vader en een Waals-Vlaamse moeder, die haar licentie Germaanse talen aan de UGent behaalde. Of het Marguerite Yourcenarpad, naar een Franse schrijfster die Gentse personages zoals Keizer Karel vaak terloops vermeldde in haar werken.


Voor elke straatnaam die wordt voorgedragen loopt een openbaar onderzoek van 30 dagen, wordt advies van het lokaal cultuurplatform gevraagd, en is de goedkeuring van de gemeenteraad nodig. Iedereen kan namen suggereren om op de lijst terecht te komen waaruit straatnamen worden gekozen.


(VDS)