Gentse judoclub waar Gella Vandecaveye trainde bestaat 50 jaar

De club Jita Kyôei Gent heeft de voorbije 50 jaar meer dan 1500 leden gekend.
Jill Dhondt De club Jita Kyôei Gent heeft de voorbije 50 jaar meer dan 1500 leden gekend.
De Gentse judoclub Jita Kyôei Gent zag het levenslicht in 1970. De broers Wim (51) en Bart (50) Willems kwamen erbij in 1977. Vandaag zijn ze de oudste leden en hebben ze als enigen de hoogste graad. Onder hun toeziend oog kijkt de club terug op 50 jaar sportieve herinneringen.

Om het vijftigjarig bestaan van de club te vieren, organiseren Wim en Bart het hele jaar door masterclasses, gegeven door grote namen uit de judowereld. Zo komt Gella Vandecaveye op 15 januari een les geven, in maart komt er een Japanse meester. Daarnaast plannen de broers een daguitstap met de leden, een stunt en een groot feest met alle oud-leden.

Grote namen

De club heeft meer dan 1.500 leden gekend de voorbije 50 jaar. Daartussen zaten heel wat grote namen, waaronder vier Belgische kampioenen. Gella Vandecaveye is ongetwijfeld de naam die het meest tot de verbeelding spreekt. Wim was jarenlang haar sparring partner terwijl Bart trainde met judoka Heidi Rakels. “Buiten Gella was Kamagurka ons bekendste lid”, vertelt Wim. “Hij heeft hier een zestal jaar gespeeld. We zouden hem graag strikken voor ons groot feest.”

Op haar hoogtepunt telde de club 200 leden, vandaag zijn dat er 43. “Op twee jaar tijd zijn we gehalveerd”, vertelt Bart. “Het is een algemene tendens in de gevechtsport. Toen Gella op haar top was, eind de jaren 90, hadden we meer dan 200 leden. Vandaag komt judo niet meer in het nieuws, waardoor het minder elan heeft.”

50 jaar herinneringen

Met zoveel toppers in de club wist Jita Kyôei Gent meer dan 100 provinciale eremedailles in de wacht te slepen, 33 Vlaamse titels en 18 Belgische medailles. “Waarvan we weten”, vult Wim nog aan. “Er werden geen gegevens bijgehouden van voor 1979.”

Wim en Bart hebben veel zien veranderen in het judolandschap. “De basis is gebleven, maar de competitie-elementen zijn enorm veranderd. Zo is het gebruik van beentechnieken intussen uitgesloten. Dat was een techniek die de Oostblokkers enorm vaak gebruikten, ten nadele van de Japanners. Toen die laatste niet meer aan de bak kwamen, werd de techniek afgeschaft. Spijtig, maar we moeten mee met de tijd.”