De kijk van Kurt

Vrede

Ik blik tevreden terug op tien dagen drukke en zonnige Gentse Feesten. Ik heb rondgehangen, gewerkt, medicijnen genomen voor de stem en de werking van die pillen de kop ingedrukt met Duvel. Ik ben oude bekenden tegen het lijf gelopen en ik heb nieuwe mensen leren kennen. Twee daarvan, father Joseph en een Indisch nonnetje met een West-Vlaamse tongval van de orde van moeder Theresa, blijven me bij. Ze spraken me aan in de Burgstraat en nodigden me uit om een kaarsje te branden voor de vrede. "Sorry, geen tijd, misschien morgen" antwoordde ik woensdag. De donderdag kwam ik ervan af met een "als jullie hier morgen nog staan, kom ik zeker". Vrijdag wist ik geen smoezen meer te verzinnen en nam ik een kaarsje aan. 'Ik heb in Azië al meegedaan met Hindoes, Boeddhisten en Sikhs' dacht ik bij mezelf, 'het zal nu ook wel geen kwaad kunnen'. In de kerk van de Karmelieten werd ik in een vacuüm van rust gezogen. Mensen zaten er te bidden of gewoon te bekomen van het feestgewoel. Ik herontdekte de kracht van de traditie om samen stil te zijn.


Onze eigen tradities doen we tegenwoordig geen eer meer aan. In tegendeel, we verwerpen ze. Zwarte Piet ligt al op de brandstapel, samen met het kruis op Sinterklaas' mijter, Kerstmarkten worden vervangen door Winterhappenings. Eén neute/zoage/wurtel is genoeg om van iets gezelligs iets moreel verwerpelijks te maken. Ik heb heimwee naar de tijd waarin we onze eigenheid koesterden. Nieuwe Gentenaars uit het Midden-Oosten houden vast aan de hunne, ik bewonder en benijd ze daarvoor. En wat de Feesten betreft, ik mis de -niet altijd zo professioneel uitziende, maar toch drommen volk lokkende- openingsstoet en de afsluitende Dag van de Lege Portemonnees. Tradities, hoe futiel ze ook mogen lijken, ik heb er een houvast aan.


Bedankt Father Joseph en Indisch nonneke, jullie hebben deze brulboei stilletjes aan het mijmeren gezet.