De beste verhalen van het Neuseplein: van een zoveelste pandemie naar het Las Vegas van Vlaanderen

Voormuide.
Familie Van Den Abeele Voormuide.
Voor een project van het STAM verzamelde Tina De Gendt verborgen verhalen van de buurt rond het Neuseplein. In een online lezing presenteert ze tien verhalen die de wijk en de stad mee gevormd hebben. De vijf gekste verhalen lees je hier.

De luchtfoto in het STAM bestaat uit 209 tegels, die elk een vierkante kilometer voorstellen in het echt. Voor het project ‘de vierkante kilometer’ wil het museum elke tegel omdraaien, en verborgen geschiedenissen blootleggen. De eerste tegel waar Tina De Gendt bij stilstond was het Neuseplein. “Dat is één van de meest lelijke, absurde en gewoonweg onvindbare pleinen in Gent”, zegt ze in haar online lezing. “Je zou zeggen dat het totaal de moeite niet is om je kot voor uit te komen, tot je weet wat eronder verborgen ligt.”

Chiqueste winkelstraat van Gent op de Voormuide

Voormuide rond 1910.
Jackie Lagrou / STAM Voormuide rond 1910.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw ging de Gentse industrie een bloeiperiode in.  “Je zag regelmatig botenfiles en opstoppingen aan de sluis dichtbij het Neuseplein”, vertelt Tina. “Schippers moesten soms drie dagen wachten, voor ze konden passeren. Lang genoeg om de beentjes te strekken en boodschappen te doen in de buurt. Hierdoor ontwikkelde in de Voormuide een shoppingwalhalla aan het begin van de twintigste eeuw. Toen de schippers wegvielen in de jaren zeventig, ging de buurt snel achteruit.”

Het Las Vegas van Vlaanderen

Voormuide rond 1910.
Jackie Lagrou Voormuide rond 1910.

Door de botenfile ontstond een chique winkelstraat, maar ook een gekende uitgangsbuurt verderop. “Vaders trokken naar de schippersbeurs, moeders naar de winkels, en jongeren zochten elkaar op in wat ze toen het ‘Las Vegas van Vlaanderen’ noemden. Het Neuseplein was gekend tot ver buiten Gent. Jongeren die aanmeerden in Oostende, Antwerpen en Doornik kwamen naar daar om uit te gaan. Het aantal cafés was niet te tellen.”

Spaanse dienstmeiden

Na de Tweede Wereldoorlog steeg de welvaart en werd het onderwijs democratischer. Hierdoor vonden de adel en de burgerij geen dienstmeiden meer in Gent, tot een Spaans winkeltje in de Voormuide zich ontpopte tot interimkantoor. Naast Spaanse specialiteiten konden klanten er terecht voor dienstmeiden uit Spanje. Door de grote vraag kwamen heel wat Spaanse meisjes, en een paar jongens, in Gent terecht.”

Burgemeester van de Turken

Halil Alci rond 1970.
Ridvan Alci Halil Alci rond 1970.

In de Bevelandstraat ligt vandaag een park, waar vroeger een beluik was. Daar woonde Halil Alci, een Turk die naar Terneuzen was gekomen als seizoensarbeider. Na een paar maanden sprak Halil een goed mondje Nederlands, en trok hij naar Gent. “Halil was de enige van de gemeenschap rond het beluik die Nederlands kon. Daarom hebben ze hem snel gebombardeerd tot burgemeester van de Turken. Die rol heeft hij met glans vervuld: hij fungeerde als tolk, bemiddelaar, interimkantoor, ondernemer, restaurantuitbater, en organisator van Turkse cinema.”

De zoveelste pandemie

“Dit verhaal heb ik initieel wat links laten liggen”, geeft Tina toe. “Door de corona-uitbraak is het opnieuw interessant geworden. In 1866 brak in Europa een vierde pandemie uit in twintig jaar tijd. In Gent vielen drieduizend doden, waarvan meer dan een derde in de buurt van het Neuseplein. Lijkwagens reden de hele dag op en af. Hoewel er weinig geweten was over de ziekte, besloot de stad om regels op te stellen voor de aanleg van beluiken. Hierdoor zijn de nieuwe beluiken veel beter bewaard gebleven dan de oudere.”

De lezingen over het Neuzeplein en de Brugse Poort zijn te vinden op de website van het STAM.