Twintiger krijgt 18 maanden cel voor homofobe bedreigingen: ‘Ik ben te ver gegaan’

Themabeeld
iStock Themabeeld
M. (26) uit Genk gaf toe dat hij in 2017 en 2018 herhaaldelijk zwaar over de schreef ging door mensen te bedreigen en te belagen met homofoob verbaal geweld. In december 2016 had hij een groot keukenmes op zak en bedreigde hij een man uit Genk. Op 11 en 12 oktober 2017 trok hij naar de balie huwelijken en nationaliteiten van de stad Genk om luid en duidelijk zijn beklag te doen over homorechten. Dat twee mensen van hetzelfde geslacht met elkaar mogen huwen, kon voor hem niet door de beugel. Hij werd veroordeeld tot 18 maanden cel met uitstel. “Ik ben te ver gegaan.”

Naar verluidt was het door zijn geloofsovertuiging dat de twintiger zich niet kon neerleggen bij het toestaan van het homohuwelijk. Hij trok naar de balie van de stad Genk om zijn ongenoegen luid en duidelijk te uiten en bedreigde verschillende voorbijgangers. Ook op Facebook sprak hij dreigende taal. De strafrechter in Tongeren sprak de twintiger streng toe.

“Godsdienst en homoseksualiteit, dat zijn gevoelige onderwerpen. Onze wereld is veranderd. Als iedereen zich zo zou gedragen en uitgaat van een soort gelijk over een onderwerp dat tot de privésfeer van anderen behoort, dan staat de wereld op zijn kop. U mag dat denken maar het wordt problematisch als u mensen ook gaat lastigvallen en bedreigen. Zoiets maakt mensen zeer angstig in deze tijden, zeker als dat gebaseerd is op geloof. De maatschappij zal dan hard reageren. En dan gaat u nog aan de balie van het gemeentehuis staan, voor mensen die hun werk moeten doen. Wie daar komt om te trouwen, die trouwt daar. Daar moet u zich bij neerleggen.”

Zelf uitgescholden

M. gaf toe dat hij fout was. “Ik besef de ernst van de feiten goed. Ik heb die mensen zware angst bezorgd. Dat is niet de manier om met keuzes om te gaan die andere personen in hun leven maken.” De twintiger beschreef dat hij in die periode veel problemen had. Hij werd zelf gepest en uitgescholden voor homo. Mede door zijn drugsgebruik, maakte hij daarna de verkeerde keuzes. “Ik ben te ver gegaan. Ik heb mensen daarmee gekwetst. Het was roekeloos.”

Volgens de strafrechter lagen niet-verwerkte tegenslagen, foute beslissingen uit de jeugdjaren en een psychiatrische problematiek in combinatie met het druggebruik van M. aan de basis van de strafbare feiten. M. vroeg opschorting van straf maar kreeg die niet. De celstraf van 18 maanden die de strafrechtbank oplegde werd wel met uitstel onder voorwaarden opgelegd. Een van die voorwaarden is dat de twintiger zich laat begeleiden voor zijn druggebruik.