Poolse bouwvakkers staan terecht voor dood collega

Twee Polen moesten zich gisteren voor de correctionele rechtbank in Tongeren verantwoorden voor de dood van hun Poolse collega-bouwvakker Konopka G. (42).

Op 16 januari 2016 bouwden de drie bouwvakkers na het werk een feestje in het appartement aan de Koning Boudewijnlaan in Genk, waar ze verbleven. De alcohol vloeide rijkelijk, maar na enkele uren sloeg de sfeer om. Een discussie eindigde in een stevige vechtpartij. In tegenstelling tot zijn Poolse medebeklaagde S.L., die niet opdaagde voor de rechtbank, beschreef beklaagde P.G. (31) zelf hoe de situatie escaleerde. "Kanopka heeft mij eerst geslagen, tegen mijn oog en mijn ribben. Hij wilde mijn linkerarm breken. Toen hebben mijn emoties de overhand genomen en ben ik veel beginnen te slaan. Op zijn gezicht en tegen zijn heupen. Aan de linkerkant waren zijn ribben gebroken, daar ben ik zeker van. Toen hij mijn hand wilde omwringen heb ik hem ook bij zijn hals gepakt. Hij heeft me dan losgelaten en is op het bed gekropen. Ik heb mijn spullen genomen en ben weggegaan. Pas 's anderendaags, toen ik met S.L. terugkeerde naar het appartement, zag ik dat hij dood was en dat de vechtpartij tragisch afgelopen was."

Minutenlange wurging

De openbare aanklager verwees in zijn vragen aan de lijkschouwer naar een minutenlange wurging. Hij haalde ook aan dat het slachtoffer zou 'doodgedrukt' zijn op het bed. De verdediging benadrukt vooral dat de feiten plaatsvonden in het kader van een met alcohol overladen vechtpartij. Er werden deskundigen opgeroepen om meer klaarheid te scheppen in de zaak. Die komen volgende week donderdag aan het woord. (VCT)