Ontvoerders riskeren tot 20 jaar cel voor dood Marino (52): “Ze hebben hem als een hond begraven op de Mechelse Heide. Tweemaal, omdat het de eerste keer niet goed gedaan was”

Aanklager Cedric Stuyck vorderde celstraffen tot 20 jaar voor de strafrechtbank in Tongeren.
Karolien Coenen Aanklager Cedric Stuyck vorderde celstraffen tot 20 jaar voor de strafrechtbank in Tongeren.
N. (43) uit Genk en R. (31) uit Hasselt riskeren 20 en 18 jaar cel omdat ze Marino Sborzacchi (52) op 19 september 2016 ontvoerden en met zwaar geweld beroofden. Ze lieten de man voor dood achter in ‘t Steegske in Genk met als buit 50 euro elk. Later keerde N. terug en zag dat Sborzacchi overleden was. “Ze hebben hem dan ‘als een hond begraven’ op de Mechelse Heide, tot tweemaal toe. Dit is bijzonder hard voor de familie.”

Dat de drie beklaagden zware jongens zijn, bleek al door de metaaldetector, die speciaal voor de behandeling van de zaak voor de ingang van de rechtszaal geplaatst werd. Naast N. (43) en R. (31) riskeert ook kompaan D. (45) uit Diepenbeek een celstraf van tien jaar. Volgens aanklager Cedric Stuyck gaf hij de twee anderen de tip dat Marino Sborzacchi wel eens geld op zak kon hebben, omdat hij ‘actief was in de drugswereld’. Frustratie alom toen de heren in september 2016 urenlang moesten wachten, terwijl hun uitgekozen slachtoffer op café zat. Daarna volgde een helse achtervolging, net als in een film.

Magere buit

Marino, een polytoxicomaan die al 35 jaar methadon, amfetamines en heroïne gebruikte, kon nog goed met zijn scooter manoeuvreren en slaagde er eerst nog in om zijn achtervolgers af te schudden. Maar ontsnappen kon hij niet. N. en R. reden Marino klem in de Watergrasstraat in Genk. Getuigen zagen hoe het slachtoffer zware klappen incasseerde en smeekte om te stoppen. Daarna werd hij in de auto gesleurd. Onderweg werd hij in een klemgreep rond de hals onder bedwang gehouden, tot in ‘t Steegske in Genk. Daar volgde een nieuwe geweldpleging. N. zat met zijn knie op de hals van het slachtoffer terwijl R. zijn zakken plunderde. De buit was bijzonder mager: een zakje drugs en twee briefjes van 50 euro.

Ze hebben het slachtoffer ontkleed en begraven als een hond in de hoop dat de feiten niet aan het licht zouden komen

Aanklager Cedric Stuyck

Ondanks de zware geweldpleging hadden de belagers volgens aanklager Stuyck niet de intentie om het slachtoffer te doden. De drie waren zware jongens, met een waslijst aan gewelddelicten op hun strafblad, gaf hij toe. “Maar ook de week voor de feiten pleegden ze nog gelijkaardige feiten in Nederland. Ook daar werd gezocht naar een slachtoffer die mogelijk bemiddeld was door drugsverkoop en pleegden ze geweld, quasi dezelfde modus operandi.” De twee wilden het geld van Marino en schuwden geen geweld, onder meer door de man herhaaldelijk ‘onder controle te houden’. Maar zijn dood werd volgens de aanklager veroorzaakt door een combinatie van de verzwakte gezondheidstoestand van het slachtoffer en het gebruikte geweld.

Begraven als een hond

Hij vorderde zware celstraffen die voor sommigen in de rechtszaal hard aankwamen. Stuyck verwees daarvoor ook naar de houding van de beklaagden na de feiten. “Ze hebben het slachtoffer ontkleed en begraven op de Mechelse Heide zonder de hulpdiensten te verwittigen, dit in de hoop dat de feiten niet aan het licht zouden komen. Ze hebben een mens begraven als een hond, dat zegt veel over hun moraliteit.”

Bert Partoens, advocaat van M. (60), de zus van het slachtoffer, en haar echtgenoot.
BELGA Bert Partoens, advocaat van M. (60), de zus van het slachtoffer, en haar echtgenoot.

“Ze hebben hem niet eenmaal begraven maar zelfs tweemaal, omdat het de eerste keer niet goed gedaan was”, benadrukte Bert Partoens voor de familie van het slachtoffer. “Dat ze op die manier zijn omgegaan met het lichaam is bijzonder hard voor de familie.”

Dat de aanklager niet voldoende bewijzen ziet voor de intentie tot doden, vindt de raadsman onaanvaardbaar. “De doodsoorzaak is heel duidelijk: de voortdurende geweldpleging op drie verschillende momenten. Zelfs toen die man halfdood in ‘t Steegske lag, zette N. nog zijn knie op zijn hals, terwijl R. zijn zakken plunderde. En ze bleven maar voortdoen, uit pure frustratie, omdat ze maar 100 euro hadden.” Volgens Partoens wisten zijn belagers ook dat het slachtoffer een zwakke gezondheid had. “R. heeft zelf verklaard dat hij nog het zuurstofpompje heeft opgeraapt om Marino extra zuurstof te geven.”

Jan Keulen, advocaat van A. (62), de 'lievelingszus' van het slachtoffer.
Mine Dalemans Jan Keulen, advocaat van A. (62), de 'lievelingszus' van het slachtoffer.

Roofmoord

Partoens en zijn confrater Jan Keulen vroegen de rechtbank om zich onbevoegd te verklaren, zodat de feiten kunnen geherkwalificeerd worden als roofmoord, met een daarbij horende verschijning voor assisen. Keulen: “Het hoofdfeit was de diefstal, dat klopt. Maar de intentie om te doden is gegroeid tijdens de feiten. N. wilde ook zijn straffeloosheid verzekeren want hij kende het slachtoffer van voordien. Het slachtoffer had hem dus ook herkend en bij een nieuwe veroordeling zou hij opnieuw voor lange tijd in de cel belanden, wat hij absoluut wilde vermijden. De bedoeling was eerst dat N. enkel in de auto zou blijven en dat R. de diefstal zou plegen maar het is dan allemaal misgelopen.”

Op donderdag 20 februari wordt de zaak verder afgehandeld voor de strafrechtbank in Tongeren en komen de advocaten van de verdediging aan het woord.