Hoe kijken foorkramers naar de dorpskermissen? “Gelukkig zijn er plaatsen waar ze ons nog graag zien komen”

Eugène Van Lingen, ouderdomsdeken van de Limburgse foorkramers.
Karolien Coenen Eugène Van Lingen, ouderdomsdeken van de Limburgse foorkramers.
Neen, de dorpskermis is niet dood en begraven. Dat hebben Spurk, Lauw, Njödder en Zussen ons de voorbije dagen overtuigend geleerd. Maar hoewel die kermissen geen unicum zijn, mogen we ze ook allesbehalve de norm noemen. En de norm, dat zullen ze ook nooit meer worden, vrezen de foorkramers zelf.

De grote kermissen, die draaien goed. Maar ondanks de sterke dorpskermissen die we in de voorbije dagen belichtten, zijn er ook vele plaatsen in Limburg waar ze langzaam wegdeemsteren. Een evolutie die, zo vrezen gemeenten en foorkramers, nog moeilijk te stoppen valt. De lijst van dorpen waar je zelfs geen kermis meer vindt, neemt toe. En waar er wel nog kermissen zijn, moet je al vaker speuren naar een carrousel, de botsauto’s of de rups. 

De foorkramers zelf zien een aantal factoren die een rol spelen. “De jeugd komt minder gemakkelijk”, stipt Eugène Van Lingen (75) aan. En als ouderdomsdeken van de Limburgse foorkramers en voorzitter van de Limburgse en Vlaamse afdeling van de Vereniging der Belgische Foornijveraars kan hij het weten. “De jeugd heeft tegenwoordig thuis een ‘lunapark’, op hun laptop of smartphone. Uren zitten ze op sociale media. En als ze zin hebben om echt enkele attracties te doen, dan gaan ze naar een pretpark. Gevolg: minder volk op de kermis, en minder omzet. Maak de rekening zelf maar.”

Andere evenementen

Volgens Eugène leeft de kermis ook gewoon minder. “Vroeger was de kermis hét gebeuren van het jaar, maar nu zijn er andere evenementen die deze rol invullen. Gezinnen nodigen ook geen familie meer uit om naar de kermis te komen. Die sfeer van vroeger is weg.”

Het kostenplaatje is dan ook niet min voor foorkramers. “Nog voor de kermis de deuren opent, moeten ze al een kilometerheffing betalen voor het transport. En dan zijn er brandstofkosten, standgeld, gebruik van stroom en water... Ook niet onbelangrijk: bezoekers hebben vaak geen cash geld meer. Maar een betaalterminal kost geld, hé.”

Kunnen dorpen dan zelf meer doen, zoals in Spurk of Lauw? “Het is alleszins een goede zaak wanneer verenigingen op kermisdagen extra activiteiten organiseren”, vindt Kurt Rogiers (69), telg van een kermisgeslacht. “Alleen stellen we vast dat die activiteiten in een aantal gemeenten al vóór de kermis plaatsvinden. Mochten ze dat overal in het kader van de kermis doen, dan zou dat honderd keer beter zijn voor onze business.”

In de hoek

Al is collega Rudi Van Der Veken (56), die al 33 jaar op de kermis staat, het daar niet mee eens. “Die nevenactiviteiten doen de kermis net geen goed”, meent hij. “Ze lokken niet het publiek dat naar kermissen komt. Ook is het jammer dat we op veel plaatsen niet meer op de pleinen mogen staan. We worden in een hoek geduwd en zijn minder zichtbaar. Al moet ik zeggen dat we door de jaren heen een trouw cliënteel opgebouwd hebben. En er zijn nog altijd gemeenten die de kermis genegen zijn. Daar zijn ze blij dat we nog komen.”

Bij die gemeenten en steden natuurlijk ook Riemst, Tongeren, Hoeselt en Bilzen. Daar moeten de foorkramers geen standgeld meer betalen en er is een tussenkomst in de elektriciteitskosten. “Bij wijze van test hebben we op het plein van Membruggen een stroomkast geplaatst, voor rekening van de gemeente”, zegt Christian Bamps, als schepen bevoegd voor de kermissen in Riemst. “We willen nu ook in andere dorpen zo’n kast installeren.”

En dan zijn er ook de inspanningen van de foorkramers zelf. Soms delen ze bonnen uit in scholen of geven ze korting op de attracties. Of ze werken samen met verenigingen, om zo de prijs voor een kermisattractie te drukken. Eén ding is duidelijk: daar waar dorp en foorkramers er nog allebei zin in hebben, kan je feest vieren. Meerdere dagen na elkaar zelfs.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.