Raf Walschaerts groeide op in Essen: “De Heide was mijn speeltuin - als kind besef je niet hoe mooi het is”

Raf Walschaerts.
Wannes Nimmegeers Raf Walschaerts.
Al meer dan dertig jaar staat hij samen met zijn broer Mich op de planken, maar de voorbije maanden deed Raf Walschaerts (53) het even solo. Met zijn voorstellling ‘Biecht’ toerde hij meer dan een jaar op zijn eentje langs de Vlaamse cultuurcentra en gaf hij een nieuwe kant van zichzelf bloot. Maar nu de laatste ‘Biecht’ achter hem ligt, focust hij weer voor de volle honderd procent op Kommil Foo. Binnenkort zijn de broers Walschaerts ook te zien in het VTM-programma ‘Liefde voor muziek’ en pakken ze uit met een nieuwe voorstelling. “Geef mij een gitaar en een publiek en ik ben gelukkig.”

Geen betere plek voor een interview met Raf Walschaerts dan de coulissen van een cultuurcentrum. Als onderdeel van het bekende cabaretduo Kommil Foo spendeert Walschaerts het leeuwendeel van zijn leven in de buurt van het podium. Vanavond vinden we hem backstage in het CC van Asse, waar hij over een halfuur zijn fel gesmaakte solovoorstelling ‘Biecht’ opvoert. Maar voor het zo ver is, maakt hij even tijd voor een andere biecht. Over Herman Van Veen, discotheek Picasso en het dorp waar zijn wortels liggen: Essen.

“Ik heb fantastische herinneringen aan Essen. Het was een echte plattelandsgemeente, maar dat hield me niet tegen om me er geweldig te amuseren. Tussen mijn vijftiende en achttiende zat ik regelmatig in De Rex en het jeugdhuis De Zolder. In De Zolder hebben we met Kommil Foo trouwens ons eerste optreden gegeven. Dat moet in 1985 zijn geweest.”

“Toen ik een kleuter was, woonden we in Essen-Hoek, vlak bij de Kalmthoutse Heide. De Heide was dus zeer aanwezig in mijn jeugdjaren. Het was mijn grote speeltuin. Ik weet nog dat we er in de winter vaak gingen schaatsen. Eigenlijk besef je als kind niet hoe prachtig het er is. Intussen ben ik er al 35 jaar weg, maar ik kom er nog graag terug. Mijn ouders en mijn zus wonen in Kalmthout.”

Volgens je Wikipediapagina ben je opgegroeid als zoon van een discotheekuitbater.

“Ik weet eigenlijk niet waarom dat erop staat. (lacht) Mijn vader was leerkracht op het vroegere Don Bosco-Mariaberginstituut. Tussen zijn jaren in het onderwijs door heeft hij eens vijf jaar een discotheek uitgebaat: de Picasso. Maar meer dan een intermezzo in zijn carrière was het niet. Na vijf jaar heeft hij de zaak overgedragen.”

Een leerkracht die een discotheek begint: dat kom je niet vaak tegen.

“Het was wel tekenend voor mijn ouders. Zij hadden de moed om te ondernemen en lieten zich door niets afschrikken. Uiteindelijk hebben ze van die discotheek een goed draaiende zaak weten te maken. Ik denk dat ik die ondernemingszin wel van hen heb meegekregen. Met Kommil Foo hebben wij nooit zitten wachten tot de telefoon ging. We hebben altijd onze eigen weg uitgestippeld en gevolgd.”

Heb je nooit plannen gehad om zelf een zaak op te richten?

“Neen, ik denk graag na over de zakelijke kant van Kommil Foo, maar ik ben heel content met wat ik nu doe. Ik prijs mezelf heel gelukkig met de vrijheid die ik heb om mijn brood te kunnen verdienen. Ik kan mijn job eender waar uitoefenen. Dat is een ongelooflijke luxe. Geef me een gitaar en een publiek en ik ben gelukkig.”

Wat heb je nog van je ouders meegekregen?

“De cultuurmicrobe. Mijn vader had een heel goeie muzieksmaak. In zijn platenkast vond je onder meer Bob Dylan en Elvis Presley, én hij heeft ons Herman Van Veen leren kennen. Wat Van Veen deed in jaren 70 en 80, heeft ons als Kommil Foo heel erg gevormd.”

Raf samen met zijn broer Mich, met wie hij al 33 jaar Kommil Foo vormt.
Johan Martens Raf samen met zijn broer Mich, met wie hij al 33 jaar Kommil Foo vormt.

Ondertussen staan Mich en jij al 33 jaar samen op de planken. Dat wordt straks gevierd met een nieuwe voorstelling, ‘Oogst’. Wat mogen we daarvan verwachten?

“Het wordt een overzichtsvoorstelling waarin we terugblikken op de voorbije 33 jaar. Maar het is geen ‘best of’, geen compilatie van onze hoogtepunten. We gaan met dat oude materiaal aan de slag om er een nieuwe voorstelling van te maken. We hebben vooral ons hoofd zitten breken over wat we allemaal gaan schrappen en weerhouden. We hebben samen in totaal zeventien voorstellingen gedaan. Als er in elke show een goed kwartier zit, dan heb je al een show van meer dan vier uur. Dus het was echt wel een kwestie van ‘kill your darlings’, zoals ze zeggen.”

Ik neem aan dat het lied ‘Ruimtevaarder’, dat vorig jaar op nummer 1 stond in de Lage Landenlijst, al snel zeker was van zijn plaats?

“Daar is geen enkele discussie over geweest. (lacht) Eigenlijk is het ongelooflijk hoe dat lied, eigenlijk een wat naïef kinderliedje, door de jaren heen de status heeft kunnen krijgen die het nu heeft. Ik vind het nog altijd een geslaagd lied en ik speel het dan ook heel graag. Het is fijn om te weten dat het publiek het ook apprecieert.”

Wist je toen je het schreef al dat je goud in handen had?

“Maar nee, helemaal niet! Ik woonde toen in Mariakerke, waar ik een kasteel deelde met onder meer Bram Vermeulen en Roland Van Campenhout. Ik zat in de tuin toen ik in mijn hoofd opeens een melodie hoorde. Ik ben meteen naar binnen gelopen om Mich te bellen, hij is zo snel mogelijk afgekomen en we hebben dat lied in één dag volledig afgewerkt. Dat was ‘Ruimtevaarder’.”

Kommil Foo zal dit jaar ook te zien zijn in het nieuwe seizoen van ‘Liefde voor muziek’. Ben je een fan van het programma?

“Als je zoals wij zo’n vijf keer per week moet optreden, heb je weinig tijd om tv te kijken. Maar we hebben voor we toezegden wat navraag gedaan bij enkele collega’s, en die waren stuk voor stuk erg positief. Bovendien komen we in een fraai gezelschap terecht, met onder meer Milow, Ilse Delanghe, Jan Leyers en Stef Kamil Carlens. Het lijkt me heel leuk om in hun oeuvre te grasduinen en daarmee aan de slag te gaan.”

‘Oogst’ gaat op 12 april in première. Alle info is te vinden op de website www.kommilfoo.be.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.