Man trekt zich niets aan van coronamaatregelen: drie maanden cel

Baert Marc
Een jongeman die in april betrapt werd op een niet-essentiële verplaatsing is veroordeeld tot drie maanden cel. De man, die geen onbekende is voor het gerecht, was op bezoek gegaan bij een vriend in Dilbeek. Toen de politie daar een controle uitvoerde, probeerde hij zich aan die controle te onttrekken. Later bleek dat hij al eerder betrapt was op corona-inbreuken. 

Op 14 april belde een buurtbewoner de politie vanwege geluidsoverlast. Volgens de man waren bij zijn buurman muziek en luide stemmen van verschillende personen te horen. Toen de politie poolshoogte ging nemen, trof ze in het bewuste appartement niet alleen de huurder aan maar ook een tweede man, R.H. Die beweerde dat hij vlakbij woonde en snel zijn identiteitskaart ging halen, maar niet meer was teruggekeerd. Hij kon geïdentificeerd worden dankzij die huurder en bleek helemaal niet vlakbij te wonen. Op zijn thuisadres was enkel zijn zus aanwezig, maar korte tijd nadien belde zijn moeder met de melding dat R.H. op het punt stond de trein te nemen en dus in het station vlakbij het politiecommissariaat zat.

Achtervolging

De agenten troffen hem aan op het perron. Toen hij de agenten zag nam hij - nota bene over de sporen - de benen. Pas na een achtervolging van enkele honderden meters kon de politie hem inhalen, al verzette R.H. zich ook dan nog hardhandig tegen zijn arrestatie. Bij nazicht bleek bovendien dat de jongeman al tweemaal eerder betrapt was op het niet-naleven van de maatregelen.

De man kreeg eerder al drie werkstraffen voor drugsfeiten en diefstallen met braak. Opvallend: meteen na zijn verhoor en vrijlating wou hij opnieuw de trein nemen voor een niet-essentiële verplaatsing. Voor zijn proces verplaatste hij zich dan weer niet. Daarom werd hij bij verstek veroordeeld. “We kunnen geen werkstraffen blijven geven”, oordeelde de rechter.