“Wist je dat ook koeienmest heel bruikbaar is?”: Johan was in 2016 eerste in West-Vlaanderen met een privé-windmolen

Johan Debruyne plaatste een windmolen op zijn boerderij en was daarmee de eerste in onze provincie.
Benny Proot Johan Debruyne plaatste een windmolen op zijn boerderij en was daarmee de eerste in onze provincie.
U hoeft straks niet langer vreemd op te kijken als uw buurman een privé-windmolen installeert in zijn tuin. Van de 14 goedgekeurde kleine en middelgrote windturbines in Vlaanderen zullen er 12 in West-Vlaanderen staan, voornamelijk bij landbouwers. Drie jaar geleden was Johan Debruyne (52) uit Esen bij Diksmuide de allereerste landbouwer met een eigen windmolen. “Ondertussen wekken we al onze elektriciteit op een duurzame manier op. Zelfs koeienmest kunnen we gebruiken”, lacht Johan.

De eerste oproep van Vlaams minister van Energie Lydia Peeters (Open Vld) voor kleine en middelgrote windmolens is met veertien goedgekeurde projecten een succes. Het gaat om windturbines met een vermogen van 10 tot 300 kilowatt. Van de 14 goedgekeurde zullen er weldra 12 in onze provincie staan, vooral dan bij boerderijen of afvalverwerkingsbedrijven. De minister verdeelde een subsidiebedrag van anderhalf miljoen euro over de veertien turbines. Ondertussen is de tweede oproep gelanceerd. Die loopt tot eind mei. “De aanvragers kunnen tot zeventig procent van hun investering terugverdienen via de subsidie van de minister. Dat zal zeker meegespeeld hebben in het succes”, beseft Johan Debruyne. Samen met zijn echtgenote nam hij negentien jaar geleden het landbouwbedrijf met vleesvee over van zijn schoonouders. Hij kweekt het West-Vlaams roodrund dat hij samen met de bekende beenhouwer Hendrik Dierendonck uit Sint-Idesbald op de kaart heeft gezet. Twee jaar geleden kon hij als eerste in de provincie een kleine windturbine zetten bij zijn boerderij. “15.000 euro heb ik daarin geïnvesteerd, zonder een cent subsidie”, merkt Johan op.

Na vier jaar licht op groen

“Een goede boerderij is er eentje die zoveel mogelijk gesloten is”, legt Johan uit. “Wij telen gewassen die we in onze veevoeders verwerken. Daarnaast denken we voortdurend na over ons energieverbruik. Aanvankelijk investeerden we in zonnepanelen. Die produceren een half jaar goed maar tijdens de donkere wintermaanden hebben we er te weinig opbrengst van. Het idee om een eigen windturbine te plaatsen rijpte, maar de politiek was er niet klaar voor. In 2012 al diende ik voor het eerst een aanvraag in. Ondertussen trok ik naar Nederland om te onderzoeken welke turbines er allemaal op de markt waren. Ook bij het innovatie- en kenniscentrum Greenbridge in Oostende klopte ik aan om mijn kennis daarover uit te breiden. Vier jaar na mijn eerste aanvraag had ik iets in gang gezet, want de provincie keurde een beleidskader voor kleine en middelgrote windturbines goed. Gelukkig ben ik al die jaren strijdvaardig geweest en bleef ik overtuigd van de kracht van een kleine windmolen. Sinds eind 2016 staat hij op onze hoeve.”

Volledig op groene energie

“Omdat ik al zonnepanelen had,  mocht ik maar een turbine bijplaatsen met een productie van 3,5 kilowatt. Met beide groene investeringen kan ik al mijn elektriciteit opwekken. Vorig jaar kon ik zelfs 1000 kWh terug op het net steken. Om een optimaal rendement te hebben, installeerde ik de windmolen van vijftien meter hoog in het zuidwesten. Minimum vijftig meter van de bebouwing is noodzakelijk. Let erop dat de windmolen een certificaat heeft met productiecijfers. Geluidshinder en slagschaduw hebben we niet. En ook dode vogels door de slag van de wieken vonden we nog niet. Bovendien kan onze turbine niet over zijn toeren draaien. Ze is bestand tegen windstoten tot 160 kilometer per uur en blijft ook produceren als het stormt. Door de hydraulische mast kan ik die gemakkelijk zelf onderhouden. Jaarlijks smeren en alle bouten controleren; meer is er niet nodig. Het grote pluspunt van een windturbine is dat die dag en nacht, winter en zomer groene stroom opwekt. Als we onze zonnepanelen en windturbine qua opbrengst in een grafiek gieten, dan stellen we vast dat we door die combinatie het hele jaar door ongeveer een gelijkaardige opbrengst van groene stroom hebben.”

Inventief

En Johan gaat nog een stap verder. “In de media wordt verkeerdelijk gezegd dat het de mest van koeien is die zorgt voor een grote CO²-uitstoot terwijl het eigenlijk hun adem is. De mest heeft zelfs nog een groen kantje. ’s Winters halen we via een circulatiesysteem warmte uit het water van de stalmest om onze zonneboiler op te warmen.”

Of de kleine windmolens de toekomst zijn voor iedereen betwijfelt Johan. “Een windmolen wekt te veel stroom op voor één gezin. In wijken en industriezones zou het wel perfect haalbaar zijn. Vooral aan de kust en in de Westhoek renderen windmolens optimaal. In het binnenland waait het veel minder. ‘Moet ik nu kiezen voor een windmolen of voor zonnepanelen?’, die vraag kreeg ik de voorbije jaren het meeste. Het antwoord is genuanceerd. Een varkensboer heeft vooral in de zomer veel elektriciteit nodig om zijn stallen te ventileren en is dan meer gebaat bij zonnepanelen. Een melkveebedrijf zal meer halen uit een windmolen omdat de melkmachines het hele jaar door draaien. Ik ben alvast blij met ons pionierswerk. Drie jaar later stel ik een groeiende interesse vast in windenergie en dat kan ik alleen maar toejuichen.”

Harelbeke
Windmolens Xant
Henk Deleu Harelbeke Windmolens Xant

Vyncke

Biomassaketelbouwer Vyncke uit Harelbeke was één van de eersten om ook op de kar van de windenergie te springen. Al enkele jaren prijkt in de tuin van het bedrijf langs de Gentsesteenweg een middelgrote windmolen.

Niet onlogisch, aangezien Vyncke één van de aandeelhouders is van XANT, een producent van middelgrote windmolens voor bedrijven. “Voorlopig zijn we vooral internationaal georiënteerd”, weet Alex De Broe. “Maar dankzij de steun van de Vlaamse regering zien we vooral in het winderige West-Vlaanderen stijgende interesse. Vaak zijn het landbouwbedrijven die over wat ruimte beschikken en zelf veel elektriciteit verbruiken. Zij moeten meestal geen rekening houden met buren die over het geluid zouden kunnen klagen. Zo’n molen is niet luidruchtig maar produceert toch wel enkele decibels. Met de subsidies van vandaag heeft zo’n windmolen een terugverdientijd van 6 tot 7 jaar. De investering, zo’n 330.000 euro, is natuurlijk niet min. Die kost moet de komende jaren zeker nog omlaag. De windmolen bij Vyncke is een beetje ons speeltje, een labo waar we tal van zaken uittesten.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.