Kluizenaar Stan (60) trekt voor derde zomer naar Oostenrijkse berg: “Een beetje luxe mag. Mijn kleren was ik niet langer met regenwater”

Kluizenaar Stan Vanuytrecht in Saalfelden.
Bart Claes Kluizenaar Stan Vanuytrecht in Saalfelden.
Stan Vanuytrecht (60) staat voor zijn derde zomer als kluizenaar. Drie jaar geleden was hij wereldnieuws: de diaken uit Diest werd uit vijftig kandidaten uitgekozen om de 17de-eeuwse Einsiedelei op een bergflank in het Oostenrijkse Saalfelden te bemannen. Een pittoresk gebouwtje, zonder stromend water of elektriciteit. Maar een beetje luxe mag ook wel.

Al sinds de 17de eeuw waakt de Einsiedler von Saalfelden over het dal. Een traditie waar ze hier fier op zijn. Toen kluizenaar Thomas Fieglmueller het in 2016 na een half jaar voor bekeken hield, waren de inwoners van Saalfelden dan ook enorm ontgoocheld. Burgemeester Erich Rohrmoser schreef prompt een vacature uit en vijftig diakens, broeders, paters en priesters stelden zich kandidaat. Waaronder één Belg: de toen 58-jarige diaken Stan Vanuytrecht uit Diest. De burgemeester was zo onder de indruk van Stan dat de keuze snel was gemaakt. “Zijn persoonlijkheid heeft alles wat we van een kluizenaar verwachten”, klonk het. “Stan straalt rust uit en oogt volhardend.” En hij heeft een indrukwekkende, witte baard, dat zal ook wel bijgedragen hebben.

Het nieuws haalde de internationale pers, maar na 2017 werd het stil rond Stan. Hoe zou het verlopen, daar op die berg? Vrij goed, zo blijkt. Zijn dagen zijn goed gevuld met bidden, luisteren naar de bezoekers, eten maken, houthakken, het groen snoeien en drie keer per dag de klokken luiden.

Stan is net zijn grote collectie bloemen aan het bijvullen als we hem spreken. “Misschien loopt het wat uit de hand”, lacht hij. “25 bloembakken tel ik nu, maar ik heb onvoldoende regenwater om alle plantjes te gieten. Daarom heb ik beneden in het dal, waar het wandelpad over een beekje gaat, zakjes gehangen met een boodschap erbij. Veel bezoekers vullen een zakje en brengen dat mee naar boven.”

Jeanne, jouw bordercollie, is er niet meer bij?

“Dat beestje verveelde zich steendood op de berg. Een bordercollie heeft ruimte nodig en plaats om te rennen. Hij kon zijn energie hier niet kwijt en werd zelfs depressief. ’s Ochtends wilde hij niet meer uit bed komen. Telkens als ik naar beneden ging, was hij even weer vrolijk. Uiteindelijk heeft een jong koppel uit Saalfelden hem geadopteerd. Hij woont nu in het dal, waar hij gelukkig is. Intussen heb ik een andere hond geadopteerd, een getraumatiseerd diertje dat zich wel goed voelt bij de rust hier op de berg.”

De zomer is hier vermoeiend. In juli en augustus bezoeken zeker 100 tot 150 mensen het kluizenaarshuisje. Dan staat de eerste bezoeker hier om half zeven ‘s ochtends en vertrekt de laatste na tien uur ‘s avonds. Dat zijn lange dagen

Stan Vanuytrecht

In de winter woon je bij je broer en schoonzus in België. Smacht je na de winter terug naar je kluizenaarsbestaan of net niet?

“Ik kijk er aan het einde van de zomer wel naar uit om naar België te gaan. De zomer hier is vermoeiend. In juli en augustus bezoeken zeker 100 tot 150 mensen het kluizenaarshuisje. Vaak staat de eerste bezoeker hier om half zeven ’s ochtends en vertrekt de laatste na tien uur ’s avonds. Dat zijn lange dagen. Ik begroet iedereen en veel mensen komen naar hier voor een goed gesprek, om hun hart te luchten. Ik ben hun luisterend oor. Maar bij een diepgaand gesprek is elk woord belangrijk. Omdat Duits mijn moedertaal niet is, kost me dat flink wat energie. ’s Avonds ben ik ‘fertig’, dan heb ik mijn gebed nodig om al die gesprekken terug te geven aan mijn chef hierboven. Het zijn Zijn kinderen, niet de mijne. Als ik me begin oktober voorbereid om naar België te gaan, ben ik daar echt aan toe. Ik logeer bij mijn broer en schoonzus. Het is een luxe als je eten ’s middags gewoon op tafel staat. Ik geniet er dan van om mijn kinderen, kleinkinderen en ouders terug te zien. Maar in de lente hunker ik alweer naar de dagen op de berg. Het moment dat de zon achter de bergen verdwijnt en de lichtjes in het dal aangaan. Wondermooi.”

Kluizenaar Stan Vanuytrecht in Saalfelden.
Bart Claes Kluizenaar Stan Vanuytrecht in Saalfelden.

150 bezoekers per dag. Dat voelt aan als werk, toch?

“Nee, dat niet. Voor een diaken is dat een roeping, geen beroep. Ik vind het een evidentie om iedereen te begroeten en vaak voer ik fijne, diepe gesprekken. Maar om mezelf toch wat rust te gunnen, heb ik mijn planning veranderd. Vroeger ging ik twee halve dagen per week naar het dal om inkopen te doen. Nu neem ik de volledige maandag vrij. Een dag voor mezelf. Ik doe dan mijn inkopen, ga naar mijn appartementje, doe dingen voor mezelf.”

Jouw appartement? Waarom heeft een kluizenaar een appartement in het dal?

“Vroeger deed ik mijn was en plas met regenwater op de berg. Douchen deed ik in het sportcentrum. Nu heb ik mijn eigen woning met een wasmachine en een douche waar ik op kan terugvallen. En op maandag heb ik daarvoor de tijd. ’s Avonds als er geen bezoekers meer zijn, zak ik ook al eens af naar het stadscentrum voor een douche. Dat appartement maakt het me wat gemakkelijker. Ik leef hierboven vrij primitief maar ik hoef ook weer geen levend museum te zijn.”

“Ook de kluizenaarswoning heb ik een beetje aangepast. Dat is heel normaal, kluizenaars hebben zich hier altijd weten te redden met hun handigheid en wat voorhandig was. Waarom zou ik dat niet doen? Zo heb ik de keuken van de Einsiedelei wat uitgebreid. Er stond een kachel om op te koken en verder niets. Ik heb een tafeltje geplaatst en een lavabo waar ik een vat van 60 liter regenwater en tien liter drinkwater heb op aangesloten. Een kast tegen de koude rotswand dient als natuurlijke koelkast. Zo krijgt het hier toch wat van een echte keuken.”

“Vorig jaar heeft de stad hier zelfs ledlampen geïnstalleerd. Die werken op het zonnepaneeltje waarmee ik mijn telefoon oplaad. Maar ik gebruik de ledverlichting amper. Te fel voor mij. Geef mij maar het zachte licht van een kaars of petroleumlampje.”

Wat was tot dusver je moeilijkste moment?

“Eind september wordt het hier donker om 17 à 18 uur. En pas om 8 uur ’s ochtends is de zon weer daar. Veertien uur duisternis zonder bezoekers, dat zijn telkens lange uren ook al ben ik graag alleen. Als het me te zwaar valt, ga ik dan de stad in, naar mijn appartement.”

En de mooie momenten?

“Die vele, diepe gesprekken met bezoekers. Ik heb meer dan tijdens mijn eerste jaar leren luisteren naar de mensen. Ik probeer zelf zo weinig mogelijk te praten. Ik bid met hen, of ze gelovig zijn of niet. Ik geef alleen raad als ik heel zeker ben over wat ik wil zeggen. Ik ben een diaken, geen therapeut.”

Aan stoppen heb je nog niet gedacht?

“Helemaal niet, maar vorig jaar zag het er niet rooskleurig uit. Ik bleek gevoelig te zijn voor het vocht en de schimmels in de kluizenaarswoning. Daardoor kon ik moeilijker ademen. Ik dacht dat het het einde van mijn kluizenaarsleven zou worden, maar tijdens de drogere zomermaanden viel het nog mee. Als het te erg wordt, slaap ik in het dal. Het lukt wel, ik ben hier nog niet weg.”




1 reactie

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • Roger Poot

    De eco terroristen zullen niet tevreden zijn.....