Kinderarmoede stijgt licht in Oost-Brabant, maar cijfers zijn beter dan elders in Vlaanderen

Schepen Maurits Vande Reyde  kon de armoedecijfers van 2019 inkijken: "Oost-Brabant heeft een van de laagste cijfers maar  we moeten ons blijven inspannen om jobs  en opleidingen te creëren".
Dirk Desmet Schepen Maurits Vande Reyde kon de armoedecijfers van 2019 inkijken: "Oost-Brabant heeft een van de laagste cijfers maar we moeten ons blijven inspannen om jobs en opleidingen te creëren".
Ruim tien procent van de kinderen in Diest groeit op in armoede, in Aarschot is dat zo’n 8,8% en in Tienen 21,8%. Dat blijkt uit cijfers van Kind en Gezin, die Vlaams Parlementslid en schepen in Diest Maurits Vande Reyde kon inkijken. Uit de gegevens blijkt ook dat 6,9% van de kinderen in Oost-Brabant opgroeien in armoede. De cijfers zijn voor 2019 en vertonen een lichte stijging van 0,4% tegenover 2018.

“Tien jaar geleden was die index nog maar 3,9% en dat zegt meer dan de lichte stijging tegenover vorig jaar. Het goede nieuws is dan weer dat Oost-Brabant één van de regio’s is met de laagste kansarmoede cijfers van heel Vlaanderen. Ter vergelijking: de provincie Vlaams-Brabant scoort 8,5% en over heel Vlaanderen bedraagt het risico 14%”, legt de schepen uit. Opvallend zijn ook de hogere cijfers in de steden in Oost-Brabant en in de stadskernen is de armoede hoger dan in de deelgemeenten van de steden.

Structurele oorzaken aanpakken

Volgens Vande Reyde, die ook lid is van de commissie welzijn in het Vlaams Parlement, zijn de oorzaken structureel. “Een job en een opleiding zijn de grootste factoren die kansarmoede beïnvloeden. Dat zijn de domeinen van de Vlaamse begroting waarin ontzettend veel middelen worden gestoken. Toch zie je dat het effect vooralsnog uitblijft. We moeten nog meer moeite doen om iedereen die kan werken aan een job te helpen. De VDAB is daarvoor onlangs een nieuwe weg ingeslagen, met veel meer nadruk op opleiding wanneer iemand werkloos is. Die aanpak moet lonen de komende jaren. Ook lokaal zetten we daar op in, met partners als Voka en Unizo. Mensen aan het werk krijgen kan het makkelijkst dichtbij huis”.

Daarnaast krijgen kinderen in kansarmoede specifieke extra steun bovenop het zogenaamde Groeipakket, al los je volgens Vande Reyde niet alles op door extra geld te geven. “Bij de vorige gemeenteraad kwam Sp.a Diest zelfs met het bizarre voorstel om elke inwoner – ongeacht het inkomen- 10 euro te geven om kansarmoede op te lossen. Dat werkt natuurlijk niet. Zomaar wat extra geld toestoppen heeft weinig effect. We zetten beter in op het onderwijs, vooral basis-en kleuteronderwijs, en we moeten er alles aan doen om mensen in kansarmoede naar een job te leiden. Dat zijn de echte factoren om het probleem bij de wortel aan te pakken, zowel lokaal als Vlaams. Uiteraard blijft sociale steun voor wie het echt nodig heeft noodzakelijk.”

Migratie-impact

Tenslotte blijkt uit de cijfers ook de grote impact van migratie: “Twee op de drie kinderen die in 2019 in kansarmoede opgroeiden, hebben een moeder met een niet-Belgische nationaliteit. Hun risico op armoede bedraagt maar liefst 33 procent en 37,5 procent van de kinderen met een moeder van Noord-Afrikaanse origine groeit op in kansarmoede, voor andere Afrikaanse landen gaat dat zelfs naar de helft. Kinderen met een Oost-Europese origine hebben ook nog altijd een armoederisico van 23,5 procent.

“Die cijfers tonen aan dat mensen met een migratie-achtergrond nog steeds achterblijven. Langs de ene kant is er nog veel werk op het vlak van het bestrijden van discriminatie. Maar we moeten ook meer mensen met een migratie achtergrond aan de slag krijgen. De Vlaamse regering heeft sinds dit jaar bijvoorbeeld de toegang tot kinderbijslag strenger gemaakt: pas wanneer je een tijd hier werkt, kan je genieten van sociale rechten. Dat is een goede stimulans. In landen als de VS en Canada heb je ook veel meer plichten, voordat je sociale rechten opbouwt”, besluit Vande Reyde.