Na jarenlang klachten rond extreme geurhinder: provincie heft vergunning Empro op

Buurtbewoners uit de omgeving van het bedrijf Empro klagen al jaren over geurhinder. Met diverse acties kaartten ze aan dat ze het beu waren.
Geert De Rycke Buurtbewoners uit de omgeving van het bedrijf Empro klagen al jaren over geurhinder. Met diverse acties kaartten ze aan dat ze het beu waren.
Het bedrijf Empro in Dendermonde is haar vergunning kwijt. Het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen heeft zopas beslist om die op te heffen. Buurtbewoners klagen al jaren over de extreme geurhinder die het bedrijf veroorzaakt. Het stadsbestuur had de provincie daarom gevraagd om de vergunning van Empro te schorsen of op te heffen. Aan dat verzoek wordt nu positief gevolg gegeven.

Al ruim vier jaar zijn er klachten rond geurhinder van Empro, dat op het industrieterrein Hoogveld in Dendermonde pluimen van kippen tot een basis van petvoeding en cosmetica verwerkt. Buurtbewoners klagen over een “misselijk makende en walgelijke” stank en klachten rond die geurhinder stapelden zich maar op. Omdat die klachten maar bleven toenemen, besliste het stadsbestuur om bij de provincie Oost-Vlaanderen een verzoek in te dienen om in te grijpen. Concreet vroeg de stad om de vergunning van Empro te schorsen of op te heffen.

De procedure daarvoor werd eind september 2019 opgestart. “Aanleiding waren de extreme en aanhoudende geurhinder, de veelvuldige klachten van omwonenden en de officiële vaststellingen van de afdeling Handhaving van het departement Omgeving en de lokale politie”, zegt gedeputeerde Leentje Grillaert (CD&V). “De daarop volgende beslissing is nu duidelijk: er komt een opheffing van de vergunning van Empro. Om tot deze beslissing te komen, werd de noodzakelijke procedure gevolgd. Daarbij werden onder andere adviezen ingewonnen van het schepencollege en de afdeling Handhaving. Daaruit blijkt dat het bedrijf onaanvaardbare geurhinder veroorzaakt, gelet op de frequentie, de intensiteit, de duur en de onaangenaamheid ervan.”

Het bedrijf Empro is op industrieterrein Hoogveld gevestigd en verwerkt daar pluimen van kippen tot een basis van petvoeding en cosmetica.
Geert De Rycke Het bedrijf Empro is op industrieterrein Hoogveld gevestigd en verwerkt daar pluimen van kippen tot een basis van petvoeding en cosmetica.

Hinder blijft onaanvaardbaar

Het provinciebestuur besluit dat ‘zelfs na vele verbeteringspogingen van het bedrijf en de intensieve opvolging door de afdeling Handhaving en verschillende consultants, de hinder onaanvaardbaar blijft’. “Dit werd ook gestaafd aan de hand van een geuronderzoek uitgevoerd door een erkend deskundige in de discipline lucht”, klinkt het. “In beide adviezen wordt voorgesteld om de vergunningen te schorsen of op te heffen.”

Ook de bedrijfsleiding van Empro werd gehoord in het kader van de provincie. “Op basis van alle elementen oordeelt de deputatie dat er geen garantie is dat de geurhinder, met de huidige installaties en bedrijfsvoering op de huidige locatie, tot een aanvaardbaar niveau kan worden herleid”, zegt Grillaert. “De deputatie heeft daarom beslist om de vergunningen op te heffen.”

Schepen van Milieu en Ruimtelijk Ordening Marius Meremans (N-VA) reageert tevreden op de beslissing van de provincie. “Dit is ook waar we om gevraagd hebben en in welke zin we een advies hadden uitgebracht,” zegt hij. “De aanslepende geurhinder is echt een probleem. Het was duidelijk dat het niet mogelijk bleek om op korte termijn een blijvende oplossing te bekomen. We zijn opgelucht en tevreden dat de provincie gevolg geeft aan onze bezorgdheden. De motivatie van de beslissing van de deputatie is meer dan duidelijk.”

Gegrond protest

Ook bij buurtbewoners en het actiecomité Bad Smell Hoogveld klinken tevreden geluiden. “Wij zijn verheugd dat Empro zijn activiteiten niet mag voortzetten”, zegt Tomas Mannaert namens het comité. “Dat de provincie deze beslissing heeft genomen, is een bewijs dat ons protest gegrond was. Wij vinden het spijtig voor de werkgelegenheid van Empro, maar de gezondheid van de omwonenden heeft absolute prioriteit. Wij gaan ervan uit dat Empro zich tijdens de afgelopen tijd kon organiseren naar deze beslissing toe. Uiteindelijk is het van belang dat de hinder stopt, wij opnieuw met de ramen open kunnen leven en onze tijd die wij in dit protest staken opnieuw nuttig kunnen besteden. Wij willen alle mensen bedanken die zich hebben ingezet voor deze zaak, in het bijzonder de Dendermondse politiek, de provincie en de leden van ons comité.”

Beroep

Als de beslissing van de provincie betekend is aan het bedrijf, heeft dat dertig dagen tijd om te beslissen of het beroep aantekent bij de Vlaamse minister voor Leefmilieu.  Gedurende die periode mag de productie wel doorlopen. Als het beroep er komt, schorst dat bovendien de beslissing van de deputatie op en kan ook dan de productie doorgaan. De minister heeft dan 120 dagen tijd om een oordeel te vellen.

Empro kondigt alvast meteen aan dat het wel degelijk in beroep gaat. “We geloven er zelfs in dat deze beslissing in beroep zal omgekeerd worden”, zegt zaakvoerder Vaast Van Overschelde. “Ondertussen wil Empro al zijn stakeholders, waaronder tientallen toegewijde werknemers, klanten en leveranciers verzekeren dat het hun belangen blijvend zal verdedigen en tevens even intens inspanningen zal blijven leveren voor het leefmilieu. We zijn bijzonder ontgoocheld in de uitspraak van de deputatie. Die legt hier een maatregel op die zelfs niet gevraagd werd en waar het bedrijf zich niet kon tegen verdedigen. Een eerste summiere lezing van de motivatie lijkt erop te wijzen dat zij daarbij ook voorbijgaat aan een aantal evidente juridische en technische inzichten. Het is onbegrijpelijk dat de deputatie die amper vijf jaar geleden een vergunning afleverde, deze nu zelf zou intrekken met enorme economische gevolgen.”