Broers Cassiman reageren op uitstel Ros Beiaardommegang: “Al blij dat wij Vier Heemskinderen mogen blijven”

De broers Maarten, Wout, Stan en Lander Cassiman moeten een jaar langer wachten om als Vier Heemskinderen door de stad te rijden.
Geert De Rycke De broers Maarten, Wout, Stan en Lander Cassiman moeten een jaar langer wachten om als Vier Heemskinderen door de stad te rijden.
De eerste vraag die de broers Maarten (16), Wout (11), Stan (9) en Lander (9) Cassiman stelden toen ze hoorden dat de Ros Beiaardommegang een jaar wordt uitgesteld: “Mogen wij dan wel Vier Heemskinderen blijven?” Het antwoord is bevestigend en dat is een grote opluchting voor de jongens.

Net zoals alle andere kinderen en jongeren in Vlaanderen momenteel blijven ook de broers Cassiman thuis omdat de scholen dicht zijn. Daardoor hadden ze het nieuws over het uitstal van de ommegang meteen mee. Een schok was het nieuws niet helemaal voor de jongens. “Eén na één werden allerlei grote evenementen geannuleerd. We hadden dan ook in het achterhoofd dat hetzelfde met de Ros Beiaardommegang kon gebeuren”, zegt Wout. “al hadden we natuurlijk wel liever gehad dat we nu al in mei onze ronde op het Ros konden maken.”

Toch was er enige ongerustheid. “Ik heb toch maar voor de zekerheid meteen gevraagd of wij dan wel Vier Heemskinderen mochten blijven”, zegt Maarten. “We kijken hier zo hard naar uit! Gelukkig staat dit gegeven buiten discussie.”

Blijven oefenen

De broers waren zich de voorbije maanden alvast heel hard aan het voorbereiden. Regelmatig kwam de kinesist op bezoek om beenspieren te trainen en spreidstand te oefenen. Dat is nodig, want de rug van het paard is bijna twee meter breed. “We zijn alleszins van plan om te blijven oefenen, ook al is het nu een jaar langer wachten”, zegt Stan. “Stilzitten is toch niet meteen iets voor ons en zo blijven we bezig.”

De broers nemen het erbij dat ze nog eens 365 dagen extra geduld moeten hebben. “Onlangs hadden we wel al eens een oefensessie op het echte Ros Beiaard, achter gesloten deuren in de Hollandse Kazerne”, zegt Lander. “Dat was heel tof. We weten nu nog beter waar we zo naar aan het uitkijken zijn!”