Welkom in het meest rock-’n’-rollhuisje van het land: Van drinkglazen tot een radio uit 1956, Sandra en Mark verzamelen alles wat vintage ademt

Mark Ellmer en Sandra Lefftz aan hun cocktailbar.
Wannes Nimmegeers Mark Ellmer en Sandra Lefftz aan hun cocktailbar.
Deze radio uit 1956 heeft 70 euro gekost.
Wannes Nimmegeers Deze radio uit 1956 heeft 70 euro gekost.
Sandra en Mark zijn grote fans van Lambretta-scooters. Ook boven hun hoofden in de huiskamer bengelt het bekende plakkaat.
Wannes Nimmegeers Sandra en Mark zijn grote fans van Lambretta-scooters. Ook boven hun hoofden in de huiskamer bengelt het bekende plakkaat.
Alsof de tijd hier is blijven stilstaan: dit gevoel krijg je meteen wanneer je de woonkamer van Mark en Sandra binnenstapt.
Wannes Nimmegeers Alsof de tijd hier is blijven stilstaan: dit gevoel krijg je meteen wanneer je de woonkamer van Mark en Sandra binnenstapt.
Alsof de tijd er is blijven stilstaan. Zo kan je de woonkamer van Sandra Lefftz en Mark ‘Fatty’ Ellmer uit Deinze het best omschrijven. Maar verwacht geen koppel stoffige tachtigers, Mark en Sandra zijn net de vijftig voorbij en beiden hebben een vurige passie voor vintage spullen, vooral van de fifties. Van een cocktailbar uit bamboe tot een oude televisie uit 1957, alles ademt hier rock-’n-roll. “Zo lang het er goed uit en oud uitziet, dan komt het wel hier terecht. Als we het door de deur krijgen tenminste.”

Gottem. Het klinkt een beetje zoals Gotham uit de Batman-verhalen en dat is meteen ook de reden waarom Sandra Lefftz hier in 2000 is komen wonen. Behalve de Batman-windhaan op het dak verraadt niets dat het oude vlashuisje in het dorpje op de grens van Oost- en West-Vlaanderen er vanbinnen helemaal niet uitziet als de catalogus van Ikea. Bij Sandra en Mark lijkt het alsof Elvis Presley de taak van binnenhuisarchitect op zich genomen heeft. Maar The King is al dood sinds 1977 en toen woonde Sandra nog in een boerderij in Tongeren en Mark in de Britse badstad Brighton. Hoe de twee elkaar ontmoet hebben, heeft een beetje weg van een film met James Dean: met veel vetkuiven, een portie drama en swingende muziek.

“De liefde voor de ‘goeie ouwe tijd’ is begonnen met muziek", zegt Mark. “Ik ben opgegroeid in Brighton en ik droeg al van mijn zeventiende een vetkuif, een zogenaamde flat top. Mijn vader was een grote Bill Haley en Elvis Presley-fan en daar kwam mijn eerste interesse voor country en rock-’n-roll-muziek van, later gevolgd door sixties garage- en soulmuziek. Ik hou gewoon van ‘old stuff’, dat is voor mij meer esthetisch bevredigend.” 

Op een avond is de vonk overslagen. Ik stond op het punt te emigreren naar Nieuw-Zeeland, maar ik ben er nooit geraakt. In 2006 ben ik van Engeland naar België verhuisd. Minder tropisch, moet ik wel zeggen...

Mark Ellmer

Voor Sandra begon de fascinatie voor vintage bij muziek en dans: “Ik was als zeer jong meisje al geïnteresseerd in de jaren 40 en 50 en ik ben begonnen met balletdansen toen ik vijf jaar oud was. Ik herinner me de zwart-witfilms, de showgirls met hun fantastische outfits en kapsels, de glamour en de muziek. Ik danste aan de Royal Academy of London in Brussel, maar ik heb mijn carrière moeten stopzetten, toen ik zestien jaar was omdat mijn ouders mijn studies niet meer konden betalen. Ik heb mijn eerste platenspeler gekocht toen ik tien jaar oud was, maar ik had nog geen geld voor platen. Toen ontdekte ik de platen van mijn ouders en mijn broer en zo leerde ik crooners zoals Dean Martin en The Rolling Stones kennen. Toen ik 15 jaar was, hoorde ik voor het eerst The Cramps op Studio Brussel en toen ging er een nieuwe wereld open, die van de psychobilly. Het is een mix tussen rockabilly en punk: snel en agressief met beelden en teksten die geïnspireerd zijn op horrorfilms. Kledij zoals gebleekte en gescheurde jeans, mouwloze T-shirts, Dr. Martens-schoenen en grote vetkuiven hoorden daar ook bij. Het gat in de ozonlaag, steek dat maar op ons, met al die hairspray. Enkele vriendinnen en ik noemden onszelf de ‘Shecats’. Onder die naam brachten we eind jaren 80 ons eigen muziektijdschrift uit. In die tijd ben ik ook veel naar Groot-Brittannië gereisd om bands te ontmoeten en ook hier in België hadden we een kleine scene.”

Partner verloren

Dankzij zijn liefde voor scooters en oude auto’s geraakte ook Mark in de psychobillywereld terecht. “Ik ben voor het eerst naar België gekomen in 1992. Mijn maten en ik gingen naar een scooter/soul-avond in Gent en daar heb ik Sandra voor het eerst ontmoet. Zij was daar met haar verloofde Paul. We bleken heel wat gemeenschappelijke vrienden te hebben en het was een leuke, dronken avond. Sandra en ik zijn altijd in contact met elkaar gebleven. Toen Sandra en ik elkaar leerden kennen, had ik mijn eerste vrouw verloren in een auto-accident en niet veel later overleed ook Paul, met wie Sandra toen pas tien maanden getrouwd was, na een dramatisch werkongeval. Zowel Sandra als ik zijn snel opnieuw getrouwd, maar ook redelijk snel weer gescheiden. En op een avond is de vonk overgeslagen. Ik ben altijd slecht geweest met vrouwen, ik kan gewoon niet tegen ze praten, maar ik had haar altijd een toffe gevonden en dankzij mijn kameraad Alex is het er toch van gekomen. Ik stond op het punt om te emigreren naar Nieuw-Zeeland, maar ik ben er nooit geraakt. In 2006 ben ik naar België verhuisd. Minder tropisch, moet ik wel zeggen.” Sandra vult aan: “We hebben dezelfde woelige waters bevaren”, zegt Sandra. “Allebei onze eerste partner verloren om dan snel te hertrouwen en te scheiden. Daarom hebben we op onze trouw bij het verlaten van het stadhuis het liedje ‘Oops, I did it again’ van Britney Spears laten spelen. (lacht).”

Intussen woont Mark al dertien jaar bij Sandra in Gottem, samen met Max, Sandra’s zoon uit haar vorig huwelijk. Samen hebben ze het oude vlashuisje volledig ingericht naar hun eigenzinnige smaak. “Hier kan je niets modern doen", zegt Sandra. “Art deco past hier gewoon niet, ook al is Mark daar wel fan van. Onze stijl is een beetje een mix: er is een religieus hoekje met Jezus-prentjes, aan het plafond hangt een surfplank en de tafel en stoelen, de vitrinekast en het servies werden gefabriceerd in de jaren 50. Zo hebben we een televisietoestel met tafeltje van het Antwerpse merk Prisma uit het jaar 1957. Ik heb er niet zoveel over teruggevonden, behalve dat de prijs in die tijd dezelfde was als de goedkoopste auto. Ik heb er 100 euro voor betaald. Het televisietoestel springt aan, maar de buis licht niet op en je hebt een antenne nodig. Ik zou graag hebben dat hij zou werken, al was het maar om hem aan te sluiten op een dvd-speler zodat we naar zwartwit-films kunnen kijken. Onze favoriete film is ‘Some like it hot’ met Marilyn Monroe in de hoofdrol. In de keukenkast staan zelfs drinkglazen uit de jaren 50, maar daar mag niemand uit drinken. Wanneer we op reis gaan en er komt een vriend op het huis passen, dan hang ik overal briefjes en post-its met daarop ‘niet aanraken’.” 

In de keukenkast staan zelfs drinkglazen uit de jaren 50, maar daar mag niemand uit drinken. Als we op reis gaan en er komt een vriend op het huis passen, dan hang ik overal briefjes met daarop ‘niet aanraken’

Naast het televisietoestel staat een grote, oude radio in een bijhorende kast. “Deze dateert uit 1956 en zowel de radio als de platenspeler werken nog prima”, zegt Mark. “Ik heb ook nog een klein radiootje, dat ik voor zeven euro heb gekocht. Waar we al die spullen vinden? De Kringloopwinkel, Ecoshop, rommelmarkten en af en toe op het internet. Soms vraagt men belachelijk veel geld en er zijn veel mensen die gewoon spullen opkopen om ze dan met veel winst te verkopen. Daar doen wij niet aan mee. Als mensen iets uit ons huis willen, dan moeten ze ons eerst vermoorden”, lacht Mark. 

Cocktailbar uit bamboe

Als we Mark en Sandra vragen wat ze het eerst zouden redden bij een huisbrand, dan wijst Sandra onmiddellijk naar haar cocktailbar uit bamboe bij de deur. “Die bar heeft me 75 euro gekost. Dat is een koopje, want nu betaal je daar al gauw 400 euro voor. Ook mijn Lambretta-plakkaat zou ik nog snel meenemen.” Mark: Ik zou levend verbranden terwijl ik aan het beslissen ben wat ik zou meenemen. Maar waarschijnlijk zou ik eerst mijn harpoen en gitaar, die onder het bed liggen, redden.” 

Wat opvalt, is dat er geen jukebox in het huis van Sandra en Mark staat. “Ik zou graag een Rock Olla hebben, zo eentje die eruit ziet als de achterkant van een auto”, zegt Mark. “Ons huis staat nu al propvol en er kunnen geen grote stukken meer bij, maar voor zo’n jukebox zou ik alles wel herschikken. Maar er staan nog veel dingen op ons verlanglijstje. Ik hou van auto’s met vleugels, typisch voor de jaren 50. Mijn favoriet is een Chevrolet Impala uit 1959. Ik had ooit de kans om eentje te kopen, hij kostte toen 21.000 Britse pond (bijna 24.000 euro, red.), maar nu zou je er al snel 70.000 Britse pond (bijna 85.000 euro) voor betalen. Mochten we ooit de lotto winnen, dan zouden we een grote schuur bouwen en die volproppen met oud gerief. Ferrari’s of Lamborghini’s interesseren me niet, ik zou eerder gaan voor een oude tractor. Wat ik nog graag zou hebben? Nog een extra koelkast uit de fifties. Ik heb een prachtig exemplaar zien staan voor 300 euro, degelijk gebouwd me glazen schappen, maar die kan hier gewoon niet meer binnen. Of ik zou al een van Sandra’s cocktailbars moet uitbreken.” “Geen denken aan, die bars gaan nergens heen, tenzij het brandt”, zegt Sandra.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.