Stadsdichter verklaart liefde aan materniteit met gedicht ‘Moederstad’

Stadsdichter Steven Van de Putte.
Anthony Statius Stadsdichter Steven Van de Putte.
Om de symbolische actie ‘geboren in Deinze’ kracht bij te zetten, schreef stadsdichter Steven Van de Putte het gedicht ‘Moederstad’. Hij kreeg hierbij hulp van enkele mama’s, die allemaal in Deinze bevielen. 

14 februari is de dag van de liefdesverklaringen en ook de materniteit van het Sint-Vincentiusziekenhuis heeft er al veel gekregen via de stadsactie ‘geboren in Deinze’. Ook stadsdichter Steven Van de Putte uitte zijn liefde voor de materniteit. 

Steven bundelde zijn liefde voor de vroedvrouwen en gynaecologen in het gedicht ‘Moederstad’. Hiervoor ging hij praten met de hoofdvroedvrouw van Sint-Vincentius en riep via Facebook ouders op om getuigenissen over de materniteit te delen. Een achttal moeders, die in Deinze van een kind bevielen, schreven op die manier letterlijk en figuurlijk mee aan Moederstad. Hun ervaringen werden in een aantal getuigenissen in het gedicht gebundeld.

Hieronder lees je het gedicht:

I. Moederstad

Dit is een stad in de stad. Zij rolt geboorteplannen uit,

blinde vlekkenplannen van verlangen. Laat moeders

vaders participeren aan het kunstwerk met hun kind:

dromen zij van onder water of een zachte schommelbal ?

Dit is een stad in de stad. Het is hier veilig in haar rechte

lanen. Vroedvrouwen waken als straathoekwerkers over

de kwetsbaren die zij hun gasten noemen, zij die zichzelf

zoeken in een kind, het levenslicht, een nieuw evenwicht.

Dit is een stad in de stad. In de dorpskom wijzen roze

kaartjes de weg naar huizen met ballonnen deurbellen.

Bezoekers sluipen langs namen, zoeken stambomen,

verwantschap, steken als kamers hun licht op in de gang.

Haar verloskamer is een baken, het witte schitterlicht

dat zich als een lopend vuur verspreidt over markten

en pleinen. Daar zingt men het lied, de naweeën van

hun coryfeeën, hoe zij hun liefde de vrije loop lieten.

II. Met zorg omringd

Een mama

Eerst kantelde ik traag mijn bekken op je hand, ademde

de geur van jasmijn. Dan mijn hoofd diep in je boezem,

rug gebold tegen helse pijn, schreeuwde je mijn weeën,

knuffelde je mijn zijden draadjes binnenin tot ze zwegen.

Een mama

Je kende mijn angstval, mijn vensterlaken diep als een ravijn.

Op de metronoom van je stem, zo vertrouwd als het dekentje

van een nooit verloren droom, perste ik alle kleuren uit grote

liefde. In een verre kijkdoos sliep regenboogje als een roosje.

Jij legde zijn foto uitvergroot, huid op huid, dichtbij ons .

Een mama

Kamerconcert in trio. Een glissando van rituelen.

Navelsnaren bloeden langzaam leeg in ons kind.

Het orkest klopt uit bij papa’s schaarbeweging.

Bloed komt op adem. Herwonnen zelfvertrouwen

crawlt door een haarbos naar vermeende sapjes.

Astronaut zweeft door ruimte met baby. Grapjes.

Je helpt hem op zijn stappen terug te komen.

Een mama

Omdat ik sinds week 33 al in je ritme leefde,

de zuigzang van schone slapers hoorde, hun

lage tongen gebrand op prille binding, elke

namiddag de warme spoeling, je babbels op

bed, zoete rooibosthee met een beetje raad,

je nam hun boorlingen op je arm: “alleen

uit rust put je melk voor nieuwe honger”,

beviel ik in week 35 niet in kille kwartieren,

maar in je warme stad met zorg omringd.