Agentschap Natuur en Bos installeert twee extra broedplaatsen voor ooievaars: “Hopelijk breidt de kolonie verder uit”

Boswachter Björn Deduytschebij de ooievaarspaal aan Vaart Linkeroever, aan de overzijde van de Brielmeersen.
Anthony Statius Boswachter Björn Deduytschebij de ooievaarspaal aan Vaart Linkeroever, aan de overzijde van de Brielmeersen.
Woensdag werd de tweede ooievaarspaal geplaatst aan de Oude Leiearm op de grens van Gottem (Deinze) en Zulte.
Anthony Statius Woensdag werd de tweede ooievaarspaal geplaatst aan de Oude Leiearm op de grens van Gottem (Deinze) en Zulte.
In afwachting van de komst van de ooievaars heeft het Agentschap Natuur en Bos (ANB) alvast twee nieuwe broedplaatsen voorzien. Dinsdag werd een acht meter hoge paal geplaatst aan Vaart Linkeroever, aan de overzijde van de Brielmeersen, en vandaag (woensdag) kwam er een tweede paal aan de oude Leiearm op de grens van Zulte en Gottem. “We hopen dat de kolonie uitbreidt in natuurlijk gebied”, zegt boswachter Björn Deduytsche.

Provinciaal de Brielmeersen is niet langer de enige plaats in Deinze waar ooievaars kunnen broeden. In Landegem werd door de stad Deinze een nieuwe broedplaats voorzien en ook het Agentschap Natuur en Bos zocht mooie plekjes in de natuur waar de sierlijke vogels een nest kunnen bouwen. Dinsdag plaatsten boswachter Björn Deduytsche en zijn team een acht meter hoge broedpaal aan Vaart Linkeroever in Deinze en woensdag volgde een tweede paal aan de ‘perenboomplas’ in het natuurgebied rond de oude Leiearm in Gottem, Grammene en Olsene. Deze paal bevindt zich net op het grondgebied Olsene (Zulte).

Voedselrijke biotoop

“Bovenaan de paal werd een kunstplatform in metaal voorzien en deze werd alvast bekleed met wilgentakken”, zegt Björn Deduytsche. “Zo moeten de ooievaars niet op een metalen constructie hun nest beginnen bouwen. Het broedseizoen vindt plaats in april en in maart keren de meeste ooievaars terug, maar er worden er ook al deze maand verwacht. Waarom broedpalen op deze plaatsen? In de Brielmeersen huizen er al zeven koppels en het zou mooi zijn mocht de kolonie zich uitbreiden naar natuurgebieden in de omgeving. Hier hebben ze alvast een prachtige en voedselrijke biotoop. Of ze uiteindelijk hier een nest zullen bouwen valt af te wachten, maar de kans is groot.”