Tapijtfabrikanten riskeren vier jaar cel en vijf jaar beroepsverbod wegens fraude

De broers Dejager, eigenaars van de Deerlijkse tapijtfabriek Osta Carpets, riskeren elk vier jaar cel, vijf jaar beroepsverbod, een boete en samen een verbeurdverklaring van maar liefst 18 miljoen euro in de fraudezaak rond Petercam. Ze hebben jarenlang miljoenen euro's zwart geld niet aangegeven. "Johan Dejager wilde wel degelijk regulariseren, maar we hebben een fout gemaakt", pleitte advocaat Walter Van Steenbrugge gisteren.

Het gesjoemel kwam in 2006 aan het licht toen een ex-werknemer van grootbank Liechtenstein Global Trust de bankgegevens van 1.400 buitenlanders doorspeelde aan de Duitse overheid. Zo belandde bezwarende informatie over de gebroeders Dejager bij de fiscus en het gerecht. Het parket startte een onderzoek. Daaruit bleek dat de familie jarenlang veel zwart geld vergaarde.


Volgens het parket waren er drie methodes. "In een eerste fase werden fictieve commissielonen aan zichzelf betaald in het belastingparadijs Hongkong", verduidelijkte de procureur in de Gentse rechtbank. De Belgische staat heeft zo 3,3 miljoen euro misgelopen.

Facturen via Cyprus

"In een andere fase werden facturen die bestemd waren voor Amerikaanse klanten omgeleid via Cyprus. De broers maakte 7,7 miljoen euro winst. 7,5 miljoen euro ging naar hun persoonlijke rekening. Een derde fase gebeurde via overfacturatie. Er werd bewust te veel gefactureerd aan Osta Carpets. Zo konden de broers meer aangeven aan de belastingen. Het bedrag dat te veel werd gefactureerd, werd dan onder tafel teruggegeven aan het bedrijf."


Een groot deel van het geld werd door de broers geïnvesteerd in een villa in Marbella en in kunst en boeken.

Financieel advies

De familie Dejager bekende vrij snel, maar wees eveneens in de richting van het beurshuis Petercam en het advocatenkantoor Tiberghien. Die hadden hen financieel advies gegeven. Daarom vervolgde het parket de broers, Petercam en Tiberghien voor witwassen van zwart geld en schriftvervalsing bij het opstellen van het regularisatiedossier.


Gisteren pleitten de advocaten urenlang, waarbij de verdediging zich vooral vragen stelde over de geldigheid van het onderzoek. "Er werden misdrijven gepleegd door de Duitse overheid om de informatie te bemachtigen", stelt Van Steenbrugge. "Johan wilde regulariseren wat er te regulariseren viel, maar we hebben een fout gemaakt. Nu zitten ze ook nog eens aan zijn legaal geld."


Petercam staat niet terecht. Het beurshuis heeft zijn straf afgekocht. Tiberghien moet mogelijk een passende boete betalen. Rik D. dreigt zes maanden cel te krijgen. Vonnis op 16 juni. (JEW)