Verdediging van Bennet Demeulenaere betwist oogmerk tot doden: “Het ging om een onbeholpen reddingspoging”

Bennet Demeulenaere.
BELGA Bennet Demeulenaere.
Een onbeholpen reddingspoging. Zo omschrijft de advocaat van Bennet Demeulenaere het dooreenschudden van zijn dochtertje Romy. “Ik ben er honderd procent van overtuigd dat mijn cliënt dat kindje niet dood wilde”, pleitte strafpleiter Kris Vincke. De verdediging vroeg het hof om de feiten te herkwalificeren van doodslag naar opzettelijke slagen en verwondingen met de ongewilde dood tot gevolg.

Meester Kris Vincke begon zijn pleidooi met de zware jeugd van zijn cliënt. Bennet Demeulenaere werd in het eerste en tweede middelbaar van het KTA in De Panne zwaar gepest. “Hij zegt zelf dat hij een schone jeugd heeft gehad”, stelde Vincke. “Maar ik ben blij dat ik die jeugd niet heb gehad. Dat pesten heeft Bennet gemaakt tot wat hij is. Zijn verslavingsproblematiek mag op rekening van de pesters geschreven worden. Bennet was amper te zien op de speelplaats. Hij vertoefde meestal in de studiezaal om de kinderen te ontwijken. Welke indruk moet dat maken op een kind van 11 à 12 jaar oud?”

Goede vader

De Beernemse strafpleiter ziet Bennet Demeulenaere als een goede vader. “Als hij Shana zag, wist hij meteen dat de verwekker van haar kind haar in de steek had gelaten. Hij heeft nooit een vadergevoel gehad en wilde niet hebben dat dat kindje hetzelfde zou tegenkomen als hij. Romy moest een vader en een moeder hebben. Ik vind dat chapeau van hem. Bennet nam z'n verantwoordelijkheid. Na de breuk met z’n eerste vriendin (ook de moeder van z’n eerste kind, red.) ging zij meteen akkoord met een week-weekregeling. Had ze dat gedaan mocht Bennet een gevaar betekend hebben voor dat meisje? Ik denk het niet.”

Geen leugenaar

De verdediging drong bij de volksjury aan om het verhaal van Demeulenaere, over de val en zijn daaropvolgende reactie, niet zomaar langs de kant te schuiven. “Ik ben er honderd procent van overtuigd dat hij dat kind niet dood wilde hebben”, stelde meester Vincke. “Mocht hij een leugenaar zijn, had de psychiater het hier wel gezegd. Bij de start van het gerechtelijk onderzoek heeft mijn cliënt meteen de volledige toedracht gegeven, terwijl hij zichzelf ermee in moeilijkheden bracht. Hij had evengoed kunnen zwijgen. De dag van de feiten was hij volgens de moeder van Romy in normale doen. Hij had een Cymbalta (een antidepressivum, red.) genomen en dat maakte dat hij rustig was. Hij was niet agressief volgens z’n vrienden, behalve als hij drugs moest hebben. Was dat zo de dag van de feiten? Nee, want hij had de avond ervoor nog twee jointjes gerookt.”

“En de val? Waarom zou het niet kunnen dat dat kind tijdens het verversen uit de zetel is gegleden? Niemand heeft het kind horen krijsen, wat perfect kan volgens de pediater. De mama van Romy lag boven te slapen en is niet wakker geworden van het geroep van Bennet. Nochtans was hij volgens vrienden verbaal agressief. Als hij gefrustreerd was door het krijsen van Romy, had Bennet geroepen en getierd. Mijn cliënt heeft Romy proberen redden. Zo onbeholpen en onkundig als het maar kon. Dat heeft de dood veroorzaakt van Romy. Bennet kon dat nooit voorspeld hebben, want is geen medicus. Hij is laagbegaafd en het kindje vertoonde geen uitwendige verwondingen. De wetsdokter is het zelf komen vertellen: de meeste ouders weten niet dat schudden zo’n ernstige gevolgen kan hebben.”

De verdediging vroeg de jury om de feiten te herkwalificeren van doodslag naar opzettelijke slagen met de ongewilde dood van Romy tot gevolg. Meester Vincke wees daarbij op een vonnis van de Brusselse correctionele rechtbank die maandag nog een stiefvader 6 jaar cel gaf voor bijna identieke feiten.