VUB-ingenieurs werken aan zelf ontworpen beademingstoestel

Fablab VUB en ULB.
Baert Marc Fablab VUB en ULB.
Een team van de Vrije Universiteit Brussel (VUB) is begonnen aan het bouwen en testen van een eenvoudig beademingstoestel. Tijdens de komende dagen en weken moet eerst blijken of de toestellen ook effectief inzetbaar zijn in ziekenhuizen. Pas daarna kan aan grootschalige productie gedacht worden. 

Dag na dag stijgt het aantal mensen die besmet zijn met het coronavirus. Veel ziekenhuizen vrezen op de piek van de epidemie een tekort aan beademingstoestellen. Het Fablab van de VUB werkte de voorbije week aan de ontwikkeling van een eenvoudig beademingstoestel. Onder leiding van Mark Runacres, professor stromingsmechanica en hoofd van het FabLab Brussels, hebben personeel, doctorandi en studenten uit de opleiding industrieel ingenieur in enkele dagen tijd een eerste prototype gebouwd.  “Het FabLab-team heeft ervoor gekozen om niet te praten maar te bouwen. Op basis van een werkend prototype kan veel sneller beslist worden of het ontwerp geschikt genoeg is voor gebruik in ziekenhuizen”, aldus Runacres. “We willen het prototype nu laten valideren door artsen. De feedback is tot nu positief, maar we moeten goed beseffen dat het maar een prototype is. Het kan nog altijd dat ons toestel niet goed genoeg wordt bevonden.”

Besef dat er moet worden samengewerkt

De mensen die werken aan het ontwerp staan in direct contact met collega’s uit de academische wereld en uit het bedrijfsleven, die voortdurend feedback geven over het ontwerp en suggesties maken ter verbetering. “Die input is essentieel. Sommige bedrijven hebben ook componenten ter beschikking gesteld. In normale tijden zou dit allemaal minder snel gaan, maar nu leeft overal het besef dat er moet worden samengewerkt,“ aldus Runacres.

Als het prototype geschikt wordt bevonden, zullen de plannen voor het ontwerp publiek beschikbaar gemaakt worden, zodat andere labs het ontwerp kunnen realiseren en verbeteren. Maar om de volumes te produceren die misschien nodig zijn, heeft het FabLab ook steun nodig van de industrie. De respons tot nu toe is alvast heel positief. Als de toestellen uiteindelijk niet nodig zijn in de Belgische ziekenhuizen, kunnen ze wellicht op andere manieren nuttig zijn. Ze kunnen dienen voor opleidingen of geschonken worden aan landen die niet genoeg beademingsapparatuur hebben. Het is nog koffiedik kijken wanneer en hoeveel toestellen geleverd kunnen worden. ‘Er kan vandaag veel dat een week geleden niet kon. Als de urgentie er is - en dat is nu zeker het geval - kan het in principe heel snel gaan”, klinkt het toch hoopgevend bij de projectleider.