Brussels parlementslid Mathias Vanden Borre (N-VA) uit kritiek op werking politie en parket in dossier stadsbende Fioul Gang

De verdachten zitten momenteel nog in de cel.
RV De verdachten zitten momenteel nog in de cel.
Brussels parlementslid Mathias Vanden Borre (N-VA) is niet te spreken over de werking van de Brusselse politie en het parket van Brussel in de zaak rond de stadsbende Fioul Gang, die verschillende minderjarige meisjes in de prostitutie dwong. “We moeten nogmaals en tot onze grote spijt vaststellen dat een gebrek aan coördinatie en samenwerking van de Brusselse politiediensten nefaste gevolgen heeft”, klinkt het. 

In het dossier rond de Brusselse stadsbende die minderjarige meisjes in de prostitutie gedwongen zou hebben, is mogelijk te lang getalmd. “Zo snel er gewerkt werd begin januari, zo traag ging het in de zomer vorig jaar”, klonk het gisteren nog.  Ook Brussels parlementslid Mathias Vanden Borre (N-VA) vindt dat er sneller ingegrepen moest worden en wil met de zaak aantonen dat een fusie tussen de zes Brusselse politiezones hoognodig is. “Dat de stadsbende Fioul Gang uit Sint-Gillis en Vorst, die verschillende minderjarige meisjes gedwongen prostitueerde, pas begin dit jaar gestopt werd in plaats van een half jaar eerder, is onder andere ook te wijten aan een gebrekkige coördinatie tussen de Brusselse politiediensten onderling en tussen de politiediensten en het parket”, aldus Vanden Borre. “Zelfs het openbaar ministerie van Brussel geeft toe dat het niet gelopen is zoals het hoort. Dat is een duidelijk teken dat de huidige organisatie niet is wat ze moet zijn.”

Geen uitstel

“Het stilzitten door de lokale politiezone Brussel-Zuid gedurende de afgelopen zomermaanden van 2019 is naar eigen zeggen te wijten aan een gebrek aan middelen”, gaat Vanden Borre verder. “We moeten nogmaals en tot onze grote spijt vaststellen dat een gebrek aan coördinatie en samenwerking van de Brusselse politiediensten nefaste gevolgen heeft. Indien de politiezones meer intens zouden samenwerken op het niveau van het Gewest, dan zouden ook manschappen van andere zones kunnen ingeschakeld worden in een uiterst dringend dossier, waar uitstel geen optie is.”

“Je zou veronderstellen dat met een gewestelijke Veiligheidsraad (met daarin het parket, de federale politie, de 6 korpschefs en natuurlijk minister-president Rudi Vervoort (PS), zo’n dossiers professioneel behandeld worden. Toch niet, zo blijkt. Zolang er geen echt eengemaakt bevel is, zal men de hete aardappel blijven doorschuiven. Hoe kan men dit met een schoon geweten uitleggen aan de slachtoffers?”, besluit Vanden Borre. 

Het Brusselse parket is voorlopig niet bereikbaar voor commentaar.