Brusselaars uit Sint-Pieters-Woluwe leven langer dan die uit Sint-Joost-ten-Node

Shutterstock
Het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn en het InterMutualistisch Agentschap hebben dinsdag samen met Brussels minister voor Welzijn en Gezondheid Alain Maron (Ecolo) nieuwe cijfers bekendgemaakt over de sociale ongelijkheden tussen de verschillende Brusselse wijken. De gevolgen voor de gezondheid van de Brusselaars blijken groot, zowel op vlak van levensverwachting, kans op diabetes en tandverzorging.

Voor de studie werden de mutualiteitsgegevens van meer dan een miljoen Brusselaars gekruist met andere data zoals statistieken over geboorten en overlijdens. Het Brussels Gewest werd in vijf homogene zones onderverdeeld op het vlak van sociale en ruimtelijke ordening, gaande van de “arme sikkel” rond het kanaal tot de rijkere wijken in het zuidoosten van het Gewest.

De resultaten tonen dat de levensverwachting van een pasgeborene uit de periode 2011-2015 in Sint-Joost-ten-Node 80 jaar bedraagt, tegenover 85 in Sint-Pieters-Woluwe. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat het gemiddeld belastbaar inkomen in de rijkere gemeente Sint-Pieters-Woluwe 25.321 euro bedraagt, tegenover 14.931 euro in Sint-Joost.

Diabetes en tandverzorging

De studie legde binnen de toegang tot zorg nog de focus op twee thema’s: diabetes en tandverzorging, die gratis is voor kinderen. Hier werd duidelijk dat in de armere wijken liefst 30 procent meer risico is op diabetes. Het aandeel van minderjarigen dat in 2016 preventieve tandheelkundige zorg ontving toont ook een duidelijk verschil: 17,8 procent binnen de lagere inkomensgroep en 25,2 procent binnen de hogere inkomensgroep.

Het Observatorium concludeert dat er nood is aan een gecoördineerd beleid dat zich richt op het wegwerken van de levensomstandigheden die ziektes veroorzaken.