Beklaagde riskeert twaalf jaar cel in zaak 'brugmoord'

Sandel C., een 46-jarige Roemeen, riskeert een celstraf van twaalf jaar voor de dood van een landgenoot. De twee kregen het aan de stok onder een brug in Neder-Over-Heembeek, waar C. het slachtoffer meermaals sloeg met een ijzeren staaf.

De beklaagde leefde al twee maanden onder de brug, in het gezelschap van slachtoffer M. en nog een derde landgenoot. M. werd beschouwd als de 'chef', en vroeg de twee anderen in die hoedanigheid soms om wodka of sigaretten. Toen hij op 10 augustus 2015 opnieuw wodka wilde, sloegen de stoppen door bij Sandel C. Hij greep een ijzeren staaf en sloeg drie keer hard op het hoofd en de schouders van M. Hij deelde ook twee vuistslagen uit, en ging er vervolgens vandoor.


M. bleef achter met een schedelbreuk en kneuzingen in het gezicht en zijn benen. Hij verloor ook enorm veel bloed. De derde brugbewoner, een al wat oudere man, was intussen wakker geworden door het tumult. Hij zag meteen dat het ernstig was, maar de batterij van zijn gsm bleek leeg te zijn. Hij moest die eerst in de buurt opladen, alvorens hij zijn straathoekwerker kon bellen. Die alarmeerde op zijn beurt de hulpdiensten - 2 uur en 40 minuten na de feiten. Het is niet duidelijk of er vervolgens een ziekenwagen uitgestuurd werd. Maar wat wel vaststaat, is dat er nooit een ambulance tot bij het slachtoffer is geraakt.

Niet noodzakelijk fataal

Sandel C. vroeg dan ook aan de wetsdokter of een tijdige medische tussenkomst de dood van het slachtoffer had kunnen voorkomen. "Als de hulpdiensten binnen een uur of anderhalf uur ter plaatse geweest waren, had hij het overleefd", klonk het bevestigend. "De verwondingen waren niet noodzakelijk fataal." Maar zelfs als de hulpdiensten ter plaatse waren geraakt, waren ze al te laat om het slachtoffer nog te redden.


Volgens het parket is de hele kwestie evenwel juridisch irrelevant. "C. heeft de dodelijke verwondingen opzettelijk toegebracht", klonk het. "Bovendien heeft hij niet geholpen om de gevolgen te beperken. Ondanks het vele bloed heeft hij de plaats gewoon verlaten. Hij sloeg op het hoofd met een wapen, en met een enorme kracht. Dat hij de intentie had om te doden, kan dus onmogelijk weerlegd worden." C. hield evenwel vol dat hij zich enkel verdedigd had. "Hij viel mij aan met die ijzeren staaf. Ik heb die kunnen bemachtigen en heb hem dan geslagen." Volgende week vrijdag mag zijn advocaat dit komen bepleiten. (WHW)