16de ‘Weik van ’t Brussels’ zet dialect in de kijker

Geert Dehaes van Be.Brusseleir haalt alles uit de kast om er een geslaagde week van te maken.
Baert Marc Geert Dehaes van Be.Brusseleir haalt alles uit de kast om er een geslaagde week van te maken.
Vanaf volgende maandag gaat alweer de 16de ‘Weik van’t Brussels’ door. Daarvoor staan er verscheidene activiteiten op de planning: van de ‘Brusseleir van’t Joêr’-verkliezing tot een heus ‘Gruut Brussels Diktei’. Dat alles om het sappig Brussels dialect in de kijker te zetten.

Het is de eerste keer dat er een ‘Gruut Brussels Diktei’ wordt opgezet. Het decor op 6 november is het halfrond van het Brussels parlement. “Voor onze ‘Weik van’t Brussels’ proberen we altijd originele activiteiten te vinden”, zegt Geert Dehaes van Be.Brusseleir. “Het is de bedoeling om het oude en het nieuwe te combineren. We geven nu al een aantal jaar lessen in het Brussels en dan leek een dictee ons wel een leuk idee.”

Daarnaast komt Claude Lammens op 7 november zijn boek ‘154, sonnetten van Shakespeare in ’t Brussels’ voorstellen en voorlezen. Op 14 november kan je in Muntpunt naar ‘Brusselstsjirp’, een poêzie-avond volledig in het Brussels. De afsluiter is dan weer traditioneel het concert ‘Brusselstuub’ in de AB op 23 november.

Goesting

De ‘Weik van’t Brussels’ is ook een herinnering dat het Brusselse dialect nog altijd leeft. “Ik krijg vaak te horen dat het dialect dood is, maar van die houding moeten we af”, zegt Dehaes. “Eens je zegt dat iets dood is, dan verdwijnt het ook. Wij merken net veel interesse van allerlei Brusselaars voor hun dialect. De laatste tijd zien we steeds meer mensen uit de rand rond Brussel op onze lessen, naast de mensen die het Brussels van thuis uit meekregen. Het is duidelijk dat de mensen van de Rand ook een band voelen met de stad. Al krijgen we hier mensen met allerlei achtergronden over de vloer: van Duitsers tot Marokkanen. Wat belangrijk is dat mensen goesting hebben om het Brussels te ontdekken.”

Dehaes ziet ook de jeugd het Brussels ontdekken. “Je merkt het aan de ‘Ket’-T-shirts die je ziet”, zegt hij. “Brussels is ook een dialect zonder negatieve bijklank. Ik denk dat dat te maken heeft met de typische zwans en zelfspot ven de Brusselaar. Ik zou dat in geen enkele andere taal kunnen dan in het Brussels. Die humor, dat is de kern van het overleven van het Brussels.”

Toekomst

De ‘Weik van ’t Brussels’ kreeg ondertussen als idee al navolging, onder meer in Gent. Maar ook Brussel zit niet stil. Met een steeds meer diverse en internationale stad, verandert ook de taal. “Dialecten staan niet stil, we gebruiken nu heel andere woorden dan honderd jaar geleden”, zegt Dehaes. “Daarom zullen we samen met De Markten bekijken hoe de straattaal van jongeren evolueert. Zij gebruiken immers heel veel talen door elkaar. Zo willen we zien hoe de toekomst van het Brussels er uitziet.”




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.