1600 slachtoffers van terreuraanslagen vragen financiële hulp

Ook slachtoffers van  de aanslag op het joods museum konden een aanvraag indienen
photo_news Ook slachtoffers van de aanslag op het joods museum konden een aanvraag indienen
Ongeveer 1.600 slachtoffers van een terreuraanslag hebben een aanvraag ingediend om financiële hulp te krijgen. In december 2019 waren dat er nog iets meer dan 1.000. De deadline voor slachtoffers van de aanslagen van 22 maart 2016 liep in maart af.

Op 15 maart 2017 werden dertien aanslagen in België en het buitenland officieel erkend als terreurdaden. Slachtoffers hadden drie jaar om bij de overheid financiële hulp aan te vragen. De lijst omvat onder meer de aanslagen van 22 maart 2016 op de luchthaven van Zaventem en metrostation Maalbeek en de aanslag op het Joods Museum van mei 2014.

Op 21 januari van dit jaar herinnerde de FOD Justitie eraan dat die termijn afliep op 18 maart. Op dat moment waren er al meer dan 1.000 dossiers in behandeling en had de Commissie al meer dan 4 miljoen euro toegekend. “Tussen 1 januari en 18 maart 2020 werden er ongeveer 500 nieuwe verzoeken van slachtoffers van terrorisme ingediend”, zegt Sieghild Lacoere, woordvoerster van minister van Justitie Koen Geens (CD&V). Dat brengt het aantal terrorismedossiers op ongeveer 1.600.

De Commissie voor Financiële Hulp garandeert geen volledige schadeloosstelling, maar een “billijke financiële hulp”. Daarbij wordt rekening gehouden met de mogelijkheden tot schadeloosstelling via andere bronnen, bijvoorbeeld verzekeringen of ziekenfondsen. “Slachtoffers die een aanvraag tot financiële hulp indienen, vragen op die manier ook automatisch het statuut van nationale solidariteit aan, waarbij ze bijvoorbeeld een invaliditeitspensioen of terugbetaling van medische verzorging kunnen verkrijgen”, klinkt het bij FOD Justitie.