"Ik was gemaakt voor deze job"

KORPSCHEF JOHAN DE BECKER GEEFT NA 15 JAAR DE FAKKEL DOOR

Johan De Becker met Molenbeek op de achtergrond.
Baert Marc Johan De Becker met Molenbeek op de achtergrond.
Na 15 jaar aan het roer te hebben gestaan van misschien wel de moeilijkste politiezones van Brussel, neemt Johan De Becker afscheid van zijn functie als korpschef van Brussel-West. Tijd voor een jongere generatie, vindt hij. Hij waarschuwt: "Het is geen eitje, want verarming, radicalisering en terrorisme vieren de laatste jaren hoogtij." Maar Johan kijkt tevreden terug: "Ik was gemaakt voor deze job."

"Wat vorig jaar gebeurde in Molenbeek hadden we niet zien aankomen. Toen we hoorden dat de terroristen achter de aanslagen uit onze gemeente kwamen, verging onze wereld. Maar het luidde ook een kantelmoment in en nu zijn we beter voorbereid dan ooit." De 58-jarige Johan De Becker zit op donderdagochtend ontspannen achter zijn bureau van het hoofdcommissariaat in hartje Molenbeek. Nog enkele weken kan hij op zijn vertrouwde stoel vertoeven, dan geeft hij de fakkel door aan opvolger Bertrand Vols.

Korpschef De Becker voor het politiecommissariaat.
Baert Marc Korpschef De Becker voor het politiecommissariaat.

Geen seconde spijt

"Er is in de jaren dat ik werkte als agent veel miserie bijgekomen in Brussel. De bevolking is gestegen, er zijn heel wat hulpbehoevende families, nationaliteiten en religies bijgekomen, de fusering van de politiezones en natuurlijk de aanslagen. En toch moesten we het steeds stellen met het laagst toegewezen budget. Het is niet gemakkelijk geweest." Maar spijt van zijn beslissing om korpschef te worden? Geen seconde. "Het leiderschap heeft altijd al in me gezeten. Ik was amper 9 jaar oud toen mijn vader stierf, mijn moeder was op dat moment zwanger van mijn jongste broer. We groeiden op in een sociale woning in Laken, luxe heb ik nooit gekend."


Als jonge knaap van 18 besluit Johan in de voetsporen van zijn nonkel, hoofdcommissaris in Vorst, te treden, dus meldt hij zich na zijn legerdienst aan bij de gemeentepolitie. "Ik was een eenvoudige wijkagent, stond het verkeer op straat te regelen. Tegelijkertijd volgde ik studies criminologie. Ik werkte 's nachts, overdag ging ik naar school. En al snel kwamen daar drie kinderen bij. De kansen lagen me niet zomaar voor het grijpen, ik heb altijd hard geknokt voor wat ik wilde bereiken." Maar Johans ambitie en vechtlust werpen hun vruchten af. "Op m'n 23e werd ik de jongste adjunct-commissaris van het land, en wederom op m'n 36e de jongste korpschef van Jette." In 2001 komt de grootste uitdaging. De vijf gemeentes van Brussel-West (Sint-Jans-Molenbeek, Jette, Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem en Koekelberg) fuseren tot één politiezone.


Op zoek naar een geschikte leider om alles in goede banen te leiden, zoeken de bevoegde burgemeesters geen hoge piet van bovenaf die Brussel amper kent. Ze willen een rot uit het vak, die dankzij hard werken de politieladder is opgeklommen. Al snel weten ze: Johan is hun man.

Papier op

"Toen ze me de vraag stelden, heb ik toch even naar huis gebeld. Want als korpschef ben je 24 op 24, 7 dagen op 7 bezig. Ik heb mijn familie heel vaak moeten missen. Denk maar aan de aanslag op het Centraal Station twee weken geleden. Tot 8 uur 's ochtends rinkelde mijn telefoon. En om 9 uur moest ik weer op post zijn voor de ochtendvergadering. Toch heb ik niet lang moeten twijfelen, ik zei ja." Johan werd meteen met een uitdaging geconfronteerd, want niet iedereen was opgezet met de samensmelting. Hij doet dan ook zijn uiterste best om elke werknemer onder zijn hoede te leren kennen. "Ik heb mijn korpschef-pet afgezet en bij elke dienst een dag meegedraaid. Het is als korpschef zo belangrijk om te weten waar je eigen mensen mee bezig zijn." Ook de intrek in het nieuwe gebouw in Molenbeek verliep niet van een leien dak. "Mijn eerste dag in de stoel zag ik plots een muis door mijn bureau lopen. Ondertussen klopten ze op mijn deur omdat het papier op was en ze eenvoudigweg geen processen verbaal meer konden opstellen. Bleek ook nog eens dat de lift niet werkte." Maar het allermoeilijkste? "Ik heb onder mijn dienst heel wat goede krachten verloren. Agenten die werden neergestoken of geveld werden doordat ze een stukgesmeten butagasfles op hun hoofd krijgen. Het blijft keer op keer verschrikkelijk om de families op de hoogte te brengen." De agressie kwam niet enkel van criminelen en amokmakers, ook de kritiek van buitenaf op Molenbeek neemt toe.

Tijd voor familie

"Je weet dat je goed bezig bent, maar toch moet je hele tijd verantwoording afleggen. Dat constante veroordelen van Molenbeek is niet eerlijk. Heel wat mensen krijgen hier niet de kansen die anderen elders krijgen en werken toch enorm hard. Dat ze eens hier komen wonen, dan zullen ze het wel begrijpen." Na 15 jaar dienst is Johan trots op wat hij verwezenlijkt heeft, maar hij kijkt ook uit naar de vrije tijd die in het verschiet ligt. "Eerst ga ik wat aan mijn gezondheid doen en proberen wat kilootjes kwijt te raken. Vervolgens ploegen en wroeten in de tuin. Maar boven alles ga ik eindelijk tijd besteden met mijn familie."