Het voorbeeld van burgemeester Bonte

Column LDVK

Beleidvoerders hebben gelijk als ze zeggen dat niet iedere waterplas of elke rivier in Vlaanderen afdoende kan worden beveiligd met hekkens of afsluitingen. Van burgers mag ook worden verwacht dat ze zich veilig gedragen in de stad. In de wintermaanden van het jaar moeten feestgangers weten dat ze in de buurt van (ijskoud) water voorzichtig genoeg moeten zijn en voor zichzelf moeten zorgen.

En toch. Toch is het ook de plicht van burgemeesters, brandweer, politie om de best mogelijke voorzorgen te nemen. We willen niet beweren dat er dan geen drenkelingen meer zullen zijn, maar die Nederlander uit Ossendrecht, Max Meyer, zou misschien wel niet in de Schelde zijn gevallen en verdronken, om er een te noemen. Of die voetbalsupporter Ben Vanleene.

Gemeenten met veel waterwegen zoals dat in Antwerpen het geval is, moeten ondanks moeilijke omstandigheden hun waterpartijen op de best mogelijke wijze beveiligen. Ze kunnen vertrekken vanuit een preventief gericht veiligheidsdenken.

Elke drenkeling is er een te veel

Burgemeester Hans Bonte, uit Vilvoorde, geconfronteerd met een verdrinking in het Zeekanaal, heeft met zijn veiligheidsteams de risico’s overwogen die tot verdrinkingen kunnen leiden. Iedere verdrinking, elke drenkeling is er een te veel, net zoals dat het geval is in het verkeer. De ouders van jongens als Frederik Vanclooster zullen hem dankbaar zijn, als hij doorzet met zijn plannen. Frederik en andere drenkelingen keren daarmee niet terug, maar hun dood zal dan niet vergeefs geweest zijn.

Frederik was in de nieuwjaarsnacht in het Zeekanaal terecht gekomen en moet wellicht door het koude water een thermische shock hebben opgelopen die hem fataal is geworden. Water en plezier maken gingen hier niet samen. Het Zeekanaal ligt op een goede vijftig meter van de Kruitfabriek, een discozaal. Wellicht heeft Frederik een noodlottige val gemaakt, is hij weggeleden, het water in.

Wie in dat Zeekanaal valt, heeft weinig kans. Op eigen kracht geraakt zelfs een goede zwemmer er niet uit. Hetzelfde geldt voor het Albertkanaal. Ook daar bieden de oevers weinig houvast. Het moet dan al zijn dat er op het ogenblijk van het ongeluk net iemand voorbij komt om eruit getrokken te worden. Anders is er geen redding mogelijk.

Burgemeester Bonte laat nu nagaan of er hekkens kunnen geplaatst worden ter hoogte van de feestzaal. Dat is beheersbaar en zal niet de grote kostprijs zijn. Een andere maatregel is wat ingrijpender, het aanbrengen van trappen en laddertjes aan de kaaimuren, maar doenbaar. Bonte overweegt ook het aanbrengen van touwen en reddingsboeien op plaatsen waar de grootste risico’s bestaan. Dat zijn zeker niet de duurste maatregelen en de burgemeester die zijn best doet om de gevaarlijkste plaatsen extra te beveiligen, zal ongetwijfeld geapprecieerd worden.

Tijd is de ergste vijand

Natuurlijk kan niet ieder risico uitgeschakeld worden, tenzij met zeer veel geld en dan nog. Maar plaatsen in de stad waar de risico’s het grootst zijn kunnen wel beter beveiligd worden, zoals de dokken aan het Eilandje, in de Cadixwijk, langs de oevers van de Schelde, het Lobroekdok en omgeving.

Antwerpenaren kennen de gevaren van de dokken wel, jongeren die occasioneel komen feesten en al wie de stad niet te best kent, zijn zich al veel minder bewust van het gevaar. Ouders willen zeker zijn dat hun kinderen na een nachtje stappen veilig thuis geraken, niet alleen in het verkeer, maar ook na een avondje uit.

In de koude seizoenen is tijd dan de grootste vijand van de drenkeling.

Luc Van der Kelen.
Benoit De Freine Luc Van der Kelen.