Coronaspuwers beticht van het “verspreiden van giftige stoffen”

John M. is één van de vier corona-spuwers die een maand langer in de cel moet blijven.
rv John M. is één van de vier corona-spuwers die een maand langer in de cel moet blijven.
Vier mannen die vorige week naar de politie hadden gespuwd, moeten nog minstens een maand langer in de cel blijven. Dat heeft de raadkamer in Antwerpen dinsdagmorgen beslist. De vier mannen worden beticht van “het verspreiden van giftige stoffen.” 

Vorige week werden verschillende verdachten opgepakt omdat zij bij een politiecontrole hadden gespuwd naar agenten.  Een 43-jarige man in Deurne, een 26-jarige man in Wilrijk, een 44-jarige Pool in Wommelgem en een 38-jarige man uit Antwerpen moeten dus in de cel blijven.  Om de mannen in voorarrest te kunnen opsluiten, haalden de  onderzoeksrechters hun inspiratie uit de aanpak van brieven met giftig poeder.

In de Verenigde Staten zaaiden terroristen begin jaren 2000 paniek door brieven met miltvuursporen naar administraties te sturen. Een vijftal ambtenaren overleed aan besmetting met miltvuur. Ook in België dook het fenomeen op, maar het ging altijd om vals alarm. De strafwet werd wel aangepast met betichtingen zoals “verspreiden van giftige stoffen” en het verspreiden van “vals  bericht van een aanslag.” 

Het college van procureurs-generaal heeft in zijn advies voor de handhaving van coronamaatregelen aangegeven dat deze betichting ook kan toegepast worden op de spuwers. Zo voldoen zij aan de voorwaarden om voorlopig in de gevangenis te worden opgesloten. Daarvoor moet een vergrijp met één jaar celstraf bestraft kunnen worden.  Het spuwen kan de verdachten een veroordeling opleveren van  3 maanden tot 2 jaar en boetes van 400 tot 2.400 euro.

Of de mannen besmet zijn met het coronavirus is niet geweten. Bij de opsluiting in de gevangenis is enkel hun lichaamstemperatuur gemeten. Die was normaal en wees niet op besmetting.