COLUMN Luc Van der Kelen, voormalig hoofdredacteur van Het Laatste Nieuws: “Na elke crisis herneemt het gewone leven, maar wanneer de goeie dagen echt zullen terugkeren, dat durf ik niet te zeggen.”

Luc Van der Kelen
Benoit De Freine Luc Van der Kelen

Mijn oudste kleinzoon, de eerste van negen, heeft donderdag zijn achttiende verjaardag gevierd. De eerste van je kleinkinderen heeft toch altijd een speciaal plekje. Hij heeft je hart stormenderhand veroverd. We waren er als grootouders altijd bij, behalve deze keer, nu hij de stap heeft gezet van adolescentie naar volwassenheid, een mijlpaal in het leven van elke jongen of meisje, het moment waarop je zelf de beslissingen voor je eigen toekomst mag en moet nemen.Van vieren is er helaas niet veel in huis gekomen, we konden er niet eens bij zijn. Covid-19 en dokter Van Ranst hebben daar een stokje voor gestoken. Het zal wel dat het nodig is, maar het maakt mijn hart niet minder droevig, met ergens op de achtergrond de angst dat je als 70-plusser behoort tot een risicogroep in een steeds globalere wereld. Hoe opener die wereld is, hoe moeilijker te beheersen.

In welke wereld zullen onze kleinkinderen terecht komen ? Niemand die het nog durft voorspellen. Toen wij, de generatie van de jaren zestig, opgroeiden, lachte de wereld ons toe. De mogelijkheden waren ongekend. We zouden alles aankunnen en niets leek onmogelijk. De wereld lag aan onze voeten. Iets dat de coronacrisis benadert, hebben we in de verste verte nooit meegemaakt. Zullen onze kleinkinderen nog de kans krijgen om even gelukkig te worden ?

Ik weet het wel, na elke crisis herneemt het gewone leven. Maar wanneer de goeie dagen echt zullen terugkeren, dat durf ik niet te zeggen. Het kan best dat we een kantelmoment meemaken in de moderne geschiedenis, dat ongekend is en dat ons leven diepgaand zal beïnvloeden voor een lange, lange tijd. Iets zoals een oorlog zonder bommen en geweren. De autoloze zondagen, weet u nog, van de jaren ’70 na de eerste olieschok, waren een aardigheidje. De mensen die over de Ring mochten flaneren, auto’s niet toegelaten in de Kennedytunnel. Of de voedselcrisis van einde vorige eeuw. Dat was al een voorbode van een diepe crisis, maar mensen raken in hun gezondheid is nog wat anders.

De economische crisis bovenop de gezondheidscrisis is zo geweldig diepgaand dat er veel tijd zal overheen gaan om de economie en de welvaart te herstellen. De beurscrach is dieper dan die van de jaren dertig van vorige eeuw. Maar nu bestaan er gelukkig instellingen als de Europese Bank (ECB) die kunnen ingrijpen. Dat biedt ons toch een stukje hoop. Er bestaan remedies, maar ze zullen dan even krachtig moeten zijn als de vernietigende slagen die de wereld heeft moeten doorstaan.

Wat me vaak opvalt bij de aanstormende generatie van mijn kleinkinderen, is dat de sfeer van onbegrensde mogelijkheden bij hen niet bestaat. Ze kijken angstiger naar de wereld als wij vroeger. Niets is even vanzelfsprekend als het was. Maar nu is het aan hen om recht te zetten wat we in onze tijd hebben verzuimd. Alles leek zo vanzelfsprekend. In het weekend naar de Lotto Arena. Plezier maken op Tomorrow-land. In de winter gaan skiën, in de zomer naar de zon. Honger hebben we nooit gekend, epidemies ? Die dateerden al van de jaren ’20. De roaring twenties. Het zal nog even duren vooraleer we daar terug zijn.

Daarom richt ik mij nu tot jou, mijn beste kleinzoon William. Maak jij de wereld nu.

Je opa.