Bij Lies

Axl

Klaas De Scheirder

Op mijn zestiende zat ik na de schooluren vooral in het Kempense Westmalle. Reden daarvoor was café Take Five. Toentertijd zowat de meest beruchte punkkroeg tussen Antwerpen en Turnhout. De optredens in het zaaltje achter het café waren legendarisch. Lokale helden als Tumor en Dead System speelden er zowat elk weekend.


Maar af en toe werd de boel volledig gemolesteerd door skinheads, waardoor we ergens anders iets moesten gaan drinken. Café De Harmonie, aan de overkant van de Turnhoutsebaan, was meestal het alternatief. De uitbaatster heette Lies. Haar vaste cliënteel bestond uit gepensioneerde duivenmelkers, die letterlijk van 's middags tot 's nachts op dezelfde kruk aan de toog zaten.


Eén van die stamgasten was Albert, een chronisch ladderzatte, marginale en verzuurde zestiger, die ons liever niet in zijn stamkroeg zag binnenkomen. Achteraf bekeken misschien wel logisch, want elke keer als hij wauwelend de wereld aan het verbeteren was achter zijn lauwe pint, lachten we hem vierkant uit.


De oneliners van den Berre waren zo van de pot gerukt, zo dom en zo belachelijk racistisch, dat ze bijna surrealistisch komisch werden.


Op een dag gorgelde hij met opgestoken middenvinger: 'Als het aan mij lag, dan zou er een muur komen tussen België en Holland. Alle kaaskoppen tegen de muur, godverdomme! En alle Marokkanen terug naar eigen land! Wat denken die lamzakken wel! En niet morgen, hé. Vandaag nog, godverdomme! En alleen nog maar worst met stoemp! Die Chinese brol steek ik niet in mijn mond!'


Ik herinner me nog dat Johan De Brabander, één van mijn toenmalige beste maten, fluisterde: 'Stel je voor dat zoiets verkozen wordt tot eerste minister! Of erger nog: president van Amerika!'


De afgelopen dertig jaar heb ik altijd moeten glimlachen als ik terugdacht aan die avond. De laatste dagen lukt me dat echter niet meer.


The joke became reality.