"Mijn levenswerk mag niet verloren gaan"

DIRECTEUR (96) IZENBERGSE OPENLUCHTMUSEUM ZOEKT VRIJWILLIGERS

Marcel Messiaen (96) is misschien wel de oudste museumdirecteur van het land.
Benny Proot Marcel Messiaen (96) is misschien wel de oudste museumdirecteur van het land.
Vorige maand vierde Marcel Messiaen uit Westende zijn 96ste verjaardag. Zijn rug doet wat pijn, maar desondanks wandelt hij nog gezwind door zijn openluchtmuseum Bachten de Kupe. Marcel zoekt dringend helpende handen om het historische erfgoed in stand te houden. Zijn droom? Een uitbreiding met 22 huisjes.

Met een dikke sleutelbos wandelt Marcel door zijn museum terwijl hij alle deuren van de huisjes opent. Het oudste gebouw is het boerenhuis uit 1650. Alle panden zijn volgestouwd met materiaal.


Dat gaat van landbouwmachines over een hoefsmederij tot een schoenmakerij. Je kan het zo gek niet bedenken of je vindt het wel in het openluchtmuseum Bachten de Kupe.


"Liefst 42.000 collectiestukken heb ik en zelf ben ik het 42.001ste", lacht Marcel, de oudste museumdirecteur van het land. "96 jaar geleden zag ik het levenslicht in een Waals kasteel. Daar moet ik al de liefde voor de authenticiteit hebben opgesnoven. In de jaren vijftig erfde ik van mijn grootvader Theodoor Depotter wat oud vissersmateriaal en zo was de kiem gelegd voor wat jaren later mijn levenswerk zou worden. Het jaar voor het openluchtmuseum in Bokrijk opende, ging ik er langs en dacht bij mezelf: dat kan ik ook in West-Vlaanderen. Dankzij wat steun uit het dorp slaagde ik in mijn opzet. Het is uiteraard geen tweede Bokrijk geworden, maar wel een dorp zoals het er vroeger uitzag met verschillende ambachten, een kiosk en herberg."

De tabakswinkel in het openluchtmuseum Bachten de Kupe toont hoe rookwaren vroeger gemaakt werden.
Benny Proot De tabakswinkel in het openluchtmuseum Bachten de Kupe toont hoe rookwaren vroeger gemaakt werden.

Nieuw leven nodig

Hij reisde de streek af op zoek naar origineel materiaal om de huisjes eigenhandig te bouwen. "Tot mijn tachtigste kroop ik zelf op de daken om die te herstellen. Vandaag lukt dat niet meer. Ik kan rekenen op mijn dochter en schoonzoon en een paar vrijwilligers, maar extra handen zijn meer dan welkom om de site te onderhouden. Ondanks de beperkte groep kunnen we het museum deze zomer elke namiddag openhouden. Zelf kom ik er wekelijks. Vroeger was dat zeven dagen op zeven. Dit museum loslaten, zal ik echter nooit kunnen. Geraak ik er zelf niet meer, dan laat ik me wel rijden. Ik heb altijd gezegd: 'Alles wat hier binnenkomt, gaat nooit meer weg'. Dat geldt niet enkel voor mijn collectiestukken, maar ook voor mezelf."

Frustratie

Het gebrek aan overheidssteun is iets wat Marcel tegen de borst stoot. "Per huisje moeten we onroerende voorheffing betalen, verder tellen we patrimoniumbelasting neer en hebben we talrijke andere kosten", overloopt Marcel.


"Dat moeten we allemaal zien te betalen met de opbrengst van de ticketverkoop. Als we aan de gemeente Alveringem financiële steun vragen of een toeristisch ankerpunt in ons museum in te richten voor de permanentie, dan krijgen we een negatief antwoord. Met jaarlijks om en bij de 3.000 bezoekers redden we het, maar een financiële injectie is nodig. Mijn grote droom is om het museum uit te breiden met 22 huisjes, een brouwerij en een school met drie klassen. Er is nog zoveel dat ik nu door plaatsgebrek niet kan tonen. Ik denk maar aan alles rond het fietsgebeuren of computers. Het blijft me fascineren hoe alles ooit is uitgevonden door de mens." Zondag 6 augustus vindt in Bachten de Kupe de dag van de oude ambachten plaats vanaf 10.30 uur. Er zijn talrijke demonstraties en verschillende workshops. Info: www.openluchtmuseumbachtendekupe.be of 058/29.80.90.