Waarom oled belangrijker is dan 4k bij de aanschaf van een nieuwe tv

Shutterstock
Om bij de aankoop van een nieuwe tv géén 4k-model in huis te rollen, moet je vandaag eigenlijk al flink je best doen. 88% van de modellen die we vandaag in de Pricewatch vinden, is een 4k-model. De maatstaf voor de ‘betere tv’ heet nu oled. 

Momenteel heb je voor minder dan 400 euro al een 4k-televisietoestel in huis. En dat is dan eentje van 50 inch (127 centimeter) beelddoorsnede, en van gevestigde merken als Samsung, Philips en Sharp. Om nog even samen te vatten waar 4k voor staat: 4k-schermen tellen 3840 op 2160 pixels, en zijn dus viermaal zo scherp als  de 1920 op 1080 beeldpunten die je bij een klassiek hogedefinitiescherm vindt. Zelfs als je als gebruiker niets aan die extra beeldresolutie hebt, loont het toch de moeite niet meer om nog voor een klassiek Full hd-model te kiezen. De winkelprijzen zijn namelijk zo goed als gelijk aan elkaar, zeker bij de 50 inch-modellen. Dus waarom zou je bij de aankoop van een nieuwe tv nog voor die oude standaard gaan?

Meer content

Het blijft natuurlijk nog maar de vraag of je die extra beeldpunten als consument überhaupt wel zo nodig hebt. Meestal is het antwoord: neen. Als je lineair/live tv kijkt of als je een Proximus- of Telenet-tv-abonnement hebt, profiteer je waarschijnlijk niet veel van de extra beeldkracht.  

De betere toestellen van een aantal merken doen aan wel aan zogenaamde ‘upscaling’: ze verscherpen je Full HD-beeld door middel van een krachtige beeldchip in het toestel, maar het aantal bronnen die vanuit zichzelf 4k-beeld leveren is beperkt. 

Streamingdiensten als Netflix en Amazon leveren daarentegen wel 4k-content, en hun aanbod groeit ook dagelijks, zeker voor de eigen series. Ook Apple TV+ en Disney+ zullen 4k-content leveren.  

En dan zijn er ook nog de fysieke bronnen. Wie investeert in een 4k-blu-rayspeler, kan beeldschijven in de nieuwe resolutie kopen. Wie een PlayStation 4 Pro- of Xbox One X-spelconsole in huis haalt, gamet in 4k. De schaarste aan 4k-content was jarenlang een heikel punt, maar nu is het aanbod breed. De overschakeling naar 4k gebeurt, met andere woorden, vaker en vaker nadat de gebruiker zo’n toestel in huis haalde.

Oled maakt het verschil 

Natuurlijk hebben de fabrikanten van tv-toestellen nog wel een paar nieuwe truken in hun mouwen zitten om je weer te doen overschakelen naar een nieuwe en duurdere tv. De High Dynamic Range-technologie (HDR), die een breder kleurenspectrum levert, maakt net als 4k nog maar weinig verschil meer, maar waar ze de liefhebber van beter beeld wél mee weten te verlekkeren is met oled (Organic Light-Emitting Diodes)-beeld. 

Doordat de beeldkristallen van een oled-tv zelf licht geven, geven ze echt mooiere en diepere kleuren af. 10% van het huidige televisie-aanbod, is een oled-model. Fabrikanten als LG, Philips en Sony zweren daar ook steeds meer bij. Samsung vormt de uitzondering: de wereldwijde marktleider op televisiegebied pusht vooral de eigen qled- of Quantum Dot-technologie. Die werkt met kleine beeldchips, die ook een grotere kleurenpracht leveren. Ze hebben twee duidelijke voordelen ten opzichte van oled: het beeld is beter zichtbaar in een verlichte omgeving en instapmodellen zijn goedkoper dan oled-tv’s. Voor die laatste betaal je immers nog steeds 1.000 euro en meer, waar je al Samsung Qleds vindt vanaf 700 euro. 

Vergelijk hier de prijzen en specificaties van:
oled-televisies 
Qled-televisies

Lees ook:

De vijf beste televisiemerken en hun troeven

Beter dan oled: MicroLED is dé schermtechniek van morgen

Sony AG8-oled-tv: geluid uit het scherm óf eronder