'Homefront: The Revolution' verraadt zijn geplaagde productie **

Deep Silver
Als verzetsheld guerrilla-shootouts helpen organiseren in een door Noord-Korea bezet Amerika? 'Homefront: The Revolution' had een intrigerende mix kunnen worden van de 'Call of Duty'- en 'Far Cry'-schietgames. Maar de makers konden geen jarenlange malaise in de ontwikkeling van hun game verbergen, een periode waarin ze tweemaal onder een nieuwe overnemer zijn beland.

'Homefront: The Revolution' had zo veel kunnen zijn. Een parabel over de oppermachtige positie van persoonlijke technologie in ons leven, bijvoorbeeld: het verhaal van de game zet een Amerika neer dat op een 'zachte' manier is geannexeerd door de Noord-Koreanen. Die moesten gewoon, via een achterpoortje op de goedkope smartphones en militaire computers die hun bedrijven de afgelopen decennia leverden, alle Amerikaanse technologie uitschakelen met een eenvoudige druk op de knop, en binnenwandelen als een 'humanitaire' hulpmacht.

Niet in de haak

Het had ook een knappe 'guerrillasimulator' kunnen zijn, waarin u als lid van een verzetscel in grootstad Philadelphia zelf aanvallen kon coördineren op die bezettingsmacht. En het had een vroege concurrent kunnen zijn voor de volgende 'Call of Duty'-aflevering die dit jaar op de markt komt, een game die die grote concurrent het vuur aan de schenen legde met frisse ideeën. Maar 'Homefront: The Revolution' is veel te weinig van dat alles.

Deep Silver

Niet in de haak

Het is, in de eerste plaats, een game die een geplaagde productie verraadt. Een game wiens Britse productiestudio na het faillissement van mega-uitgever THQ en de bijna-faling van de Duitse overnemer Crytek uiteindelijk onder de vleugels van het eveneens Duitse Koch Media terechtkwam, en jaren van bestaansonzekerheid heeft doorgemaakt.

Een game waarin ook zoveel dingen niet in de haak zitten dat het snel ongemakkelijk wordt om door te spelen. De open wereld die wordt getoond nodigt op geen enkel moment uit tot exploreren: hier en daar doen de makers een schepje bovenop de raamvertelling door taferelen van triviaal machtsmisbruik door de militaire bezetters te tonen, maar het heeft allemaal bijzonder weinig consequenties.

De animaties van de personages zijn asynchroon. De beweging van je hoofdpersonage stroef. De wapens missen impact. En de gecoördineerde guerrilla-aanvallen zijn ontdaan van alle spanning.

Contouren van iets beters

Daar staat slechts een handvol elementen tegenover die wél van de grond geraken in 'Homefront: The Revolution'. De bestuurbaarheid van de motor waarop je protagonist van punt A naar B moet zien te geraken in deze open wereld is prima verzorgd. Het centrale idee van guerrilla-aanvallen tegen een bezetter (die ook met meerdere spelers in een aparte 'co-op'-modus kan worden uitgeknokt) in plaats van een strikt lineaire verhaalprogressie is een mooie trouvaille. En de patrouillerende luchtschepen brengen een constante dreiging in het spel.

Deep Silver

'Homefront: The Revolution' vertoont de contouren van wat een uitstekende game had kunnen zijn, een die ergens het midden houdt tussen de vrijheid van 'Far Cry' en de narratieve gedrevenheid van 'Call of Duty'. Maar een speler komt in de loop van de game zoveel storende elementen tegen dat het hem al snel niets meer kan schelen.

De 'Call of Duty' games zijn de afgelopen jaren misschien zichzelf beginnen te herhalen, waardoor gamers al eventjes snakken naar iets nieuws. Maar ze hebben in het genre van de militaire shooter, waartoe 'Homefront: The Revolution' uiteindelijk ook behoort, een kwaliteitsstandaard gelegd waar deze game zelfs niet met een minimum aan goeie wil in de buurt van komt.

Deep Silver