Loonkloof voorbije jaren slechts licht gedaald

UNKNOWN

De loonkloof tussen mannen en vrouwen is de voorbije jaren slechts zeer licht gedaald. Er is zelfs sprake van een stagnatie. Dat blijkt uit het tweede rapport over de loonkloof in België, opgesteld door het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen.

Jongeren
De loonkloof verdwijnt niet vanzelf, zo blijkt. In 2005 werd in ons land in totaal 86,5 miljard euro betaald aan brutolonen. Opmerkelijk daarbij: 37 pct hiervan ging naar vrouwen en 63 pct naar mannen. Als we rekening houden met het aandeel vrouwelijke werknemers verdienden alle Belgische vrouwen samen 7,347 miljard euro te weinig in 2005.

Bovendien blijkt de loonkloof bij de jongere generatie (25- tot 30-jarigen) toe te nemen na enkele jaren beroepsactiviteit. "Jongere vrouwen zijn hoger opgeleid, maar dat volstaat niet om de loonkloof weg te werken", zegt Pierre-Paul Maeter, voorzitter van de Federale Overheidsdienst (FOD) Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg.

Arbeidsmarkt
De segregatie op de arbeidsmarkt is de belangrijkste factor in de loonkloof. Bijna 60 procent van het verklaarbare deel van de loonkloof kan worden toegeschreven aan de verschillende posities van vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt. "Het gaat hierbij om het beroep, de sector van tewerkstelling, het type contract, de arbeidsduur en dies meer", aldus Maeter.

De grootte van de loonkloof varieert bovendien sterk naargelang het statuut. In de privésector ligt de loonkloof voor bedienden in de buurt van de 30 pct en voor arbeiders bij de 20 pct. Bij de overheid is de loonkloof voor contractuelen 10 pct en bij statutaire ambtenaren is die afgerond nul procent.

Voorts blijkt uit het rapport dat de loonkloof ook sterk varieert naargelang de sector. "De grootste loonkloven zijn terug te vinden in de textielsector, de gas- en elektriciteitssector, de luchtvaart, de fabrikanten van audio- en video en de hulpbedrijven van de financiële instellingen", aldus Maeters. (belga/gb)