Wat onze arbeidsmarkt dringend moet leren van het buitenland

Shutterstock
Ruim 100 dagen na de verkiezingen lijkt een nieuwe Vlaamse regering onder leiding van Jan Jambon (N-VA) in de maak. Al bij zijn aanstelling tot formateur zei Jambon meer ‘naar boven’ te willen kijken en het voorbeeld van Nederland en de Scandinavische landen te willen volgen. Wat wil dat zeggen voor de prioriteiten op onze arbeidsmarkt?

Wie er de Europese statistieken over de arbeidsmarkt bij neemt, ziet het meteen: de Noord-Europese landen scoren op bijna alle vlakken beter dan de Zuid-Europese. Wat het meest in het oog springt, zijn de verschillen in werkgelegenheid. Terwijl ‘de gidslanden’ Zweden, Nederland, Noorwegen en Denemarken een werkzaamheidsgraad van circa 80 procent laten optekenen, komen landen als Spanje, Griekenland, Kroatië, Frankrijk en Italië niet verder dan 60 à 70 procent.

Ook België haalt het niveau van de Europese toplanden niet. Met een werkgelegenheidsgraad van net geen 70 procent duiken we zelfs onder het gemiddelde van de Europese Unie (73 procent). Voor Vlaanderen zijn de cijfers beter (74 procent), maar ze zijn nog altijd te laag om bij de Noord-Europese landen aansluiting te vinden.

Stijn Baert, professor arbeidseconomie aan de UGent, legt uit wat dat voor de dagelijkse praktijk wil zeggen: “In vergelijking met de Scandinavische landen hebben wij minder schouders – zeven op tien in plaats van acht op tien – om het systeem overeind te houden. De koek is kleiner en moet onder meer mensen verdeeld worden. We kunnen dus minder genereus zijn naar bijvoorbeeld zieken of gepensioneerden toe.”

(lees verder onder de grafiek)

Eurostat, 2018

1. Activeer de niet-actieven

Meer mensen aan het werk krijgen, is dus de boodschap. Daarbij moeten we niet alleen in de richting van de werklozen kijken – met een werkloosheidspercentage in Vlaanderen van minder dan 4 procent valt daar niet meer zoveel te winnen –, maar ook en vooral naar de mensen die in de statistieken als ‘inactief’ geregistreerd staan. Het zijn mensen die momenteel niet aan de arbeidsmarkt wensen deel te nemen en dus ook geen werk zoeken. Alles bij elkaar gaat het in België om 26,0 procent en in Vlaanderen om 22,9 procent van de 20- tot 64-jarigen. In die groep zitten vooral jongeren, 55-plussers, niet-EU-burgers en kortgeschoolden. De redenen die ze aanhalen om niet te werken, zijn volgens het recentste rapport van de Hoge Raad voor de Werkgelegenheid opleiding, ziekte, gezinsverantwoordelijkheden, bijstand aan kinderen of arbeidsongeschikte volwassenen, pensioen en de overtuiging dat er geen werk beschikbaar is.

"Als je na een maand werken bijna niets meer overhoudt dan wanneer je niet zou gaan werken, dan begrijp ik dat je past voor de arbeidsmarkt.”

Stijn Baert

2. Verlaag de lasten voor de laagste lonen

“Om die groep naar de arbeidsmarkt te krijgen, zullen we het verschil tussen werken en niet-werken groter moeten maken”, verduidelijkt Baert. “Kortgeschoolden doen weinig voordeel met uit werken gaan, zeker als je rekening houdt met indirecte kosten, zoals kinderopvang en mobiliteit. Als je na een maand werken bijna niets meer overhoudt dan wanneer je niet zou gaan werken, dan begrijp ik dat je past voor de arbeidsmarkt. Ondanks de taxshift – en dan zitten we op het federale niveau – zijn de lasten op arbeid in vergelijking met de buurlanden nog altijd hoog. Ik pleit niet voor een algemene lastenverlaging – daar hebben we budgettair geen ruimte toe – wel voor gerichte ingrepen voor die laagste lonen, zodat ze netto meer overhouden.”

(lees verder onder de grafiek)

Eurostat, 2018

3. Betrek maatwerkbedrijven

“De focus zal inderdaad naar de onderkant van de arbeidsmarkt moeten gaan, naar de kortgeschoolden”, bevestigt collega Bea Cantillon van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck (UA) in. “Daarbij zouden we ook naar andere dan de klassieke mechanismen – zoals de werkloosheidsuitkeringen minder genereus maken en werk meer lonend maken, door bijvoorbeeld een jobkorting te geven – moeten grijpen. Het is tijd om uit dat eenvoudige economisch denken te treden.” Cantillon verwijst naar het potentieel van de sociale economie. “Maatwerkbedrijven kennen de recepten om met ‘mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt’ te werken. Laten we daar meer op inzetten. Voor de regering zou dat trouwens geen al te grote budgettaire gevolgen hebben. Wat ze investeert in de begeleiding en verloning van maatwerkers, zou ze anders aan uitkeringen uitgeven. Het grote verschil is dat je via die maatwerkbedrijven voor de maatschappij en voor die mensen zelf meerwaarde creëert.”

4. Trek vaders mee in het babybad

Dat er bij de noorderburen meer mensen aan het werk zijn, heeft niet alleen met activeringsbeleid, maar ook met maatschappelijke keuzes te maken. “Als we onszelf dan toch met de Scandinavische landen willen meten, dan moeten we het ook over de combinatie werk-gezin hebben”, vervolgt Cantillon. “Al van in de jaren tachtig zijn de Zweden hun samenleving aan het aanpassen aan de emancipatie van de vrouw. Zweden hebben 480 dagen ouderschapsverlof per kind, te verdelen over de beide ouders. Het is er heel normaal dat vaders thuisblijven om voor hun kinderen te zorgen en vrouwen ondertussen aan hun carrière werken.”

In eigen land nemen mannen nog altijd minder vaak ouderschapsverlof op dan vrouwen. Stijn Baert pleit daarom voor een hervorming van het systeem: “Je zou het aantal weken variabel kunnen maken en aanpassen aan de mate waarin de beide partners verlof opnemen. Hoe meer evenwicht er is, hoe meer weken de ouders krijgen.”

5. Deeltijds werken mag

Cantillon vindt dat er over het algemeen meer ademruimte op de arbeidsmarkt zou moeten komen. Minder werken zou geen taboe mogen zijn. “De hoge tewerkstellingsgraden in Zweden en Nederland gaan gepaard met veel meer deeltijdse arbeid. De een werkt wat minder en creëert zo ruimte voor de ander. Ik vind het positief dat nu ook in ons land het aantal deeltijds werkenden toeneemt.” Daarmee samenhangend merkt Cantillion op dat we geen schrik moeten hebben om werk te subsidiëren. “We doen dat al via lastenverlagingen en met het systeem van de dienstencheques. Met die laatste creëer je niet alleen kansen aan de onderkant van de arbeidsmarkt, je verlaagt ook de druk bij de tweeverdieners, de vaak veelbevraagde hooggeschoolden.”

Lees ook: Dit gebeurt er met jouw loon als je deeltijds gaat werken

6. Creëer duidelijkheid over de pensioenen

De keerzijde van minder werken is dat het directe gevolgen heeft voor het pensioen. En dat is zeker iets om rekening mee te houden bij de (al lang aangekondigde) hervorming van de pensioenen. Volgens professor Herman Matthijs, hoogleraar publieke financiën aan de UGent en VUB, had België – financiering van pensioenen is immers federale materie – twintig jaar geleden al moet overstappen naar een kapitalisatiesysteem, waarbij de actieven voor hun eigen, latere pensioen bijdragen. “Want toen al wisten de beleidsmakers dat het repartitiesysteem (waarbij de huidige actieven bijdragen voor het pensioen van de huidige gepensioneerden, nvdr) onbetaalbaar zou worden. Er is helaas nooit een akkoord over bereikt, met als gevolg dat er geen reserves zijn en de wettelijke pensioenen tot de laagste van Europa behoren. Op korte termijn zie ik maar één oplossing om de pensioenen op een leefbaar peil te houden, namelijk het veel fiscaal aantrekkelijker maken van de derde pijler.”

"De beleidsmakers wisten 20 jaar geleden al dat ons pensioensysteem onbetaalbaar zou worden."

Herman Matthijs

“Als het over de pensioenen gaat, willen mensen vooral duidelijkheid”, vult Stijn Baert aan. “Zal ik nu wel of niet langer moeten werken? Door geen beslissingen te nemen – bijvoorbeeld over de zware beroepen – blijven ze daarover in het ongewisse. Zoiets is ondenkbaar in Scandinavië.”

7. Maak de Vlaming verslaafd aan leren

Wat de Zweden al net zo vanzelfsprekend vinden, is levenslang leren. Dat blijkt uit de Labour Force Survey van Eurostat. 30 procent van de Zweden geeft aan in de vier weken voor de enquête een formele of informele opleiding te hebben gevolgd. In Vlaanderen is dat amper 8,7 procent. “Leren zit echt in de cultuur van de Zweden ingebakken”, weet Saskia Van Uffelen, die als ex-CEO van Ericsson Belux veel met de Noord-Europeanen heeft samengewerkt. “Zij hebben zich altijd heel sterk op sociale inclusie gericht: mensen zoveel en zo lang mogelijk betrekken. In mijn carrière heb ik nergens anders zo’n groot aanbod aan trainingen gezien als bij Ericsson. Werknemers wachten er ook niet tot de baas zegt wat ze moeten volgen, ze nemen daar zelf het initiatief toe. Als we naar zo’n cultuur willen evolueren, dan zal dat van de werkgevers een aanpassing vragen. Onze cultuur is nog sterk op controleren gericht. Werknemers moeten kunnen verantwoorden wat ze allemaal gedaan hebben en worden afgestraft als het niet direct relevant is voor hun job. Maar zo daag je hen niet uit om nieuwe dingen te leren. In de jaarverslagen van bedrijven zou ik graag wat vaker over plannen rond levenslang leren lezen. Wat doen bedrijven om te vermijden dat ze geen mensen moeten ontslaan omdat ze niet over de juiste competenties beschikken?”

"Onze werkcultuur is te sterk op controleren gericht. Zo daag je werknemers niet uit om nieuwe dingen te leren."

Saskia Van Uffelen

(lees verder onder de grafiek)

Eurostat, 2018

8. Stimuleer jongeren om te leren én te werken

Meer wisselwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt, zoals dat bijvoorbeeld in Duitsland en Zwitserland gebeurt, is waar Herman Matthijs (UGent, VUB) op aanstuurt. Hij ziet graag meer jongeren in trajecten van leren en werken en pleit zelfs voor een verlaging van de leerplicht naar zestien jaar. “Jongeren die schoolmoe zijn moet je niet per se op de schoolbanken willen houden. Laat hen van in de praktijk groeien en stimuleer hen naar richtingen waar werk in is.” Het aanbod in het hoger onderwijs zou we ook meer op de realiteit moeten afstemmen, vindt hij. “Er zijn op dit moment bijvoorbeeld 9 opleidingen journalistiek in Vlaanderen. Is dat wel nodig? We leiden te veel mensen op in richtingen waarvan we weten dat ze maatschappelijk-economisch minder bruikbaar zijn.”

Lees ook: Leren en werken combineren? Ga voor een duale opleiding

9. Vereenvoudig de regels

Dat de wetgever het soms nodeloos ingewikkeld maakt, is een laatste verzuchting van ons panel. Stijn Baert verwijst daarbij naar de regels rond werkloosheidsuitkeringen. “Als je wil dat uitkeringen activerend werken, dan moet je vooral maken dat ze duidelijk zijn. Mooi voorbeeld daarvan is het Deense flexicurity-model. Wie zijn baan verliest, krijgt een uitkering die overeenkomt met 90 procent van het laatste loon en dat gedurende twee jaar. Dat combineren de Denen met een intensief activeringstraject. Ik zeg niet dat hun systeem het ideaal is, maar het heeft wel het voordeel van de duidelijkheid. Zelf blijf ik geloven in versnelde degressiviteit in de werkloosheidsuitkeringen. Een hervorming die de regering-Michel principieel had goedgekeurd, maar dat samen met de regering sneuvelde. Het idee van deze hervorming was het huidige complexe systeem te vervangen door een transparant alternatief met uitkeringen die in de eerste maanden van de werkloosheid hoger zijn dan vandaag, maar nadien sneller afnemen. Werkzoekenden worden zo financieel geprikkeld om breder te gaan zoeken, vóór ze langdurig werkloos zijn.”

Lees ook:

Vlaamse werkgevers maken (te) weinig werk van werkbaar werk

Tekort aan personeel is probleem nummer 1 in bouwsector

Wat moet er gebeuren met de hardnekkige knelpuntberoepen?

Bronvacature.com




47 reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.


  • DIRK VANGOSSUM

    @ Jan jansens We zouden het aantal politici /100 inwoners kunnen brengen op het niveau van Scandinavië. .....geen begrotingstekort.

  • Els Vervoort

    Men verwijt sommige werklozen dat ze niet meer willen werken maar toch hun uitkering willen. Wat verwacht men dan? Dat ze zonder een uitkering leven terwijl ze wel rsz betaald hebben en dat ze belastingen, accijnzen en btw betalen aan een overheid terwijl ze zelf niks terug krijgen? Wie is er hier dan de profiteur?

  • Pieter Verhulst

    Probleem is dat er te weinig maak industrie is in België. Teveel kennis en papierjobs. Als 55 plusser zonder werk kan je misschien niet meer mee in een miderne leidinggevende job maar een job in winkel of magazijn zou wel lukken, alleen zijn die er nog amper. En voor de rest neemt men amper 55 plussers aan. Ook niet bij overheidsbedrijven al was het maar om onkruid te wieden.

  • Stefaan Leonaer

    Beste Martin Van Lersberghe, er is niemand die kritiek heeft op iemand die niet gaat werken. Wel op diegenen die niet willen werken, maar gretig elke maand hun uitkering optrekken waar anderen moeten voor werken. Dus niet werken zonder uitkering is ieders vrijheid.

  • Eric Nieuborg

    Ook in België zijn er veel personen die 4/5 werken, de 1/5 vrije tijd wordt echter niet ingevuld door extra werknemers. Het betekent alleen minder loonkosten voor de werkgever, het 5/5 werk blijft gewoon liggen, maw 4/5 loon voor 5/5 werk. Opleiding nog zo iets, het jaarbedragen gaat zo goed als volledig naar het management of naar schijnopleidingen.