Starten met beleggen

Gesponsorde inhoud

Het jargon van de belegger: ken je deze 10 begrippen al?

Getty Images
De beleggingswereld kent heel wat eigen termen. Bijna iedereen weet wel wat een beurs en een aandeel zijn, maar ander jargon is veel minder bekend. We zetten tien begrippen op een rijtje, die ook een beginnende belegger goed van pas komen.

1. Elke belegger heeft een risicoprofiel. Dat geeft weer hoeveel risico hij of zij bereid is te nemen. Dat profiel varieert van zeer defensief over neutraal tot zeer dynamisch. In principe kom je met een defensief profiel uit op een laag rendement en weinig risico, terwijl een dynamisch profiel een hoger rendement, maar ook verlies kan inhouden. De banken zijn verplicht om een profiel van hun beleggingsklanten op te stellen.

2. De beleggingshorizon is de periode waarin een belegger zijn beschikbare vermogen kan investeren zonder het op een bepaald moment voor andere zaken te moeten gebruiken.

3. Het beleggingsrendement is de opbrengst van je belegging over een bepaalde periode, bijvoorbeeld één jaar. Meestal wordt het uitgedrukt in een percentage. Er is een verschil tussen bruto- en nettorendement. Het nettorendement verkrijg je door kosten, (beurs)taksen en roerende voorheffing in rekening te brengen. De beurskoers, maar ook eventuele dividenden hebben een invloed op het rendement van een belegging. Daarnaast moet je nog rekening houden met de inflatie. Als je nettorendement niet hoger is dan de inflatie, verlaagt de waarde van je belegging.

4. Open architectuur is een omschrijving voor de mogelijkheid voor een financiële instelling om ook beleggingsfondsen van andere instellingen aan te bieden. De klanten kunnen dan genieten van een ruimer aanbod en de expertise van verschillende fondsbeheerders.

5. De volatiliteit van een effect geeft aan hoe beweeglijk de koers ervan is. Hoe lager de volatiliteit, hoe groter de kans op een stabielere koers. Er zijn dan in principe minder risico’s van sterke prijsstijgingen en –dalingen, zelfs als dit geen 100% zekerheid brengt. De volatiliteit wordt inderdaad berekend op basis van de historische schommelingen van de koers, dus van het verleden. Ze wordt ook gebruikt om de risicograad van een effect in te schatten.

6. Een beleggingsfonds verzamelt het kapitaal van beleggers die op dat fonds intekenen. Dit vermogen wordt beheerd door een team van specialisten en geïnvesteerd in meerdere aandelen, obligaties en andere beleggingsvormen. Particuliere beleggers kunnen via beleggingsfondsen gemakkelijker hun risico spreiden. De koers van beleggingsfondsen kan variëren net zoals die van aandelen. Instapkosten en jaarlijkse beheersvergoeding kunnen per fonds behoorlijk verschillen.

7. Een dakfonds is een beleggingsfonds dat in andere fondsen belegt. Omdat dakfondsen op grote schaal investeren, genieten ze soms lagere (of geen) instapkosten. Een dakfonds biedt toegang tot markten die moeilijk of zonder goede spreiding te betreden zijn voor de gemiddelde belegger.

8. Een obligatie is een schuldbewijs, uitgeschreven door een overheid of een bedrijf om hun operaties te financieren. In plaats van bij een bank lenen ze daarmee rechtstreeks bij de beleggers. Zoals bij een banklening betalen ze hiervoor een interest en op het einde van de looptijd betalen ze het kapitaal van de obligatie terug.

9. De nominale waarde is de waarde die op een aandeel of een obligatie gedrukt staat. Ze blijft altijd onveranderd. Dat is het grote verschil met de koers. Die kan sterk verschillen. Bij obligaties gebeurt dit niet alleen door de verwachtingen of de resultaten van een onderneming, maar ook door de evolutie van de rentestand. Een obligatie met een hoge interestvoet heeft normaal een hogere koers dan een obligatie met dezelfde nominale waarde en afloopdatum, maar met een lagere interest. Op het einde van de rit groeien de koersen naar elkaar toe, doordat dan toch de nominale waarde wordt uitbetaald.

10. Een kredietrating is een inschatting in welke mate de schuldenaar de intresten en hoofdsom van een krediet tijdig kan terugbetalen. Het resultaat van dat onderzoek is een kredietscore met letters of cijfers. AAA is uitstekend, B is al wat minder en C is ‘junk’ - een rommelobligatie. Een bedrijf of overheid met een goede rating kan het zich veroorloven zijn obligaties tegen een lage rente uit te zetten. Wie een lage rating heeft, zal een hogere rente moeten aanbieden om beleggers aan te trekken.

Meer info: www.beobank.be/nl/particulier/lexicon/starten-met-beleggen.




Reacties

Alle reacties worden voor publicatie gelezen -en goed- of afgekeurd- door het moderatie-team van HLN. Elke reactie moet voldoen aan deze gedragsregels.
Je naam en voornaam verschijnen bij je reactie.