Verhuisbedrijf Gosselin vrijgesproken van miljoenenboete in VS

gctnv.be
Het verhuisbedrijf Gosselin Group uit Deurne is vorige week vrijgesproken van een zware miljoenenboete in de Verenigde Staten. Hiermee komt een einde aan de zaak die de firma al meer dan twaalf jaar achtervolgt. Al is het wel mogelijk dat de Amerikaanse autoriteiten alsnog in beroep gaan. Ze hebben daarvoor tijd tot zestig dagen na de betekening van het vonnis, op 29 december.

Gosselin had in 2001 een contract met het Amerikaanse leger afgesloten, voor het verhuizen van goederen van militairen en hun families in Europa. Het Amerikaanse ministerie betaalde meer dan 100 miljoen dollar per jaar, maar het verhuisbedrijf werd er door een klokkenluider van beschuldigd dat het prijsafspraken zou hebben gemaakt om het contract binnen te halen. Gosselin Group heeft dat altijd ontkend. Enkel een enkelvoudige boete van 5.500 dollar in eerste aanleg was volgens de onderneming gerechtvaardigd. Die boete is ook meteen betaald.

Maar het Amerikaanse ministerie van Justitie startte een procedureslag die intussen al meer dan twaalf jaar aansleept. Er werd deze zomer nog een boete uitgesproken van 33,6 miljoen dollar voor Gosselin Group. "Die is door de uitspraak van de districtsrechtbank van Virginia op 24 december van de baan", aldus CEO Marc Smet vandaag.

In theorie kan het Amerikaanse ministerie van Justitie nog in beroep gaan, maar Smet voelt zich gesterkt door de argumentatie van de rechter. "In een opinie van 43 pagina's lang en na een diepgaande behandeling van het voorliggend bewijsmateriaal in de zaak, oordeelde de rechter onder meer dat er onvoldoende bewijs is om Gosselin Group aansprakelijk te maken of om een schadevergoeding te eisen".

Het bedrijf hoopt deze zaak achter zich te laten.