Protest tegen Europees handelsverdrag met VS zwelt aan

Vorige maand nog betoogden tegenstanders van het vrijhandelsakkoord in Brussel.
PHOTO_NEWS Vorige maand nog betoogden tegenstanders van het vrijhandelsakkoord in Brussel.
Een brede groep van middenveldorganisaties bundelt de krachten in hun protest tegen het vrijhandelsverdrag dat in de maak is tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten. Ze vrezen voor de gevolgen op vlak van werkgelegenheid, milieu, consumentenbescherming en welzijn. Daarom eisen ze dat de onderhandelingen opgeschort worden. Ook werkgevers hebben hun bedenkingen bij het akkoord.

De coalitie van vakbonden, milieubewegingen, ziekenfondsen, consumentenorganisaties en noord-zuidbewegingen bundelt de krachten en komt naar buiten met drie eisen. Die stelden ze vandaag voor tijdens een persconferentie die voorafging aan een conferentie over het onderwerp.

De organisaties stellen dat de onderhandelingen over het Transatlantisch Handels- en Investeringspartnerschap (TTIP) niet voortgezet mogen worden op basis van het huidige onderhandelingsmandaat. Ze mogen enkel hervat worden als voldaan wordt aan een hele lijst voorwaarden, zoals een afspraak dat Europese normen niet verlaagd mogen worden en dat er sociale- en milieuclausules toegevoegd worden.

Ten tweede eisen ze "een grondig democratisch besluitvormingsproces", met een echt publiek debat in België. "De domeinen waarop de akkoorden impact hebben, zijn te talrijk, de mogelijke impact te ernstig om zich tevreden te stellen met algemene en oppervlakkige gedachtewisselingen", luidt het. "Een ernstige democratische aanpak veronderstelt regelmatig overleg met de parlementen en het middenveld op basis van de precieze onderhandelingsteksten en een gepast tijdskader."

Tot slot eist het middenveld ook dat een eerste "duidelijk politiek gebaar" gesteld wordt: de weigering van het gelijkaardige akkoord waarover met Canada onderhandeld wordt. Mogelijk zal die tekst nog voor het einde van dit jaar voorgelegd worden aan de Europese regeringen. Ook dat akkoord vormt "een onaanvaardbare bedreiging voor onze rechten", vinden de organisaties.

Lagere milieunormen

Elke organisatie heeft zo zijn eigen invalshoek om tegen het akkoord te zijn. Volgens Vera Dua van Bond Beter Leefmilieu dreigen milieunormen naar beneden aangepast te worden. Ze vreest dat het Europese voorzorgsprincipe onder druk zal komen. Volgens dat principe kunnen producten of stoffen verboden worden als er een aanwijzing is dat ze schadelijk kunnen zijn. In de Verenigde Staten is er een andere benadering, die uitgaat van een risicobeoordeling.

Ook Ivo Mechels van consumentenorganisatie Test-Aankoop haalt het voorzorgprincipe aan. "Een sprekend voorbeeld: in de EU mogen in cosmetica meer dan 1.300 scheikundige stoffen niet worden gebruikt, in de VS zijn dat er maar 11. Wie gelooft dat deze kloof ooit overbrugd kan worden zonder aantasting van de EU-normen, is naïef."

De vakbonden vrezen dan weer de impact op de tewerkstelling. "Meerdere studies spreken de positieve effecten tegen op de groei en de tewerkstelling die de Commissie heeft beloofd. België kan bij de verliezers behoren. Sommige studies voorzien voor ons land een nettoverlies van tienduizenden jobs en een verlies van 4.800 euro per tewerkgestelde tussen nu en 2025. Bovendien plaatst TTIP Europese en Amerikaanse arbeiders in een meer diepgaande vrijhandelszone met meer concurrentie."

In het regeerakkoord van de regering-Michel staat dat België het vrijhandelsakkoord met de VS "zal blijven ondersteunen", maar de regering vraagt wel een "transparant proces" en wil "een bepaald aantal belangrijke sociale en culturele belangen, evenals de voedselveiligheid" gevrijwaard zien.

'Een sprekend voorbeeld: in de EU mogen in cosmetica meer dan 1.300 scheikundige stoffen niet worden gebruikt, in de VS zijn dat er maar 11'

Ivo Mechels, Test-Aankoop

"Risico's zijn enorm"

Ook vanuit werkgeverskant is er kritiek op het vrijhandelsakkoord. In La Libre Belgique zegt het hoofd van de studiedienst van de Waalse middenstandsorganisatie UCM dat de risico's voor de kmo's "enorm" zijn. NSZ sluit zich daarbij aan.

UCM spreekt zich niet expliciet uit voor of tegen het verdrag, maar toont zich in La Libre toch bezorgd. Maar weinig van de Brusselse en Waalse kmo's halen hun groei uit export, merkt directeur Arnaud Deplae van de UCM-studiedienst op. "Men moet de baten die de Franstalige bedrijven zouden kunnen puren uit het trans-Atlantisch partnerschap, dus sterk relativeren", zegt hij.

Bovendien, stelt Deplae, voeren de Amerikanen een beleid dat erg sterk gericht is op het ondersteunen van hun bedrijven, terwijl de Europeanen nog een lange weg af te leggen hebben. "Op dit moment zou de EU zich eerder moeten concentreren op de ontwikkeling van haar eigen ondernemerschap en dat op niveau brengen, alvorens zich op gelijke voet te willen zetten met de Verenigde Staten om een dergelijk verdrag te onderhandelen." Het is volgens Deplae goed mogelijk dat het akkoord groei oplevert, "maar op dit moment zijn de risico's in mijn ogen enorm".

Langs Vlaamse kant sluit ondernemersorganisatie NSZ zich bij die bedenking aan. "Het akkoord biedt vooral voordelen voor de grote exporterende bedrijven. Voor onze leden, micro-ondernemers en kmo's die niet uitvoeren, zie ik niet meteen voordelen", zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws. "Zij lopen bovendien het risico dat ze verdrukt zullen worden door multinationals." Mattheeuws vindt dat het spijtig dat "niets gedaan wordt om de fiscale gunstregimes voor die multinationals aan te pakken".

Pieter Timmermans, gedelegeerd bestuurder van het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), liet recent nog optekenen dat het akkoord "rechtstreeks en onrechtstreeks een ruime positieve weerslag" zal hebben op onze economie en werkgelegenheid.

'Het akkoord biedt vooral voordelen voor de grote exporterende bedrijven. Voor onze leden, micro-ondernemers en kmo's die niet uitvoeren, zie ik niet meteen voordelen'

Christine Mattheeuws, NSZ-voorzitter