Nog onduidelijkheid rond regeringsmaatregelen pensioensparen

Archiefbeeld.
belga Archiefbeeld.
De regering Michel plant een aantal ingrepen in het pensioensparen om haar begroting op orde te krijgen, maar de precieze modaliteiten blijven nog onduidelijk. Beama, de sectorfederatie van de beleggingsfondsen, pleitte vandaag voor een stabiel fiscaal kader. Al noemde Hugo Lasat van Beama de vervroegde inning van de anticipatieve heffing -die in het verleden op de leeftijd van 60 jaar gebeurde- "als principe wel uitlegbaar". De sector voerde al overleg met Financiën, maar wacht voor de details op de Programmawet.

De regering Michel besliste om de fiscale aftrekbaarheid van het pensioensparen de volgende jaren te bevriezen op 940 euro per jaar. Aanvankelijk gingen de banken voor 2014 uit van een fiscaal plafond van 950 euro. Sommige mensen hebben dit jaar dus iets te veel betaald, Beama gaat voorstellen om die 10 euro "te beschouwen als een voorafbetaling voor 2015". "Een terugbetaling zou een enorme rompslomp betekenen", aldus Lasat.

Pensioensparen is nu nog fiscaal aftrekbaar tot de leeftijd van 65 jaar. De stortingen tussen 60 en 65 jaar zijn trouwens extra interessant, omdat er op 60 jaar reeds een anticipatieve heffing is gebeurd en de nieuwe inlagen dus niet meer belast worden. De regering Michel heeft beslist om de wettelijk pensioenleeftijd op te trekken tot 67 jaar. Of dit betekent dat ook de fiscale aftrekbaarheid twee jaar langer geldt, is nog niet helemaal duidelijk. "Dat lijkt ons logisch, maar zeker is het nog niet", aldus de sectorfederatie.

Anticipatieve heffing

De belangrijkste ingreep van de nieuwe regering is echter het wijzigen van de anticipatieve heffing. In het verleden werd op de leeftijd van 60 een eenmalige eindbelasting van 10 procent geheven. Die heffing wordt nu verlaagd tot 8 procent, maar in ruil wordt de volgende vijf jaar al 1 procent ingehouden op bestaande contracten. Het saldo volgt dan op 60 jaar.

De precieze berekening van die 1 procent blijft echter nog onduidelijk. Beama pleitte er vanaag alvast voor om dezelfde berekeningswijze (oprentingsfactor van 4,75 procent, nvdr) te hanteren als bij de anticipatieve heffing op 60 jaar. "Dat leidt tot continuïteit, is goed uitlegbaar en laat ook toe om te switchen van fonds A naar B", aldus Lasat. Maar het is dus wachten op de Programmawet voor duidelijkheid.

Het verlagen van de heffing van 10 naar 8 procent is goed nieuws, maar de vervroegde inning zorgt er wel voor dat er minder gekapitaliseerd wordt: het startbedrag verkleint immers.

Of de optrekking van de pensioenleeftijd ook betekent dat ook de fiscale aftrekbaarheid twee jaar langer geldt, is nog niet helemaal duidelijk

Stabiliteit en populariteit

Beama pleitte vandaag voor stabiliteit, om het vertrouwen in het pensioensparen niet aan te tasten. "De tweede en derde pijler zijn absoluut noodzakelijk om zijn levensstandaard na pensionering op peil te kunnen houden. Het wettelijk pensioen vertegenwoordigt amper 52,1 procent van het laatste nettoloon voor mediaaninkomens", luidde het.

Pensioensparen blijft alvast ontzettend populair: het totaal beheerd vermogen van de pensioenfondsen lag met 15,26 miljard euro op een absoluut record. En ook het aantal spaarders -2,9 miljoen of 64 procent van de werkende bevolking- is een nieuw record. De gemiddelde opbrengst van een pensioenspaarfonds bedroeg eind september maar liefst 9,5 procent netto op één jaar. Op 10 jaar is dat nog altijd 3 procent bovenop de inflatie.

Belangrijk is ook om er vroeg mee te beginnen: als men vanaf zijn 18 jaar maandelijks 83,33 euro stort, dan heeft men op 65-jarige leeftijd 265.105 euro opgebouwd, rekening houdend met het rendement uit het verleden. Als men dan beslist om te kiezen voor maandelijkse uitkeringen, dan krijgt men tot 85 jaar 1.760,81 euro per maand vooraleer het volledige bedrag is opgesoupeerd.

Pensioensparen blijft ontzettend populair: het totaal beheerd vermogen van de pensioenfondsen lag met 15,26 miljard euro op een absoluut record