"Onze gesloten arbeidsmarkt beschermt insiders en benadeelt outsiders"

België kampt met hoogste werkloosheidscijfers van personen met een migratieachtergrond binnen Europa

Perenplukkers in Hannut, bij Luik.
REUTERS Perenplukkers in Hannut, bij Luik.
Wanneer het gaat om de tewerkstelling van mensen met een migratieachtergrond doet België het niet goed. Dat blijkt uit recente cijfers van het OESO-migratierapport. Die cijfers zijn volgens arbeidsexpert Jan Denys "geenszins een verrassing". Bovendien ligt het probleem volgens hem niet alleen bij migranten: "De structureel gesloten arbeidsmarkt in België maakt doorstromen vanuit werkloosheid naar arbeid voor iedereen erg moeilijk."

De migratie is in 2014 voor het eerst in een aantal jaren lichtjes gestegen, met 1,1 procent. Ook is er een verschuiving in de migratiestromen merkbaar. Eén op de tien nieuwe migranten komt uit China, één op de vijf uit Azië. Toch zorgen die verschuivingen niet voor een betere instroom van migranten op de Belgische arbeidsmarkt. Slechts 42 procent van de mensen met migratieachtergrond geraakt in ons land ook aan werk. Met die cijfers zijn we de slechtste leerling uit de Europese klas.

Het Vlaamse minderhedenforum wil dan ook dat Minister van Werk Philippe Muyters (N-VA) migratieachtergrond opneemt in het banenpact. Muyters reageert op die vraag negatief: "Migranten zitten niet als een specifieke categorie in onze doelgroepennota, omdat dat ook niet nodig is."

Het is volgens Muyters niet de allochtone factor die de afstand tot de arbeidsmarkt tot stand brengt, maar wel het ontbreken van bepaalde talenten en competenties bij mensen. Inspelen op die gebreken en op het aanvullen van die competenties waar op de arbeidsmarkt vraag naar is, is volgens hem dan ook het enige effectieve beleid.

Slechts 42 procent van de mensen met migratieachtergrond geraakt in ons land ook aan werk

Competenties

"Voor een groot deel ben ik het met die visie eens", zo klinkt het bij arbeidsexpert Jan Denys. "De problematiek van werkloosheid is er voor een groot stuk één van een gebrek aan de juiste competenties." Die problematiek is niet specifiek voor migranten, maar treft alle zwakkere groepen uit de samenleving op dat vlak."

Waar migranten volgens Denys wel nog steeds zeer specifiek mee te kampen hebben, is een zekere vorm van discriminatie, maar die maakt ook volgens hem niet de kern van het grotere probleem uit.

Gesloten structuur

Het grootste probleem zit hem volgens Denys in de gesloten structuur van onze arbeidsmarkt. "Wie in onze samenleving aan het werk is, heeft een grote kans om ook aan het werk te blijven. Wie geen werk heeft, heeft ook minder kans om er te vinden." Dat 'insiders versus outsiders'-principe wordt voornamelijk tot stand gebracht door de manier waarop onze arbeidsmarkt structureel in elkaar steekt." Zo worden er in België bijvoorbeeld relatief weinig mensen ontslagen en zijn er weinig tijdelijke contracten. Bovendien zorgen sociale statuten als ancienniteit en opzegtermijn ervoor dat mensen ook minder snel van werk zullen veranderen." 

Als keerzijde van de medaille komt er zo een arbeidsmarkt tot stand die vrij rigide is en waarin maar weinig beweging zichtbaar is. De doorstroommogelijkheden voor mensen zonder werk naar de groep van tewerkgestelden is er bijzonder klein. "Niet alleen migranten hebben met dit probleem te kampen, maar in feite worden alle zwakkere groepen op die manier naar de zijlijn van arbeidsmarkt verwezen", aldus Denys.

Het is niet de allochtone factor die de afstand tot de arbeidsmarkt teweeg brengt, maar wel het ontbreken van bepaalde talenten en competenties

Vlaams minister van Werk Philippe Muyters

Onderwijs en taal

Naast deze moeilijk te doorbreken vicieuze cirkel, hebben migranten natuurlijk ook nog te maken met factoren die wél kenmerkend zijn voor hun bevolkingsgroep. "Zo is de groep absoluut niet homogeen, zijn allochtone jongeren vaak laaggeschoold en hebben ze vaak geen goede kennis van het Nederlands." Ook hierdoor worden de kansen op de Vlaamse arbeidsmarkt weliswaar beperkt.

Die onderwijsproblematiek ziet ook Fatma Taspinar: "Willen we de werkloosheidsgraad bij mensen met een migratieachtergrond effectief aanpakken, dan volstaat de invoer van een quotum niet. Het probleem moet vroeger aangepakt worden, met name al in het onderwijs. Allochtonen zetten nog te vaak niet de stap vanuit het middelbaar naar het hoger onderwijs. Als die overstap vanuit het onderwijs gestimuleerd kan worden, zal de aansluiting van allochtonen naar de arbeidsmarkt toe vanzelf volgen."

Allochtonen zetten nog te vaak niet de stap vanuit het middelbaar naar het hoger onderwijs. Het is die drempel waar iets aan gedaan moet worden

Fatma Taspinar, radio- en televisiejournaliste
Fatma Taspinar.
vrt Fatma Taspinar.

Netwerk

Tot slot haalt Denys ook het belang van een uitgebreid en gediversifieerd netwerk voor het behalen van een job aan. "Uit cijfers blijkt dat migranten in mindere mate over bruikbare contacten beschikken dan autochtonen."

Ook de sectoren waarin de meeste werknemers deze dagen terechtkunnen, blijkt een oorzaak voor de hoge werkloosheidsgraad onder migranten. Sectoren zoals industrie of autobouw waarin zij vroeger vooral terecht konden, lopen steeds verder terug. Hierdoor wordt het gat tussen hen en de moderne arbeidsmarkt alleen maar groter.

Sectoren zoals industrie of autobouw waarin migranten vroeger vooral terecht konden, lopen steeds verder terug.
AFP Sectoren zoals industrie of autobouw waarin migranten vroeger vooral terecht konden, lopen steeds verder terug.

Jobhoppen

Zou onze samenleving dan gebaat zijn bij een model dat iets meer naar de beweeglijke variant ervan in de Verenigde Staten neigt? Zover wil Denys niet gaan. "Het zou voor onze markt uiteraard een goede zaak zijn als er iets meer beweging in komt, zodat de doorstroom van werkloosheid naar tewerkstelling wat makkelijker kan verlopen, maar bij al te veel beweeglijkheid hebben we ook geen baat", zo klinkt het.

Jobhoppen is volgens Denys dan ook geen duurzaam loopbaanmodel. "De gemiddelde tijd dat een werknemer nu bij één bedrijf blijft hangen is gemiddeld tien jaar. Die periode zou iets omlaag mogen, maar het systeem is er zeker bij gebaat dat mensen niet om de 1 à 2 jaar van job veranderen." Langer in éénzelfde positie werkzaam zijn brengt immers arbeidskrachten met een zekere expertise en heel wat uitgebouwde competenties tot stand. En om die competenties blijkt het ten slotte toch allemaal te draaien.