Groen licht voor optrekken pensioenleeftijd: we moeten straks werken tot 67 jaar

De ministerraad zet eerstdaags het licht op groen voor de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd tot 66 jaar in 2025 en 67 jaar in 2030. De omstreden hervorming was aangekondigd in het regeerakkoord, maar voor de formele goedkeuring van de wettekst, met daarin ook de overgangsmaatregelen, wacht de ministerraad tot de opmerkingen van de sociale partners zijn overgemaakt.

Het bewuste wetsontwerp regelt naast de verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd, ook de verstrenging van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voor vervroegd pensioen en de minimumleeftijd om van een overlevingspensioen te kunnen genieten. Rond de verstrengde voorwaarden voor vervroegd pensioen bereikte de regering een akkoord over een reeks overgangsmaatregelen.

Bij de ambtenaren ouder dan 55 jaar komt er bijvoorbeeld een beperking van de extra jaren die zouden moeten worden gewerkt door de gecumuleerde effecten van de hervormingen en van de afschaffing van de diplomabonificatie. Die bonificatie zorgde ervoor dat bepaalde ambtenaren hun studiejaren konden meetellen als gewerkte jaren, maar die mogelijkheid verdwijnt progressief. Bovendien zullen ambtenaren die in 2015 in hun verlof voorafgaand aan het pensioen zaten of daartoe een aanvraag konden indienen, het voordeel van de oude bepalingen kunnen behouden.

In de private sector blijft de bijkomende loopbaanduur beperkt tot één jaar voor wie 59 jaar of ouder is. Personen die ontslagen werden of die voor 9 oktober 2014 een vertrekovereenkomst met hun werkgever hadden gesloten, behouden eveneens de voordelen van het oude regime.

Afgeschoten

Toen de maatregel tijdens de laatste rechte lijn van de regeringsonderhandelingen bekendraakte, werd hij onmiddellijk afgeschoten door vakbonden en oppositie. Ook vandaag/vrijdag sparen de oppositiepartijen hun kritiek niet. "De regering gaat met de kop in de grond vooruit, tegen de wil van een verpletterende meerderheid van de bevolking in. Een jaar geleden heeft 98,6 procent van de mensen gestemd voor partijen die tegen de verhoging van de pensioenleeftijd waren", zegt PS-voorzitter Elio Di Rupo. "N-VA-voorzitter Bart De Wever heeft zelfs gezegd dat een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd geen zin heeft. Vandaag gaat de MR-N-VA-regering daartegen in".

Ook voor zijn sp.a-collega Bruno Tobback gaat het om een eenzijdige en onrechtvaardige maatregel. "Nog maar eens weigert deze regering te luisteren naar wat leeft in onze samenleving. Deze hervorming houdt geen enkele rekening met de realiteit. Werknemers en gezinnen worden weer uitgeperst, tot ze letterlijk niet meer kunnen", vindt Tobback. Zijn partij pleit voor een loopbaan van 42 jaar voor iedereen. "Dat is pas rechtvaardig en transparant".

'De regering gaat met de kop in de grond vooruit, tegen de wil van een verpletterende meerderheid van de bevolking in'

Elio Di Rupo

"Ondoenbaar"

Voor PVDA mist de leeftijdsverhoging elke democratische legitimiteit. Pensioenspecialist Kim De Wit meent ook dat werken tot 67 jaar voor heel wat mensen ondoenbaar is. "Veel oudere werknemers zijn opgewerkt en hebben gezondheidsproblemen, vaak al van hun 58, 60, 62 jaar. De rechtse regeringsonderhandelaars hebben duidelijk geen voeling met de realiteit", zegt De Witte.

In groene hoek laakt men dat de regering fors beslist over de hoofdlijnen, en enkel de details aan het sociaal overleg laat. "Men duwt het gaspedaal in ten koste van de mensen op de werkvloer. Eerst beslissen, dan consulteren: dat is duidelijk de manier van werken van de N-VA-meerderheid", stelt Kamerlid Wouter De Vriendt. Hij mist ook voorstellen rond "werkbaar werk" en vindt het uitblijven van een oplossing voor de zware beroepen "onbegrijpelijk".

'De rechtse regeringsonderhandelaars hebben duidelijk geen voeling met de realiteit'

Kim De Witte, PVDA

"Valse woorden"

Ook Jef Maes, federaal ABVV-secretaris die namens het ABVV in de Pensioenconferentie zal zetelen, schiet de hervorming af. "Met deze beslissing toont deze regering nogmaals hoe vals haar woorden van lofbetuiging aan het sociaal overleg zijn", zegt hij. "De pensioenconferentie moet nog beginnen, maar de belangrijkste maatregelen zijn al genomen. Dat ondertussen 650.000 werkzoekenden door deze beslissing langer moeten wachten op een job, dat meer dan 100.000 jongeren vandaag zonder werk zitten, is blijkbaar geen bekommernis van deze regering."

"Minister Bacquelaine maakt haast om, zonder fatsoenlijk sociaal overleg en zonder enige betrokkenheid van het op te richten Nationaal Pensioencomité, nog voor de zomer een aantal teksten door het parlement te jagen", reageert de christelijke vakbond ACV. Volgens hem zullen door deze beslissing "heel wat werknemers, vooral vrouwen, niet kunnen genieten van het vervroegd pensioen door een te korte loopbaan". Zij zullen moeten wachten tot ze 66 of 67 jaar zijn voor hun pensioen, klinkt het, en dat is "het meest problematisch voor de vrouwen zonder sociale uitkering op het einde van hun carrière".