Gemeentebelastingen volgend jaar stabiel

PHOTO_NEWS
De meeste gemeenten kiezen er niet voor de Vlaamse en federale besparingen te compenseren met extra gemeentebelasting. Dat blijkt uit een eerste bevraging van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG).

Op 209 respondenten geven vijf gemeenten aan het tarief van de aanvullende personenbelasting (APB) of de opcentiemen op de onroerende voorheffing (OOV) te laten dalen volgend jaar. Bij vier gemeenten is het de aanvullende personenbelasting die daalt, bij één gemeente het tarief van de OOV.

Drie gemeenten geven aan dat één van beide tarieven zal stijgen. Bij twee gemeenten is dat de onroerende voorheffing, bij één gemeente de aanvullende personenbelasting. Dat wil zeggen dat 97 procent van de besturen beide tarieven stabiel houdt.

De gemeenten lijken er dus niet voor te kiezen om de gedaalde inkomsten door Vlaamse en federale besparingen te compenseren met extra belastingen.

Aanvullende personenbelasting
De aanvullende personenbelasting bracht de Vlaamse gemeenten dit jaar tot nog toe een kwart minder op in vergelijking met 2012. De aanslagen die de fiscus tot en met oktober 2014 voor het aanslagjaar 2014 vestigde, brachten slechts 570,9 miljoen euro op voor de Vlaamse gemeenten. Dat is 207,4 miljoen euro minder in vergelijking met 2012. Ook vorig jaar lagen de overeenkomstige cijfers zo'n 10 procent hoger.

De lagere inkohieringen volgen uit de voorrang die de fiscus - net als in 2013 - heeft gegeven aan het verwerken van vereenvoudigde aangiftes. Aangezien de opbrengsten uit deze aangiftes relatief lager zijn dan bij gewone aangiftes, gebeuren de grootste doorstortingen voor het aanslagjaar 2014 naar de gemeenten pas vanaf het boekjaar 2015.