De populairste spaarformules van dit moment

Wie zijn spaargeld wil laten groeien,moet creatief zijn.
Shutterstock Wie zijn spaargeld wil laten groeien,moet creatief zijn.
Wat doet de Vlaamse spaarder met zijn geld nu de rente zo onwezenlijk laag staat? Maar laten staan op een zichtrekening, het toch op een weinig opbrengende spaarrekening zetten, het in gemengde beleggingsfondsen stoppen of het aanwenden voor de koop van een tweede woning zo blijkt.

Laten staan op de zichtrekening

Heel wat Belgen haasten zich niet meer om nog geld van hun zichtrekening naar hun spaarrekening over te schrijven. Volgens de statistische overzichten van de Nationale Bank lieten de particulieren in ons land vorig jaar 6,514 miljard euro extra op hun zichtrekeningen staan. In het eerste kwartaal van 2016 kwam daar nog eens 2,965 miljard euro bij.

Nochtans brengt een zichtrekening nauwelijks nog iets op. Doorgaans wordt op de onderste schijf van 2.500 euro geen intrest toegekend. Bij steeds meer banken geldt dat trouwens ook voor bedragen boven die grens. En waar al iets wordt geboden, is de opbrengst mager, zo leert een overzicht van de zichtrekeningen op de Belgische markt op Spaargids.be.

Naar het waarom van die 'laksheid' moet niet ver worden gezocht. Geld op een spaarrekening brengt niet veel meer op. Steeds meer banken houden het bij het wettelijke minimum met een basisrente van 0,01% en een getrouwheidspremie van 0,10%. De basisrente geldt voor elke dag dat een bedrag op de rekening staat. Om ook de getrouwheidspremie te krijgen, moet het geld bovendien minstens twaalf maanden behouden blijven.

Toch maar op de spaarrekening

Toch zit, ondanks die lage rente, het spaarboekje nog steeds in de lift. In 2015 stegen de tegoeden die de Belgen op hun klassieke boekjes hadden met 3,799 miljard euro, in de eerste kwartaal van 2016 kwam daar 498 miljoen euro bij. Bovendien wijzen de eerste indicaties erop dat de trend zich ook in het tweede kwartaal doorzette, zeker omdat in die periode de beurs enkele kwakkelweken kende en de appetijt voor beleggingen in aandelen terugviel.

In het voordeel van het spaarboekje pleit zijn eenvoud. Bovendien zijn de intresten vrijgesteld tot 1.880 euro per jaar per persoon.

Vooral de spaarboekjes die mikken op regelmatige spaarinspanningen liggen goed in de markt. Zij bieden vaak een intrest die nog aanzienlijk hoger ligt dan die op de meeste andere spaarrekeningen. Zo geeft Deutsche Bank op haar DB Saving Plan nog altijd een basisrente van 1,00% en een getrouwheidspremie van 0,50% en kent ING op het Tempo-sparen een basisrente van 0,20% en een getrouwheidspremie van 1,00% toe. In beide gevallen kan echter maximaal 500 euro per maand worden gestort.

Op Spaargids.be kunt u alvast een overzicht vinden van de spaarboekjes met de meest aantrekkelijke voorwaarden van dit moment

Spaarverzekeringen blijven een alternatief

Een alternatief voor het spaarboekje zijn de spaarverzekeringen. Bij de tak21-formules bestaat de opbrengst uit een verzekerde basisrente waarbij later nog een winstdeelneming kan worden gevoegd als de financiële markten en de resultaten van de verzekeraar dat toelaten.

En hoewel ook hier de gewaarborgde basisrentes laag zijn, kunnen ze toch nog wat spaarders over de streep trekken. Voor hen is het belangrijk dat het opgebouwde kapitaal niet verloren kan gaan. Wie de belegging minstens acht jaar houdt, moet op de opbrengst bovendien geen roerende voorheffing betalen.

Spaargids.be maakte voor u ook een overzicht van de aanbiedingen inzake spaarverzekeringen op dit moment.

Gemengde fondsen liggen goed in de markt

Wie iets meer dan de opbrengst van een spaarboekje of een spaarverzekering wil, moet al uitwijken naar beleggingsfondsen. Vooral de gemengde fondsen blijken daarbij in trek, leert een overzicht van de vereniging van fondsenbeheerders BEAMA. Die gemengde fondsen beleggen hun vermogen in een mix van obligaties en aandelen. Een aantal banken heeft intussen trouwens een beleggingsplan ontwikkeld, waarbij elke maand voor een beperkt bedrag deelbewijzen van deze fondsen worden bijgekocht.

Een vooraf bepaald rendement kunnen die fondsen echter niet garanderen. Zowel de waarde van de aandelen als die van de obligaties waarin wordt belegd, kunnen schommelen en bij tegenzittende financiële markten zelfs in het rood gaan.

Aankoop tweede woning is ook populair

Een andere piste die heel wat Belgen nemen om wat extra rendement te vergaren, lijkt de aankoop van vastgoed te zijn. Vaak gaat het daarbij om een tweede of derde woning. Vooral veertigers en vijftigers zetten de stap. Het gaat zowel om de aankoop van appartementen in eigen land, als om de verwerving van een pand in het buitenland, waarbij Spanje en Portugal populaire bestemmingen zijn. Door de crisis in die landen waren de prijzen van het vastgoed er sterk teruggevallen zodat Belgen er nu een koopopportuniteit zien.

De aankoop van een tweede vastgoed hoeft trouwens niet volledig met eigen middelen te worden gefinancierd. De koper kan er ook een lening voor afsluiten. Fiscaal kan hij dan wel niet genieten van de Vlaamse woonbonus. Die is alleen weggelegd voor het enige woonhuis dat hij zelf betrekt. Maar er blijft wel een fiscale stimulus vanuit het federale niveau over. Die houdt in dat men de betaalde intresten kan aftrekken ten belope van de onroerende (kadastrale) inkomsten. En bij een hypothecaire lening op ten minste tien jaar kan de koper ook de kapitaalaflossingen en schuldsaldoverzekering inbrengen met een maximum van 2.260 euro per jaar. Dit op voorwaarde dat dit bedrag voor het zogenaamde langetermijnsparen nog niet (volledig) benut werd met bijvoorbeeld een levensverzekering. De fiscale aftrek voor een tweede woning levert een belastingvermindering van 30% van de afgetrokken bedragen op.

De kostprijs van uw lening kunt u eveneens simuleren op de webstek van Spaargids.be.

Lees ook op Spaargids.be

- Waarheen met uw spaarcenten
- Vier tips voor een hogere spaarrente
- Lening wordt 1.000 euro goedkoper met hypothecair mandaat