Exclusief voor abonnees

Tussen overmoed en rust

column Wuyts

'Ik heb de nieuwe wereldkampioen gezien!' RAI-collega Auro Bulbarelli schreeuwde het theatraal uit. Ik trok zijn woorden niet in twijfel. Vandenbrouckes demonstratie in Avila was zo overweldigend dat alleen Ullrich hem kon belagen. Iets in de weg leggen niet. Vandenbroucke speelde in die Vuelta van '99 slim voor Ullrichs toegewijde helper. Wie in Verona wereldkampioen wilde worden, kon Jan maar beter paaien. Mijn verwachtingen waren bij de afreis naar Noord-Italië bijgevolg huizenhoog. Met Museeuw, Van Petegem en Tchmil in het kopmannenkwartet kon de titel ons niet ontglippen. De situatie was zoals die van nu: we leefden nog voor de feiten in hogere sferen. Vandenbroucke deed dat ook. De prins van de Belgische koers kwam koninklijk laat in Verona aan. In lange, zwartlederen overjas stapte hij aimabel glimlachend de hotellobby in. Iedereen me gezien? Ziehier de zelfzekere wereldkampioen. Dat hij verzorger Viaene na middernacht om gerookte hesp vroeg, haalde de perslijnen niet. Frank had naast kapsones ook weke momenten. Ingebeelde honger als teken van onrust? Ach kom, wegdenken dat futiliteitje. Frank wist wel hoe het moest. Vier uur Mattan en daarna de kop van de koers volgen, simpel toch? Het eerste werd hem fataal. Een afspanningslint greep Mattans wiel, sleurde de West-Vlaming tegen het asfalt en deed ook Frank duiken. Een scaphoïdebreuk links en rechts. Het dubbele euvel zou in de finale zwaar opspelen. Aan de boxen zag ik Vandenbroucke wel attent in de eindeloze sliert mee schuiven. Het tempo lag de wedstrijd lang uiterst hoog. Ziedaar de slijtageslag die we nodig hadden. Maar Tchmil had een rotdag en Van Petegem en Museeuw schoten tekort. Dag, kopmannen. Alleen fenomeen Vandenboucke zat in de slotronde waar dat moest: in een kopgroep met onder meer Camenzind, Celestino, Casagrande, Markus Zberg én kameraad Ullrich. Puik gezelschap. Werkzame Italianen, ijverige Zwitsers, vooral hapklare brokken. Casagrande demarreerde, Vandenbroucke deed hem dat twee keer na. Die rotpolsen dwongen hem jammer genoeg snel in het zadel. Vertwijfeling alom. Ik voelde mijn hartenklop stijgen. In de denderende afdaling van de Torricelle was van ontsnappen geen sprake meer. In de sprint dan maar. Die kwam er jandorie niet. Voorbij de vod zwenkte de kopgroep van rechts naar links. Eén mannetje, niet groter dan een wesp, kroop uit Ullrichs achterzak en vloog vrank en vrij rechtdoor. Zijn prik bleek dodelijk. 'Door de rivaliteit der groten,' zegden reporters. Een oordeel dat snel achterhaald werd. Daar stormde een onbekend maar groot talent naar de titel. De voor Spanjaarden vreemde naam dreef commentatoren naar het Franse frère. De 'i' sloop pas twee jaar later binnen. Dat was na Freires tweede wereldtitel. Zijn eerste dankte Oscar naar eigen zeggen aan een knieoperatie in de lente. Die had hem rust en frisheid opgeleverd. Luwte is niet zelden de ideale basis voor een wereldtitel. Ik verwijs naar de zelf gekozen verbanning van Rohan Dennis. Ik denk aan Van Avermaet en Van der Poel. Die stapten een poos bewust uit het gewoel. Terpstra deed dat ook, zij het uit nood. Rust roest niet altijd.

Dit artikel is exclusief
voor abonnees.

Word ook abonnee en lees onbeperkt alle artikels. Meer dan 200.000 mensen gingen je voor.

Kies hier je voordeelperiode:



Alle artikels uit de krant