Exclusief voor abonnees

Rik Torfs

COLUMN | Stilstand

Donderdagavond, tijdens de nocturne, zat ik op de Boekenbeurs mijn nieuwe roman te signeren. Contact met mensen van vlees en bloed is altijd fijn. Je merkt dat begrafenisondernemers, anders dan de meeste humoristen, vrolijke lieden zijn. Tot je verbazing koopt een bekende zanger plotseling je boek. Mannen verschuilen zich achter 'noodzakelijke vakliteratuur' om te verklaren dat ze minder literair proza en poëzie lezen dan hun vrouwen, die er dan ook pienterder uitzien. Kortom, elk gesprekje, hoe vluchtig of onvolledig ook, is een waar plezier. Iemand uit Westouter vertelde dat hij lang in de file had gestaan. Op de Boekenbeurs kocht hij twaalf boeken, waaronder een vuistdikke Russische roman. Alsof hij op weg naar huis nog langere wachttijden vermoedde. In de file word je een intellectueel. Om kwart over acht raakte ik met een verstandige dame uit Zuid-Limburg in gesprek. Een lerares Frans. Ik sloofde mij uit om slimme dingen te zeggen en een goede indruk te maken. Maar plotseling zei ze: "Ik moet onmiddellijk weg." Dat schokte mijn zelfvertrouwen. Bedremmeld keek ik haar aan. Ze troostte me: "Anders geraak ik met het openbaar vervoer niet meer thuis." Ze gaf mij de indruk niet te liegen. Je leert veel op de Boekenbeurs, zolang je aan de verleiding van het lezen weet te weerstaan. Met de auto strandt een mens in de file. Met het openbaar vervoer geldt de avondklok. Vlug naar huis en vroeg onder de wol. Eind jaren 80 doceerde ik een jaartje in Utrecht. In Vlaanderen waren er nauwelijks files. In Nederland wel. In Houten. Aan het knooppunt Lunetten, een naam waarvan de bevallige klank het verkeersleed slechts gedeeltelijk kon compenseren. Vandaag is de situatie helemaal anders. Er zijn nog altijd files in Nederland. Maar onder meer dankzij nieuwe rijstroken minder dan vroeger. Bij ons is het andersom. Collega's uit het noorden klagen: "Je raakt de ring van Antwerpen tegenwoordig niet meer voorbij." Hoeft ook niet, zal een echte Antwerpenaar zeggen. Toch moet die theoretische mogelijkheid openblijven. Lang klonk in politieke kringen eenzelfde verhaal, dat pas de laatste jaren een beetje wordt genuanceerd. Nieuwe snelwegen of rijstroken waren uit den boze. Het openbaar vervoer moest de oplossing bieden. Maar dat blijft, voor wie naar een nocturne op de Boekenbeurs wil, een zeer abstracte optie. We denken in ons land dat we begenadigde compromissensluiters zijn. Vroeg of laat gaan we akkoord over een nieuwe regering. Of vinden we dat er niet langer één hoeft te zijn. Maar heel vaak leidt het compromis tot stilstand. Geleidelijk verliezen we terrein tegenover de landen die ons omringen. Lopen we achter. Wie de evolutie van de stad Brussel vergelijkt met die van Parijs of Amsterdam, waar de centra bloeiend en fleurig zijn, kan enkel verdriet voelen. Ik schrijf dit zonder Brussel te verketteren, het is een stad met veel mooie buurten en heel wat potentieel. Maar we moeten eerlijk blijven met onszelf. Altijd grappig ook wanneer collega's uit Straatsburg of Rome klagen over de files aldaar, wij doen zelfs in Erpe-Mere beter. De staatsfinanciën krijgen we ondanks hoge belastingen niet op orde, ook al omdat schrale compromissen duur blijken te zijn. De weigering van vele Franstaligen om over confederalisme te spreken, kun je in dat verband op twee manieren bekijken. Mogelijk is ze een politieke strategie om Vlaams-nationalisten te bekampen. In dat geval heb ik er alle begrip voor. Politiek is een hard bedrijf, à la guerre comme à la guerre. Maar misschien is er iets anders aan de hand: het onvermogen om ons stroeve België werkelijk te vernieuwen, bij de tijd te brengen, weer tot leven te wekken. We zijn de stilstand in ons land zo gewoon dat we er niet langer stil bij staan.

Dit artikel is exclusief
voor abonnees.

Word ook abonnee en steun Rode Neuzen Dag. Jouw eerste betaling gaat integraal naar Rode Neuzen Dag

  • Steun Rode Neuzen Dag en word abonnee voor 27/11
  • Slechts €6,95 per 4 weken
  • Stop wanneer je wil
Abonneer je nu


Alle artikels uit de krant