Exclusief voor abonnees

Nog moeilijke knopen doorhakken voor Tokio 2020

Als tiende turnland op een WK naar Tokio 2020 mogen gaan, doet dromen van meer. Wat zou het een stunt zijn mocht België zich op olympisch niveau binnen de top acht voor een teamfinale plaatsen. Topnaties als China, Rusland en de VS liggen mijlenver buiten bereik, maar de kloof met Nederland, Duitsland, Italië en Canada valt misschien te overbruggen. Met 161,238 punten doet België al opmerkelijk beter dan op het vorige WK in Doha met 158,970 punten, toen goed voor een 11de plek. Maar elk land werkt om de lat hoger te leggen. De Belgische gymnastes moeten voor Tokio 2020 vooral aan de sprong schaven. Op dat toestel hinkt België zichtbaar achterop: van de 24 WK-landen haalden liefst 18 landen een betere score daarin. De sprong zal voor Derwael met haar grotere gestalte nooit haar dada zijn, maar de uitdaging voor de Belgische turnsters blijft om een anderhalve of dubbele schroef goed uit te voeren. Jade Vansteenkiste zag op dit WK een anderhalve schroef beloond met een mooie score. Trainster Marjorie Heuls merkt ook bij de nieuwe generatie junioren potentieel. Eén à twee punten hoger scoren op de sprong in Tokio zou het streefdoel moeten zijn. Sowieso zullen de coaches nog lastige knopen moeten doorhakken over de selectie voor Tokio: slechts vier turnsters en één reserve mogen per land aantreden. In Rio waren er dat nog vijf en een reserve. De terugkeer van Axelle Klinckaert na een kruisbandblessure en de overstap van de junioren in januari naar de senioren belooft nog extra concurrentie, maar liever zo met meer keuzeluxe in de breedte dan schaarste. Slechts één iemand is incontournabel: Nina Derwael natuurlijk. (BF)

Dit artikel is exclusief
voor abonnees.

Word ook abonnee en lees onbeperkt alle artikels. Meer dan 200.000 mensen gingen je voor.

Kies hier je voordeelperiode:



Alle artikels uit de krant